Conclusie
VPN c.s.respectievelijk .
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
Rechtbank hanteerde onjuiste maatstaf; voor verzoekers staat als schuldeisers beroep open” – bevat twee klachten en een toelichting.
eerste klacht(p.i. nr. 2.1) lees ik aldus dat de rechtbank, door te oordelen dat VPN c.s. niet ontvankelijk zijn in hun beroep op de grond dat zij
geen partijzijn bij de beschikking van de rechter-commissaris (rov. 3.4), heeft miskend dat voor VPN c.s.
als schuldeisersberoep openstond, zodat de rechtbank hun toegang tot de rechter had moeten verlenen en had moeten toetsen of de bij het beheer en de vereffening van de failliete boedel betrokken belangen van verzoekers als schuldeisers door de voorgenomen handeling dreigden te worden geschaad.
tweede klacht(p.i., nr. 2.2) heeft de rechtbank in de bestreden overwegingen voorts een onbegrijpelijke, althans ontoereikend gemotiveerde beslissing genomen omdat VPN c.s. zich als schuldeisers, verwijzend naar HR 10 mei 1985,
NJ1985/791, uitdrukkelijk hebben beroepen op hun recht op toegang tot de rechter en de rechtbank heeft verzuimd om deze essentiële stelling te behandelen. [9]
B/Udo q.q.heeft uw Raad geoordeeld dat degene tegen wie de curator gemachtigd is een procedure aan te spannen om die enkele reden niet als ‘partij’ bij de beschikking kan worden aangemerkt: [13]
partij’ bij de beschikking van de rechter-commissaris. Met dit oordeel en de onderbouwing ervan in rov. 3.4 van haar beschikking heeft de rechtbank rov. 3.4 van de beschikking van uw Raad inzake
B/Udo q.q. letterlijk en integraal geciteerd.
partij’zijn van VPN c.s. een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd. Daartoe wordt aangevoerd (“immers”) dat voor VPN c.s.
als schuldeisersberoep open stond.
N/Berntsen q.q.geoordeeld dat nu alleen degene die ‘partij’ was bij de beschikking van de rechter-commissaris het recht van hoger beroep heeft, het enkele schuldeiserschap geen bevoegdheid meebrengt om het in art. 67 Fw Pro bedoelde hoger beroep in te stellen. [14]