ECLI:NL:HR:2005:AS4191
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- J.C. van Oven
- P. Neleman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid hoger beroep tegen machtiging curator in faillissement
In deze zaak is Sercle Enterprises B.V. op 2 februari 2000 failliet verklaard, waarna mr. Berntsen tot curator werd benoemd. De curator verzocht op 22 maart 2004 aan de rechter-commissaris machtiging om een procedure tegen verzoeker te starten, welke op 23 maart 2004 werd verleend. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in bij de rechtbank, die hem op 16 november 2004 niet-ontvankelijk verklaarde omdat hij niet als belanghebbende in de zin van art. 67 lid 1 Faillissementswet Pro werd aangemerkt.
De Hoge Raad bevestigt dat hoewel verzoeker mogelijk schuldeiser is, dit niet automatisch het recht geeft om hoger beroep in te stellen tegen de beschikking van de rechter-commissaris. Het recht op hoger beroep vloeit voort uit het feit dat men partij is bij de beschikking, namelijk degene die het verzoek aan de rechter-commissaris heeft gedaan. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat verzoeker zich op andere wijze tegen de machtiging kan verzetten, bijvoorbeeld in de procedure die de curator instelt.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt verzoeker in de kosten van het geding. Hiermee wordt bevestigd dat het stelsel van de Faillissementswet een strikte regeling kent omtrent wie hoger beroep kan instellen tegen beschikkingen van de rechter-commissaris.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen de beschikking van de rechter-commissaris.