AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Beheer en tekortkoming in nakoming overeenkomst opdracht omtrent schikkingsgelden voor gedupeerde beleggers
De stichting Aegalité vordert schadevergoeding van [eiser], een advocaat, wegens tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst van opdracht betreffende het beheer van €200.000,-- schikkingsgeld dat op zijn derdengeldrekening stond ten behoeve van zeven gedupeerde beleggers. Het hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat tussen partijen een overeenkomst van opdracht bestond waarin was vastgelegd dat [eiser] het bedrag in overleg met [betrokkene 1] zou uitkeren aan de zeven beleggers, en dat het resterende bedrag aan de stichting zou worden uitgekeerd.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of [eiser] de gelden conform de gemaakte afspraken had besteed en verantwoord. Het hof stelde vast dat [eiser] onvoldoende had toegelicht dat betalingen aan drie beleggers en een honorarium aan zichzelf waren verricht conform de bedoeling van de opdracht. Daarnaast was een bedrag van €70.000,-- niet aangewend waarvoor het was bedoeld. De stichting leed daardoor schade van €122.528,16, waarvoor [eiser] aansprakelijk werd gehouden.
In cassatie werden klachten geuit over feitelijke onjuistheden, uitleg van de overeenkomst, motivering, en toepassing van procesrechtelijke regels. De conclusie van de procureur-generaal adviseert het cassatieberoep te verwerpen, stellende dat het hof de feiten juist heeft vastgesteld, de overeenkomst correct heeft uitgelegd en de schade adequaat heeft bepaald. Ook is geen sprake van schending van het hoor en wederhoor of de devolutieve werking van hoger beroep.
De zaak betreft complexe juridische en feitelijke vraagstukken over beheer van derden gelden, de uitleg van afspraken tussen partijen, en de bewijslast bij tekortkoming in nakoming van een overeenkomst van opdracht. Het hof heeft de vordering van de stichting toegewezen en [eiser] veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de advocaat tot betaling van €122.528,16 aan de stichting wegens tekortschieten in de nakoming van de overeenkomst van opdracht.
Voetnoten
1.Ontleend aan r.o. 3.1 t/m 3.15 van het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 oktober 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:8757, met dien verstande dat r.o. 3.2 van het arrest van het hof in cassatie wordt bestreden. De bestreden elementen van deze rechtsoverweging zijn hierna, onder 2.2, niet overgenomen. 2.Prod. 7 bij inleidende dagvaarding.
3.Prod. 9 bij inleidende dagvaarding.
8.Met zaaknummer/rolnummer: C/19/129496 / HA ZA 20-4.
9.Met zaaknummer 200.299.599/01.
11.MvA, p. 2, ad 1.2, 1.3 en 1.5, waaruit in de p.i. wordt geciteerd op p. 8.
12.CvA, randnr. 7 en 13, waaruit wordt geciteerd op p. 7 en 8 p.i.
13.Op p. 9 van de p.i., in de inleiding van het onderdeel, wordt geciteerd uit CvA, randnr. 4.
14.CvA, randnr. 7, aangehaald op p. 9-10 van de p.i., in de inleiding van het onderdeel.
15.Proces-verbaal mondelinge behandeling 2 augustus 2022, p. 2-3.
16.CvA, randnr. 7, geciteerd de p.i., op p. 10 bovenaan.
17.CvA, randnr. 48, geciteerd in de p.i., op p. 10 onderaan.
18.CvA, randnr. 48, geciteerd in de p.i., op p. 10 onderaan.
19.Geciteerd in de p.i. op p. 11 bovenaan.
20.CvA, randnr. 47.
21.Het onderdeel verwijst naar inleidende dagvaarding, randnr. 15-17, CvA, randnr. 7 en 32; conclusie van repliek, randnr. 6-7, 13
22.Zie CvA, randnr. 16 en 32, conclusie van repliek, randnr. 31-34; MvG, randnr. 1.12, 5.17-5.18.
23.CvA. Randnr. 10-12; aantekeningen ter zitting van de stichting overgelegd ter zitting op 18 maart 2021, randnr. 3; memorie van grieven, randnr. 1.7-1.8.
24.CvA, randnr. 13, conclusie van repliek, randnr. 11; MvG, met name randnr. 3.7, 4.1; spreekaantekeningen mr. Postma in hoger beroep, randnr. 14.
25.MvG, randnr. 1.9, 4.1.
26.Conclusie van repliek, randnr. 21.
27.CvA, randnr. 45.
28.MvG, randnr. 1.12.
29.Conclusie van repliek, randnr. 33.
30.Zie bijv. het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 2 augustus 2022, p. 5.
31.Proces-verbaal mondelinge behandeling in hoger beroep, p. 5.
32.Zie over deze regel nader o.m.
33.Inleidende dagvaarding, randnr. 23.
34.Conclusie van repliek, randnr. 33, 34.
36.Zie ook de conclusie van A-G Van Peursem voor het arrest, ECLI:NL:PHR:2018:619, onder 2.4 e.v. die het oordeel van het hof in de sleutel van de causaliteit plaatst. 37.CvA, randnr. 2-4, proces-verbaal mondelinge behandeling 2 augustus 2022, p. 2-3.
38.Zie bijv. CvA, randnr. 42-48.