Conclusie
Nummer21/04441
De procesgang
medeplegen van afpersing, meermalen gepleegd”, 3: “
mishandeling”, 4 primair en 5 primair telkens: “
medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd” en 6: “
medeplegen van afpersing” veroordeeld tot 23 maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met aftrek als bedoeld in artikel 27 Sr Pro. Verder zijn beslissingen genomen ten aanzien van de vorderingen van benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd. Ten slotte is een auto, een Volkswagen Golf, verbeurdverklaard, een en ander als nader in het arrest opgenomen.
Inleiding: de zaak
De bewezenverklaringen van de feiten 1, 2, 4 en 5
1. hij op tijdstippen op 19 januari 2018 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander, meermalen telkens met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [aangever 1] heeft gedwongen tot de afgifte van meerdere mobiele telefoons, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1] en tot het aangaan van een of meerdere schulden, te weten het afsluiten van meerdere telefoonabonnementen, welk geweld [1] en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte en diens mededader:
De bewijsvoering
Het eerste middel
[aangever 1] heeft gedwongen tot deafgiftevan meerdere mobiele telefoons”, terwijl in de bewezenverklaring vervolgens feitelijk wordt omschreven dat de verdachte en/of zijn mededader “
de telefoons van [aangever 1] hebbenafgenomen”. Ik begrijp ook wel waarom de steller van het middel hiervan geen punt heeft willen maken. Onder omstandigheden van dwang en dreiging zijn het (onvrijwillig) ‘afgeven’ en ‘afnemen’ nagenoeg inwisselbaar. [2] Echter, juist om die reden snijdt hetgeen waarover wél wordt geklaagd geen hout. Ik zal dat uitleggen.
moeten afstaan” van de telefoons (aan de verdachte, aldus [aangever 1] ) kan onder die omstandigheden worden vereenzelvigd met het ‘afnemen’ van telefoons, zoals feitelijk omschreven.
Het tweede middel
door bedreiging met geweld” vermeldt (ik maak een selectie) dat de verdachte en zijn mededader op een dwingende toon tegen [aangever 2] hebben gezegd dat hij een of meerdere telefoonabonnementen moest afsluiten, dat zij [aangever 2] met de auto hebben opgehaald en naar de (telefoon)winkels hebben gebracht en mee de winkel in zijn gelopen en vervolgens de telefoons van [aangever 2] hebben afgenomen en (aldus) een voor [aangever 2] bedreigende situatie hebben geschapen. De vraag rijst of die omstandigheden kunnen worden aangemerkt als ‘bedreiging met geweld’ als bedoeld in artikel 317 Sr Pro.
Het derde middel en het vierde middel
dat de telefoons zouden worden verkocht en dat [aangever 3] er geld mee zou verdienen,” en (feit 5) “
dat de telefoons zouden worden verkocht en dat [aangever 4] er geld mee zou verdienen en aan die [aangever 4] veel geld laten zien”.
Uit de bewijsmiddelen kan niet blijken dat de opmerking dat de telefoons zouden worden verkocht en dat [aangever 3] er geld mee zou verdienen in strijd met de waarheid was en/of dat [aangever 3] geen geld heeft gekregen. In zijn overwegingen dienaangaande gaat het gerechtshof, de overwegingen van de rechtbank overnemend, er vanuit dat er geen geld kón worden verdiend, omdat de aangevers vastzaten aan het abonnement en het ze op die manier alleen maar geld zou kosten: (…). Nu evenwel niet uit de bewijsmiddelen naar voren komt dat er met de bedachte constructie geen geld kon worden verdiend en dit een te betwisten en feitelijk ook betwiste aanname is van het gerechtshof, is de bewezenverklaring onvoldoende met redenen omkleed.” Ten aanzien van [aangever 4] , in de toelichting op het vierde middel, brengt de steller van de middelen eenzelfde betoog naar voren.
Het vijfde middel
11. Beslag