Conclusie
Nummer22/03021
Inleiding
Het middel
Ten aanzien van de getoonde beelden merkt de raadsman op:
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Bewijsmiddelen
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Den Haag veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van poging tot zware mishandeling. Het hof verwierp het beroep op noodweer en noodweerexces, omdat de feitelijke toedracht, waaronder de afwezigheid van een mes bij de aangever, niet aannemelijk was.
In cassatie werd aangevoerd dat het hof ten onrechte het beroep op noodweer(exces) had verworpen, met name omdat de aangever een mes bij zich zou hebben gehad. De Hoge Raad oordeelt dat het hof een gemotiveerd feitelijk oordeel heeft gegeven en dat het beroep op noodweer(exces) terecht is verworpen.
De Hoge Raad constateert echter dat de redelijke termijn voor de cassatiefase is overschreden en beveelt daarom een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf. Het cassatieberoep wordt voor het overige verworpen, en de straf wordt uitsluitend verminderd op basis van de termijnoverschrijding.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn, het beroep op noodweer(exces) wordt verworpen.