Conclusie
Nummer22/02170 P
Inleiding
De strafzaak
“diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd”veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden, met aftrek van voorarrest.
Het eerste middel
Het bestreden arrest
Het verweer van de verdediging
“Subsidiair: Indien en voor zover bewezenverklaring:
Hoofdelijke aansprakelijkheid ex art. 36e lid 7 Sr zal zich volgens de Hoge Raad naar verwachting slechts in een beperkt aantal gevallen voordoen (vgl. HR ECLI:NL:HR:2015:878, ro. 2.4.8). Dat is niet de situatievanaf 2 daders (zoals i.c.)waarbij niet blijkt hoe de verdeling van de opbrengst ligt. Dan ‘ligt pondspondsgewijze toerekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel meer voor de hand’ (tenzij vermoeden dat betrokkenen gezamenlijk beschikking hebben/gehad over gehele opbrengst, maar dat i.c. niet aan de orde: geen partners bijv.).”
De bespreking van het middel
“ diefstal doortweeof meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd (onderstreping mijnerzijds)”.Blijkens de gebezigde bewijsmiddelen is in de strafzaak onder meer vastgesteld dat op scherp, bewegend beeldmateriaal drie vrouwen aanwezig waren, waarvan twee daadwerkelijk de geldopnames deden en de derde kennelijk op de uitkijk stond. [3] De ontnemingsrechter heeft, in dezelfde samenstelling als in de strafzaak, op grond van het rapport ´berekening wederrechtelijk verkregen voordeel´ aangenomen dat twee personen, verdachte 1 en verdachte 2, bij iedere geldopname zichtbaar zijn geweest en daadwerkelijk de geldopnames hebben verricht. Deze verdachten zijn later herkend als de betrokkene en de medeverdachte.