‘
Aangifte [A] B.V.
[A] B.V. (gevestigd te Badhoevedorp, hierna: [A] ) heeft aangifte gedaan van valsheid in geschrift en oplichting door één van haar werknemers, te weten de verdachte. De aangifte heeft betrekking op de periode 2005-2007. De verdachte, in die periode woonachtig in [plaats] , werkte sinds 2002 bij [A] in Badhoevedorp. Hij kwam als [beroep 1] bij de onderneming in dienst en was verantwoordelijk voor het regelen van transport van goederen in het bezit van [A] naar aangewezen internationale magazijnen van [A] . In februari 2007 werd hij bevorderd tot [beroep 2] . Als werknemer van [A] heeft de verdachte in de periode 2005-2007 facturen van vijf ondernemingen voor akkoord getekend. Op deze facturen stonden in hoofdzaak transportdiensten vermeld. Deze facturen heeft de verdachte geaccordeerd, vervolgens ter betaling bij de administratie ingediend en deze zijn toen door [A] betaald. De facturen en bijbehorende vrachtbescheiden zijn als bijlage bij de aangifte gevoegd. Het gaat om de volgende vijf ondernemingen met de daarbij vermelde gefactureerde bedragen:
- [D] (hierna ook: [D] )
€664.499,80;
- [B] (hierna ook: [B] ) € 198.879,04;
- [E] (hierna ook: [E] of [E] ) € 60.186,64;
- [F] (hierna ook: [F] ) € 18.754,40;
- [C] (hierna ook: [C] ) € 15.844,85;
Totaal € 958.164.72.
De verdachte heeft van juli 2007 – september 2007 gewerkt voor [A] in Denemarken. In die tijd zijn facturen van [F] en [C] door [A] Denemarken betaald. Ter zake heeft de verdachte purchase orders laten aanmaken door een assistente en deze vervolgens zelf goedgekeurd.
In totaal zijn 94 van dergelijke facturen verwerkt in de administratie van [A] . [A] heeft een ordner met daarin 69 van deze facturen, met bijbehorende transportdocumenten, aan de Fiod overhandigd. De facturen zijn voorzien van een datum en dezelfde handtekening voor akkoord. Bij de handtekening en datum staat de naam “ [betrokkene ] ” of “ [betrokkene ] ”. Ter terechtzitting heeft de verdachte bevestigd dat hij met betrekking tot facturen die hem zijn getoond heeft verklaard dat het inderdaad zijn handtekening betrof. Volgens [A] behoorde het tot de taak van de verdachte dat hij tot een bepaald bedrag facturen zelf voor betaling mocht accorderen. Uit het interne onderzoek van [A] is gebleken dat de verdachte goedkeuring heeft verleend aan de facturen van de hiervoor genoemde vijf bedrijven, waarbij in nagenoeg alle gevallen de facturen alleen door de verdachte zijn goedgekeurd en waarbij uit notities op die facturen blijkt dat deze vijf bedrijven via de verdachte het bedrijf waren binnengekomen.
Uit de bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang beschouwd, blijkt dat de gang van zaken bij het tot stand komen van de facturen een zodanig vast en algemeen patroon vertoonde dat het hof er vanuit gaat dat de aan de Fiod overhandigde en nader getoetste facturen representatief zijn voor de overige facturen. Aanwijzingen voor het tegendeel zijn niet gesteld en ook niet gebleken.
FacturenHet volgende is bevonden aangaande de vijf in de facturen vermelde ondernemingen: [D] , [B] , [E] , [F] , en [C] .
- De onderneming
[D] VOFstond alleen in de periode 4-08-2003 tot 31-12-2005 op het bedrijfsadres [a-straat 1] , [plaats] ingeschreven. Volgens de belastingdienst zijn de fiscale activiteiten per 31-12-2005 beëindigd. Volgens de Kamer van Koophandel is de onderneming per 2-10-2006 opgeheven. Op naam van [D] V.O.F. is in de periode 6-05-2005 tot en met 25-05-2007 gefactureerd aan [A] . Een van de vennoten van [D] is [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1] )
-
[C] CVstond ingeschreven op het adres [b-straat 1] te [plaats] . Het bedrijfsadres van de CV is tevens het woonadres van haar vennoot [betrokkene 2] .
- Er heeft geen bedrijf met de naam
[F]op het op de facturen genoemde bedrijfsadres [c-straat 1] , te [plaats] ingeschreven gestaan. Dit was het woonadres van de eigenaar [betrokkene 3] .
- Er heeft geen bedrijf met de naam
[B]op het op de facturen genoemde bedrijfsadres [e-straat 1] te [plaats] ingeschreven gestaan. Dit was het woonadres van de eigenaar, [betrokkene 4] .
- Er heeft geen bedrijf met de naam
[E]op het op de facturen genoemde bedrijfsadres [d-straat 1] te [plaats] ingeschreven gestaan. Dit was het woonadres van de eigenaar, [betrokkene 5] .
Hoewel op de in geding zijnde facturen door deze ondernemingen omzetbelasting in rekening is gebracht, blijkt uit systemen van de belastingdienst dat van deze bedrijven geen aangiftes voor de omzetbelasting zijn aangetroffen. Ten behoeve van deze bedrijven is evenmin winst aangegeven. Daarnaast geldt dat de meeste van deze bedrijven formeel maar enkele maanden hebben bestaan en de op de facturen genoemde data soms voorbij de datum van opheffing van de onderneming liggen. Voorts vertonen de door de verdachte voor akkoord ondertekende facturen en de vrachtbrieven die door de bedrijven zijn gebruikt, diverse gebreken die in het handelsverkeer ongebruikelijk zijn, zoals hieronder nader wordt toegelicht. Tenslotte is opvallend dat van deze vijf ondernemingen [A] telkens de enige betalende klant is geweest.
Op alle door [A] aan de Fiod verstrekte facturen staan transporten van goederen beschreven die zouden zijn uitgevoerd door de betreffende ondernemingen ten behoeve van [A] . Ten aanzien van de gebruikte facturen zijn de volgende gebreken geconstateerd, respectievelijk kunnen de volgende opmerkingen worden gemaakt:
(…)
Getuigen [betrokkene 3] en [betrokkene 2] ; medeverdachte/getuige [betrokkene 1]
Ten aanzien van de bedrijven [C] en [F] zijn [betrokkene 2] en [betrokkene 3] gehoord. [betrokkene 3] dreef de eenmanszaak [F] . Hij heeft verklaard dat hij de hem getoonde facturen niet heeft gemaakt en dat hij geen diensten voor [A] heeft verricht. [F] liep niet en had geen klanten. De verdachte heeft toen aangeboden om te helpen. De verdachte vertelde hem dat hij een klant had gevonden en een opdracht geregeld. De getuige heeft verklaard zelf nooit een koeriersklus te hebben uitgevoerd. Tevens verklaarde de getuige dat de facturen bij hem thuis op tafel lagen, dat de verdachte [betrokkene ] weleens bij hem thuis kwam en dat hij daardoor de mogelijkheid had om er één mee te nemen en thuis te scannen. De getuige is verbaasd van de verbalisanten te horen dat er drie bankpassen zijn afgegeven voor [F] . De verdachte heeft hem uitgelegd hoe hij kon internetbankieren. Hij zal vermoedelijk hebben gezien bij het inloggen welke pincode de getuige intoetste. Hij heeft op verzoek van de verdachte een stuk voor de ABN bank getekend. Toen de getuige op bankafschriften zag dat er veel betalingsverkeer over de rekening ging en hij ook bijschrijvingen zag, heeft hij de verdachte hiernaar gevraagd. De verdachte vertelde hem dat dit te maken had met de opdracht die hij geregeld had voor [F] en dat getuige niet aan dat geld mocht komen.
[betrokkene 2] , vennoot van [C] , heeft nooit facturen van deze onderneming gezien. Hij heeft deze ook nooit gemaakt. Hij had met een zekere [betrokkene 6] afgesproken dat deze de facturen zou opmaken. Getuige is een foto van de verdachte getoond en hij herkent de man op deze foto als [betrokkene 6] . [betrokkene 2] had de onderneming in 2007 op verzoek van de verdachte, die bij [A] werkte, opgericht. De verdachte vertelde hem dat [A] transporten wilde uitvoeren in Afrika en dat gerenommeerde bedrijven dat niet konden doen. De verdachte [betrokkene ] zou alles regelen en [betrokkene 2] hoefde alleen voor de administratie te zorgen. Op verzoek van de verdachte heeft de getuige briefpapier laten maken van [C] . Hij heeft een gedeelte daarvan naar [betrokkene 6] gebracht. Zelf heeft hij dit papier nooit gebruikt. [betrokkene 2] heeft eveneens op verzoek van de verdachte een bankrekening geopend. Bij de opening van de bankrekening heeft [betrokkene 2] bankpassen aangevraagd, waarvan hij er één aan de verdachte [betrokkene ] heeft gegeven. De getuige heeft nooit gebruik gemaakt van de bankrekening of de pinpas. Als er bancaire transacties zijn geweest moet de verdachte deze volgens de getuige hebben verricht. [betrokkene 2] zou 10% van de winst van de verdachte krijgen. [betrokkene 2] mocht van de verdachte geen contact opnemen met [A] omdat [A] niet mocht weten dat de verdachte bemoeienis had met [C] . De getuige [betrokkene 7] van [A] heeft – gevraagd om een reactie op het verhaal dat [A] via [C] transporten in Afrika zou willen verrichten, onder meer verklaard: “Wat een onzin is dit”.
[betrokkene 1] (hierna ook: [betrokkene 1] ), vennoot van [D] , is als verdachte en getuige gehoord. Hij kent de verdachte. Hij weet niets van de aan hem getoonde facturen en transporten van [D] voor [A] . Zijn vennoot [betrokkene 8] had hem wel verteld dat er een contract met de verdachte was gesloten en dat ze transporten zouden verrichten. Over transacties via internetbankieren kan hij niets vertellen. In de woning van de verdachte is een deel van de brief van de ING aan [betrokkene 1] aangetroffen. Daarop stond de gebruikersnaam voor het inloggen op internetbankieren.
Huiszoeking
De verdachte is samen met zijn echtgenote [betrokkene 9] woonachtig te [plaats] op het adres [s-straat 1] .
In deze woning van de verdachte zijn verschillende documenten aangetroffen (waaronder documenten op een aldaar aangetroffen USB-stick) die betrekking hebben op:
- stichting [G] (o.a. kladkasadministratie);
- [C] ;
- Diverse onroerende zaken in Congo;
- [A] BV;
- [D]
- [H] ;
- Briefpapier met het logo […] ;
- Agenda’s en adressenboekjes.
Tevens is in de woning een zwarte map in beslag genomen met daarin diverse administratie die betrekking heeft op [C] en [D] . De volgende bescheiden zijn aangetroffen:
- een afschrift van een koop- en verkoopovereenkomst betreffende [I] ltd., waarin staat dat [betrokkene 2] 100% van de aandelen zal kopen;
- een afschrift van een uittreksel uit het handelsregister van de K.v.K. Rotterdam dat betrekking heeft op [C] CV;
- een afschrift van het openen van een MKB Privé Pakket bij de Fortis bank op naam van [C] , de heer [betrokkene 2] ;
- een kladblok met hierop handgeschreven: [betrokkene 2] [b-straat 1] [plaats] tel.: [telefoonnummer] ;
- een soort blanco factuur van [C] CV met handgeschreven aantekeningen die vermoedelijk zien op de indeling en aanpassing van de factuur. Er staan pijltjes naar boven bij de naam- en adresgegevens e.d. van [C] CV;
- een setje van aan elkaar geniete documenten van de Fortis-bank van klantnummer [001] : [betrokkene 2] . De documenten hebben betrekking op internationaal bankieren en een overeenkomst (ont)koppelen beschikkingsbevoegde;
- drie aan elkaar geniete afschriften van de Fortis-bank die betrekking hebben op een voordeel betaalpakket met rekeningnummer [002] op naam van [betrokkene 2] en een MKE pakket rekening [003] op naam van [C] , beide op het adres: [b-straat 1] , [plaats] . Op deze documenten staat o.a. vermeld dat de Pincode voor de pas met nummer [004] naar het huisadres is verzonden. Eén document is een kopie van een afschrift met daaronder de mededeling Pincode, waarop handgeschreven staat dat de Pincode is: [011] bij Europas [006] met [003] als laatste drie cijfers van het bankrekeningnummer;
- een kladblaadje met diverse aantekeningen o.a. over [C] en [J] . Tevens staan e-mail adressen als [e-mailadres 1] , [e-mailadres 2] vermeld;
- een afgescheurd deel van een brief van de ING bank gericht aan [betrokkene 1] . In de brief staat de gebruikersnaam vermeld voor het inloggen op Mijn Postbank.nl.
Op de in de woning van [betrokkene ] gevonden USB-stick zijn manifesten op naam van [D] en facturen op naam van [B] aangetroffen, gericht aan [A] . Deze files zijn telkens vervaardigd onder de naam [betrokkene ] . De 37 manifesten en 8 facturen gericht aan [A] die op de USB-stick zijn aangetroffen, zijn vergeleken met de als verdacht aangemerkte facturen met aangehechte vrachtbescheiden die [A] bij haar aangifte heeft overhandigd. Deze manifesten en facturen zijn identiek aan de documenten die [A] heeft overhandigd.
Tevens is bij de doorzoeking van de woning een visitekaartje van [D] aangetroffen, met een paperclip bevestigd aan een uitgeprinte zakelijke mail gericht aan het mailadres van de verdachte bij [A] .
In het adressenboekje van de verdachte staat de naam [betrokkene 1] met een woonadres en telefoonnummer vermeld. Tevens staat in hetzelfde boekje op de volgende bladzijde de naam [betrokkene 1] met tussen haakjes ( […] )winkel, [f-straat 1] [plaats] plus telefoonnummers en e-mailadres. Het adres was het bedrijfsadres van [D] . In de telefoon van de verdachte staat een telefoonnummer met de naam [betrokkene 1] vermeld.
Bij de doorzoeking is een agenda aangetroffen die vermoedelijk van de verdachte is. In deze agenda staat bij adressen de naam [betrokkene 4] met een telefoonnummer ( [007] ) en daarachter [plaats] .
Aantreffen codes
In het bij de doorzoeking aangetroffen adressenboekje staan de volgende afkortingen geschreven:
[D] [B] [F] [C] [K]
[015]
[016]
12 [G] [H] 49 privé 05 memorystick […]
Op een klein in vieren gevouwen briefje in het bij de doorzoeking aangetroffen adressenboekje staat, onder andere, vermeld:: 1e kwadrant (rechtsboven): [010] (doorgehaald), [B] , [F] [009] , […] [010] , [C] [011] , 2e kwadrant (rechtsonder): [012] [G] , […] [K] , 3e kwadrant (linksonder): [013] [E] (doorgehaald), 4e kwadrant (linksboven): onder andere [014] [D] .
De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat dit briefje altijd in zijn portemonnee zat.
Tussenconclusie hof ten aanzien van de bij de verdachte aangetroffen codes
De aantekeningen [C] met de cijfers [011] corresponderen met de aantekening van de pincode op een afschrift van de zakelijke rekening van [C] die in de woning van de verdachte is aangetroffen. Omdat [C] op de aantekening kennelijk correspondeert met ‘ [C] ’ en het hier telkens een combinatie van 4 cijfers betreft, moet worden geconcludeerd dat voornoemde aantekeningen telkens de pincodes van pasjes van bankrekeningen betreffen. De letters [D] staan dan voor [D] , [B] voor [B] , [F] voor [F] , [C] voor [C] , en [K] voor stichting [K] . De letters [G] staan voor [G] en de letters [H] staan voor [H] . Deze conclusie wordt bevestigd door de verklaring van [betrokkene 3] van [F] dat [geboortedatum] de verjaardag van zijn oudste zoon is en dat het zou kunnen dat hij de geboortedag van zijn zoon als pincode heeft gebruikt. De hiermee strijdige, ter zitting in eerste aanleg voor het eerst gegeven verklaring van de verdachte dat het zou gaan om toegangscode voor websites van (verboden) oppositiepartijen in Congo, is - mede gelet op hetgeen hiervoor is gerelateerd en geconcludeerd - ongeloofwaardig.
Stichtingen
De verdachte is met zijn echtgenote bestuurder van de stichting [G] (de verdachte is voorzitter, [betrokkene 9] penningmeester). Van de andere stichting, [K] , is [betrokkene 1] de voorzitter.
Overboeking naar [G]
Van de bankrekening [017] , op naam van [D] V.O.F. te [plaats] , is in de periode van 19 april 2007 tot en met juni 2007 in totaal € 28.746,00 overgeboekt naar bankrekening [018] , op naam van stichting [G] te [plaats] . Vervolgens wordt voor een totaal van € 21.980 aan contanten opgenomen. Van [D] V.O.F. zijn geen aangiften of nihilaangiften voor de omzetbelasting aangetroffen. Ten behoeve van deze bedrijven is gedurende hun bestaan geen winst aangegeven. [D] V.O.F. is volgens de Kamer van Koophandel per 2 oktober 2006 opgeheven.
Bankafschriften [G]
Uit de bankafschriften van stichting [G] volgt dat in de periode van 19 april 2007 tot en met 28 juni 2007 inderdaad bedragen zijn bijgeschreven door het bedrijf [D] V.O.F. In totaal is door [D] het hiervoor genoemde bedrag van € 28.746 overgeschreven naar de bankrekening van stichting [G] . In de periode 20 april 2007 t/m 4 juni 2007 is vervolgens € 21.980 aan contant geld opgenomen.
Getuige [betrokkene 10]
De getuige [betrokkene 10] was, naast de verdachte en zijn echtgenote [betrokkene 9] , het enige andere bestuurslid van de stichting [G] . Zij kon in het geheel niets verklaren omtrent de overboekingen van totaal € 28.746,00 van de ING rekening [017] op naam van [D] V.O.F. ten gunste van de rekening [018] van de stichting [G] . Voorts verklaarde [betrokkene 10] aangaande de contante opnames van ING rekening met nummer [018] totaal € 21.980 in de periode 20 april 2007 t/m 4 juni 2007 dat zij deze niet heeft gedaan en daar niets van afweet. Ook omtrent de overschrijving op 29 juni 2007 van € 6.500 overgemaakt van rekening [018] (stichting [G] ) naar een bankrekening bij de ABN Amro bank met rekeningnummer [019] op naam van [betrokkene ] kon de getuige [betrokkene 10] niets verklaren.
Overboeking naar stichting [K]
Van bankrekening [017] op naam van [D] te [plaats] is in de periode 2 januari 2007 tot en met 28 juni 2007 in meerdere overboekingen een totaal bedrag van € 38.950,00 overgeboekt naar bankrekening [020] op naam van stichting [K] te [plaats] , waarvan [betrokkene 1] de voorzitter is. Zoals hiervoor is vastgesteld beschikte de verdachte over de pincode van de bankpas van deze stichting.
Vermogen van de verdachte en [betrokkene 9]
De verdachte en [betrokkene 9] zijn in 2003 gehuwd en hebben samen drie kinderen. Eerst hebben zij in [plaats] gewoond en vervolgens in de huidige echtelijke woning aan de [s-straat 1] te [plaats] . Op deze woning rust een hypotheek. [betrokkene 9] heeft diverse bankrekeningen op haar naam staan en er staan diverse bankrekeningen op naam van haar en de verdachte gezamenlijk. De bankrekening eindigend op [021] staat op naam van [betrokkene 9] en is de bankrekening waar haar salaris op wordt gestort. De rekening eindigend op [022] betreft een gezamenlijke bankrekening (en/of rekening) van de verdachte en [betrokkene 9] . Op de bankrekeningen hebben over en weer diverse overboekingen plaatsgevonden.
Gezien de gehuwde status, de gezamenlijke huishouding met drie kinderen, het gezamenlijk bezit van de echtelijke woning, de gezamenlijke bankrekeningen en het delen van de gezamenlijke huishoudelijke kosten, hadden [betrokkene 9] en de verdachte een gezamenlijke financiële huishouding.
De echtelieden beschikten gezamenlijk over 16 privé bankrekeningen. Van tenminste vijf van deze rekeningen werden in de periode 2005 tot en met 2009 onder de noemer hypotheek met grote regelmaat bedragen overgeboekt. Het saldo op de bankrekeningen werd aangevuld met contante stortingen via stortingsapparaten.
Op de privé bankrekeningen van de verdachte en [betrokkene 9] zijn in de periode 2005-2011 totaal de volgende bedragen contant gestort:
- op ABN/Amro [019] op naam van de verdachte € 76.250;
- op Rabo [022] op naam van de verdachte € 38.730;
- op Rabo [021] op naam van [betrokkene 9] € 33.250.
Er is onderzoek verricht naar het inkomen en vermogen van het echtpaar in de periode 2005 tot en met 2010. Op naam van de verdachte zijn voor de jaren 2008 tot 2011 geen (loon)inkomsten bekend. De verdachte heeft in zijn aangiften inkomstenbelasting voor de jaren 2008 tot en met 2010 geen aangifte gedaan van loon uit dienstbetrekking dan wel andere inkomsten. Tegenover de afwezigheid van inkomsten van de verdachte in de jaren 2008 tot en met 2010 is het saldo op de bankrekeningen op de verdachtes naam per 31 december 2008 met € 19.271,- toegenomen. Het saldo op de bankrekening op naam van [betrokkene 9] is eveneens toegenomen per 31 december 2009, te weten met een bedrag van € 26.468,-; dit terwijl het gezin vanaf 2008 alleen van haar inkomen moest rondkomen, dat minder dan € 25.000 bruto per jaar bedraagt. De verdachte heeft verklaard dat hij een paar keer per jaar naar Congo ging.
Contante (pin)opnames en overboekingen [D]
Wanneer een betaling van [A] op de rekening van [D] was ontvangen, werden [E] pintransacties bij geldautomaten uitgevoerd. De meeste contante opnamen betroffen € 1.000 per transactie. Tevens zijn er bedragen variërend van € 400 tot € 12.000 per keer opgenomen bij de (post)kantoren van de ING bank. Totaal is er in de periode van 2 mei 2005 tot en met 5 november 2007 € 120.950 gepind bij geldautomaten en € 362.058,60 contant opgenomen bij (post)kantoren. Vanaf deze [D] rekening is er totaal € 59.850 overgeboekt naar girorekening [023] op naam van [K] . Na deze overboekingen zijn er contante opnamen van meestal € 1.000 per transactie gedaan, in totaal voor € 49.670. De pintransacties van beide bankrekeningen zijn voor het merendeel verricht bij geldautomaten op de volgende locaties:
- [g-straat] te Hoofddorp ;
- [h-straat] in Hoofddorp ;
- Schiphol Airport Aankomstpassage, vertrekpassage lounge 1;
- [i-straat] te Nieuw Vennep ;
- [j-straat] Hoofddorp ;
- [k-straat] , Schiedamseweg te Rotterdam;
- [l-straat] Delft.
Daarbij is 22 keer binnen enkele minuten bij dezelfde geldautomaat gepind met zowel de passen van de rekening van [D] als van de rekening op naam van [K] .
Contante opnamen omgeving Hoofddorp
Er is in totaal € 113.297,81 contant opgenomen bij geldautomaten op verschillende locaties, hoofdzakelijk te Hoofddorp , Nieuw-Vennep, Rotterdam en Schiphol. Tevens is er voor een totaalbedrag van € 6.297,44 aan betalingen via betaalautomaten verricht. Volgens de omschrijvingen gaat het hierbij hoofdzakelijk om betaalautomaten in winkels te Hoofddorp , Beinsdorp en Nieuw-Vennep. Ook is er diverse keren betaald via een GWK op Schiphol.
Zowel via de rekening van [E] als die van [F] zijn er betalingen verricht aan [betrokkene 11] . Zij is de moeder van een buitenechtelijk kind van de verdachte. Zowel via de rekening van [F] als die van [C] zijn er betalingen verricht aan [H] CV, waarvan de verdachte via een Engelse Limited aandeelhouder is. De verdachte was in de periode 19 juni 2007 tot en met 30 juli 2009 directeur van de onderneming [H] CV. De eigenaren van [F] en [C] hebben verklaard niets van diensten van en betalingen aan [H] te weten.
Van de rekening van [B] , gevestigd te Rotterdam, zijn contante opnamen gedaan bij geldautomaten in Hoofddorp , Beinsdorp, Nieuw-Vennep en op Schiphol. De niet opgespoorde eigenaar van [B] , [betrokkene 4] , woonde in Rotterdam.
Tevens zijn de volgende contante opnames gedaan, die, én op dezelfde dag én bij geldautomaten op dezelfde locatie, zijn verricht. De tijdstippen van deze opnames liggen dicht bij elkaar, terwijl de betaalpassen waarmee de opnames zijn gedaan niet op naam van dezelfde persoon zijn uitgegeven:
-
Pas [024] en [025]
In de periode 21 maart 2006 tot en met 30 juli 2006 is 24 keer op dezelfde dag, op bijna hetzelfde tijdstip, bij geldautomaten op dezelfde locatie, contant geld opgenomen, te weten 12 keer met bankpas [024] op naam van [D] en 12 keer met bankpas [025] op naam van [B] .
-
Pas [026] en [025]
In de periode 12 augustus 2006 t/m 29 december 2006 is 24 keer op dezelfde dag, op bijna hetzelfde tijdstip, bij geldautomaten op dezelfde locatie contant geld opgenomen, te weten 12 keer met bankpas [026] op naam van [D] en 12 keer met bankpas [025] op naam van [B] .
-
Pas [027] en [025]
In de periode 2 november 2006 t/m 9 november 2006 is 6 keer op dezelfde dag, op bijna hetzelfde tijdstip, bij geldautomaten op dezelfde locatie contant geld opgenomen, te weten 3 keer met bankpas [027] op naam van [K] en 3 keer met bankpas [025] op naam van [B] .
-
Pas [027] , [026] en [025]
In de periode 11 november 2006 t/m 09 september 2007 is 54 keer op dezelfde dag, op bijna hetzelfde tijdstip, bij geldautomaten op dezelfde locatie contant geld opgenomen, te weten 25 keer met bankpas [027] op naam van [K] en 25 keer met bankpas [026] op naam van [D] . Hierbij is ook nog 3 keer praktisch gelijktijdig met bankpas [025] op naam van [B] geld opgenomen. Tevens is er 1 keer op dezelfde dag, op bijna hetzelfde tijdstip, bij geldautomaten op dezelfde locatie contant geld opgenomen met zowel bankpas [026] als bankpas [025] . Tussen 1 juli en 9 september 2007 zijn met deze pasjes geen opnamen in of in de buurt van [plaats] gedaan. De verdachte verbleef in die periode in Denemarken.
-
Pas [026] en [028]
Op 23 mei 2007 en op 25 mei 2007 is op bijna hetzelfde tijdstip, bij geldautomaten op dezelfde locatie, contant geld opgenomen met zowel bankpas [026] op naam van [D] als met bankpas [028] op naam van [G] .
Met deze op verschillende namen afgegeven pasjes is geregeld, vrijwel gelijktijdig contant geld opgenomen, bij mogelijk dezelfde geldautomaten, dan wel bij geldautomaten die in de nabijheid van elkaar liggen. In vrijwel al deze gevallen is het geld opgenomen bij geldautomaten in de omgeving van Hoofddorp en Schiphol.
Overboekingen [B]
Vanaf de bankrekening op naam van [B] zijn betalingen gedaan die direct dan wel indirect aan [betrokkene ] kunnen worden gekoppeld, namelijk:
- de overboeking van € 13.001,80 naar bankrekening [021] . [021] op naam van [betrokkene 9] , echtgenote van de verdachte.
- een betaling van € 5.493,67 in USD op een buitenlandse rekening op naam van […] , waarvan briefpapier in de woning van de verdachte is aangetroffen.
- een overboeking van 1.100 USD naar [betrokkene 12] . Bij de doorzoeking is een afrekening van een money transfer van Kinshasa naar Canada gevonden van de verdachte naar [betrokkene 12] .
De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat een vriend van hem [betrokkene 12] heet.
Overboekingen [E]
Vanaf de bankrekening op naam van [E] zijn de volgende betalingen gedaan:
- een betaling van € 11.246,59 in dollars naar een buitenlandse rekening op naam van […] .
- een betaling van € 24.849,86 in USD aan [betrokkene 13] , wier paspoort is gevonden in de kluis bij de Rabobank.
- een overboeking van € 6.451,00 naar bankrekening [021] op naam van [betrokkene 9] , echtgenote van de verdachte.
- een betaling van € 4.711,99 in USD aan [betrokkene 11] , de moeder van een buitenechtelijk kind van de verdachte.
Overboekingen [C]
De volgende betalingen zijn van de ABN Amro rekening [003] op naam van [C] gedaan:
- een betaling van € 3.329,50 in dollars naar een buitenlandse rekening op naam van […] .
- een betaling van € 9.000,00 aan [H] CV, waarvan [betrokkene ] via [L] de aandeelhouder is.
Betalingen in Denemarken met pas [B]
De verdachte was gemachtigd tot de ING bankrekening [023] op naam van de stichting [K] . Volgens een afschrift van deze INGrekening is op 31 januari 2007 om 17:44 uur een betaling gedaan met bankpas [027] in Kopenhagen in Denemarken. De verdachte was daar toen net gearriveerd. Ten aanzien van de rekening van [B] geldt het volgende. Volgens opgaaf van de ABN Amro bank was alleen [betrokkene 4] gemachtigd tot de ABN Amro rekening [029] op naam van [B] . De bank heeft een wereldpas met volgnummer [025] verstrekt op deze rekening. Op 25 november 2006 zijn er met deze pas 2 betalingen in winkels in Denemarken gedaan. Uit een bij het getuigenverhoor van [betrokkene 7] overgelegd overzicht van zakelijke dienstreizen met bijbehorende declaraties volgt dat de verdachte op 20 november 2006 van Schiphol naar Kopenhagen is gevlogen. Bij deze declaraties bevindt zich tevens een afrekening van een Car Parking in Kopenhagen op 25 november 2006 en een factuur van autoverhuurbedrijf [M] voor de periode 20 november 2006 tot en met 27 november 2006.
Contante stortingen naar Congo
Uit in de woning van de verdachte aangetroffen stortingsbewijzen blijkt dat in de periode december 2008 tot en met november 2009 de verdachte in totaal meer dan 100.000 dollar en 15.000 euro heeft gestort op Congolese bankrekeningen.’