Conclusie
“VOORWAARDELIJK VERZOEK HOREN GETUIGEN
161.[getuige 1]
“dat [verdachte] hem en zijn familie bedreigde. Hij ontving drugs en moest dit verkopen voor [verdachte] terwijl hij dat niet wilde. Hij was erg bang”. Vervolgens is het onderzoek naar cliënt verder gegaan.
Deze verklaring van [getuige 1] wordt door de Rechtbank ook meegenomen in de bewijsoverweging (zie bijvoorbeeld p. 52 van het vonnis) en wordt derhalve in belastende zin tegen cliënt gebruikt. De verdediging wenst derhalve, indien u niet tot een vrijspraak komt voor de feiten die zin op handel in verdovende middelen, [getuige 1] te horen omtrent zijn redenen van wetenschap, de door hem afgelegde verklaring, zijn contact met cliënt, de door hem zelf uitgevoerde strafbare feiten, etc.”
feit 9 wens ik u te wijzen op de verklaring van [betrokkene 1] , die verklaard heeft de hasj in de meterkast in de woning van cliënt te hebben verstopt en waar hij de drugs vandaan had. Deze verklaring wordt niet tegengesproken door andere stukken in het dossier.
Rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar d.d. 4 augustus 2020
De enkele omstandigheid dat verdachte tijdelijk in de woning verbleef en dat hij een groot contant geldbedrag voorhanden had, is hiervoor onvoldoende. Daartoe wordt in het bijzonder overwogen dat de verdovende middelen zijn aangetroffen in een verborgen ruimte in de woning en het wapen in een lade van de linnenkast die in gebruik was bij de medeverdachte [medeverdachte], de bewoner van de woning. Nu van wetenschap bij verdachte niet is gebleken, komt de rechtbank niet toe aan beantwoording van de vraag of verdachte (ook) beschikkingsmacht over de aangetroffen goederen had. De rechtbank acht het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde niet bewezen” ->