Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Procesverloop en de uitspraak van het hof
3.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
4.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
5.Beslissing
13 september 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft de verdachte die zich schuldig maakte aan meervoudige flessentrekkerij en (poging tot) oplichting door onder valse namen en als feitelijk leidinggever van vennootschappen goederen te bestellen bij diverse bedrijven zonder deze te betalen. De feiten omvatten onder meer het bestellen van sokken, cosmetica, spoelmachinetabs en batterijen met valse betalingsbewijzen en het gebruik van valse namen om bedrijven te bewegen tot levering.
In hoger beroep werd het verzoek van de verdediging tot het horen van twee getuigen afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De Hoge Raad oordeelt dat hoewel het hof niet expliciet heeft getoetst aan het recht op een eerlijk proces zoals vereist door artikel 6 EVRM Pro, dit niet tot cassatie leidt omdat de bewezenverklaring ook steunt op andere, voldoende gemotiveerde bewijsmiddelen zoals verklaringen van andere getuigen, telefoongegevens en aangetroffen bewijs.
De Hoge Raad bevestigt voorts dat het hof terecht heeft geoordeeld dat sprake is van het maken van een beroep of gewoonte van flessentrekkerij, waarbij het handelen van verdachte gericht was op het herhaaldelijk verkrijgen van goederen zonder volledige betaling, en dat het niet noodzakelijk is om te kiezen tussen 'beroep' of 'gewoonte'. Het beroep in cassatie wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor meervoudige flessentrekkerij en oplichting.