Tot de aan de Hoge Raad toegezonden stukken van het geding behoren onder meer:
(i) een dagvaarding van de verdachte om op 7 oktober 2020 om 14:10 uur voor de politierechter te Utrecht te verschijnen;
(ii) een akte van uitreiking met als geadresseerde de verdachte, waarop als briefsoort ‘dagvaarding’ is vermeld, met parketnummer 16-103403-20. Bij zitting is ‘7 oktober 2020’ vermeld, bij tijdstip ‘14:10’ en bij forum ‘politierechter’. Er staat een kruisje bij het vakje ‘Ja’ achter de tekst (Bezorger, u kunt de brief uitreiken) ‘Aan een ander op het vermelde adres, die belooft die brief onmiddellijk aan de geadresseerde te geven’. Achter ‘Voorletters en naam ontvanger’ is ingevuld: ‘ [betrokkene] ’. De invuldatum is 13 juni 2020;
(iii) de aantekening mondeling vonnis van 7 oktober 2020 van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, inhoudende dat de verdachte bij verstek is veroordeeld;
(iv) een mededeling uitspraak met als datum 6 november 2020, afkomstig van het arrondissementsparket Midden-Nederland gericht aan de verdachte. De mededeling noemt als parketnummer ’16-103403-20’ en vermeldt bij ‘Beslissing’ de straf die de politierechter in het vonnis van 7 oktober 2020 heeft opgelegd;
(v) een akte van uitreiking met als geadresseerde de verdachte, waarop als briefsoort ‘Mededeling Uitspraak’ is vermeld, met parketnummer 16-103403-20. Bij zitting is ‘7 oktober 2020’ vermeld, bij tijdstip ‘14:10’ en bij forum ‘politierechter’. Aangekruist zijn het vakje ‘Ja’ bij ‘Geadresseerde woont niet (meer) op het vermelde adres’ en het vakje bij ‘Ik heb de brief niet uitgereikt en deze akte naar waarheid ingevuld’. De invuldatum is 19 november 2020. Aan deze akte is geen mededeling uitspraak gehecht;
(vi) een mededeling uitspraak met als datum 11 december 2020, afkomstig van het arrondissementsparket Midden-Nederland gericht aan de verdachte. De inhoud van deze mededeling is voor het overige identiek aan de inhoud van de mededeling uitspraak van 6 november 2020, genoemd onder (iv);
(vii) een mededeling uitspraak met als datum 14 december 2020, afkomstig van het arrondissementsparket Midden-Nederland gericht aan de verdachte. De inhoud van deze mededeling is voor het overige identiek aan de inhoud van de mededeling uitspraak van 6 november 2020, genoemd onder (iv);
(viii) een met de hand ingevulde ‘akte van uitreiking’ waarop achter ‘Datum’ is vermeld ‘15/03/2021’ en achter ‘Omstreeks’ de tijdsvermelding ‘02.00 uur’. Deze akte vermeldt de naam van de uitreikende verbalisant/inrichtingsmedewerker. Aan de akte is een ID-staat (op basis van identificatie met biometrie) betreffende verdachte van 15 maart 2021 gehecht. De akte vermeldt voorts:
‘Uitgereikt aan
naam: [verdachte]
voornaam: [verdachte]
geboortedatum: [geboortedatum] 1974
geboorteplaats: [geboorteplaats]
adres: [b-straat 1]
woonplaats: [plaats]
parketnummer: 16-103403-20
Aldus op ambtsbelofte opgemaakt
De verbalisant/inrichtingsmedewerker De betrokkene
[handtekening] wilde niet tekenen
(handtekening) (handtekening)
Arrondis[s]ementsparket te Utrecht
Postbus 505
3500 AM Utrecht’
(ix) een ID-staat (op basis van identificatie met biometrie) betreffende verdachte van 15 maart 2021. Hieruit blijkt dat de verdachte geen vast woon- of verblijfplaats heeft. Deze ID-staat (op basis van identificatie met biometrie) is aan de akte van uitreiking genoemd onder (viii) gehecht;
(x) een brief afkomstig van het arrondissementsparket Midden-Nederland aan de verdachte d.d. 7 april 2021, met als onderwerp ‘Mededeling Voorwaardelijke Veroordeling’, parketnummer 16-103403-20, waarin de gegevens vermeld staan van het door de politierechter op 07 oktober 2020 uitgesproken vonnis;
(xi) een akte instellen hoger beroep, inhoudende dat op 7 april 2021 namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 7 oktober 2020.