Conclusie
4.Het eerste middel
(…)
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch veroordeeld tot 27 jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van moord en poging tot moord, medeplegen van meerdere wapengerelateerde feiten en medeplegen van opzetheling. De feiten vonden plaats op 25 september 2015 in de gemeenten Brunssum en Heerlen, waarbij een gestolen Volkswagen Golf werd gebruikt.
Het cassatieberoep richtte zich op drie middelen: een bewijsklacht over het ontbreken van voldoende motivering voor het bestanddeel voorbedachte raad, een klacht over schending van de inzendtermijn en een bewijsklacht over het medeplegen van opzetheling. De verdediging betoogde dat geen sprake was van een vooropgezet plan en dat het schietincident voortkwam uit een panieksituatie.
De Hoge Raad concludeert dat het hof terecht heeft geoordeeld dat sprake was van een vooropgezet plan, mede gebaseerd op de planmatige voorbereiding, het gebruik van een gestolen auto, verklaringen van de verdachte en andere bewijsstukken. De klachten over onvoldoende motivering en bewijs voor het bestanddeel voorbedachte raad en wetenschap omtrent het gestolen voertuig worden verworpen. Wel wordt erkend dat de inzendtermijn van stukken in cassatie met meer dan vier maanden is overschreden, wat leidt tot strafvermindering. Het cassatieberoep wordt verder verworpen.
Uitkomst: Cassatieberoep verworpen met strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn; 27 jaar gevangenisstraf gehandhaafd met vermindering.