Conclusie
IInleiding
IIHet cassatiemiddel en de bespreking daarvan
2.12.1
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte is door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien jaar wegens medeplegen van moord en meervoudige overtreding van een vuurwapenverbod. Het hof onttrok het vuurwapen en munitie aan het verkeer en kende een schadevergoeding toe aan de benadeelde partij.
In cassatie werd aangevoerd dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de verklaring van een onbevraagde getuige toch als bewijs mocht dienen, omdat de verdediging geen gelegenheid had gehad tot ondervraging. Het hof had echter vastgesteld dat de getuige onvindbaar was, ondanks inspanningen van de rechter-commissaris, en dat de verdediging dit erkende. De verklaring van de getuige was ondersteunend maar niet doorslaggevend, en andere bewijsmiddelen zoals DNA, camerabeelden en getuigenverklaringen ondersteunden de bewezenverklaring.
De Hoge Raad bevestigde dat het proces als geheel voldeed aan het recht op een eerlijk proces zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro. Wel werd erkend dat de redelijke termijn in de cassatiefase was overschreden, wat leidt tot vermindering van de opgelegde straf. Het cassatiemiddel faalde verder, en het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De straf van achttien jaar gevangenisstraf wordt bevestigd, met vermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn.