ECLI:NL:PHR:2024:1322
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldboete voor rijden zonder rijbewijs ondanks onjuiste strafmotivering hof
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een geldboete van €500 wegens het rijden zonder geldig rijbewijs op 24 mei 2020. Het hof motiveerde de straf mede met eerdere onherroepelijke veroordelingen van de verdachte voor overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994. Uit de Justitiële Documentatie bleek echter dat één van deze eerdere veroordelingen pas na het bewezenverklaarde feit was gepleegd, waardoor het hof ten onrechte strafverzwarende omstandigheden aannam.
De advocaat-generaal stelde dat ondanks deze onjuiste motivering de straf passend was en dat de verdachte geen belang had bij cassatie. De Hoge Raad bevestigde dit standpunt en verwierp het cassatieberoep. De Hoge Raad overwoog dat het hof terecht een geldboete oplegde en dat de onjuiste motivering niet leidde tot een onrechtmatige strafverzwaring die cassatie zou rechtvaardigen.
Daarnaast wees de Hoge Raad op de overschrijding van de redelijke termijn, maar vond dit niet aanleiding tot vernietiging van het arrest. De zaak werd daarmee definitief afgesloten met de opgelegde geldboete van €500 en subsidiair tien dagen hechtenis.
De uitspraak benadrukt het belang van correcte strafmotivering en het juiste gebruik van justitiële documentatie bij strafoplegging, maar laat ook zien dat een onjuiste motivering niet altijd leidt tot cassatie als de straf passend blijft.
Uitkomst: Cassatieberoep verworpen; geldboete van €500 voor rijden zonder rijbewijs blijft in stand.