Conclusie
1.De cassatieprocedure
2.De bewezenverklaring en de bewijsmiddelen
Feit 2
3.Het eerste middel
Feit 2
Feit 2
4.Het tweede middel
Primair
Feit 3
ECLI:NL:HR:2014:3109, NJ 2015/288) heeft de Hoge Raad overwogen dat het overtreden van artikel 1 van Pro de Wet op het binnentreden weliswaar een vormfout kan opleveren, maar dat voor de daaraan te verbinden consequenties, mede gelet moet worden op de ernst van het verzuim en het belang dat het geschonden voorschrift dient. Dit arrest van de Hoge Raad betrof overigens een geval van binnentreden met een veronderstelde stilzwijgende toestemming van de bewoner, terwijl in het onderhavige geval sprake was van een machtiging tot binnentreden zonder toestemming.
5.Het derde middel
bewustaanwezig hebben van het vuurwapen en de munitie, en niet (tevens) als een beroep op verontschuldigbare rechtsdwaling of psychische overmacht. Die uitleg van het verweer acht ik niet onbegrijpelijk. De slotsom van het verweer is, gelet op hetgeen in de pleitnota is opgenomen, dat de verdachte het wapen heeft weggestopt en vervolgens is vergeten. Nu het hof het verweer kennelijk en niet onbegrijpelijk niet heeft opgevat als een beroep op psychische overmacht, hoefde het hof ook niet in te gaan op “de psychologische tweestrijd naar aanleiding van een traumatische gewapende overval op verdachte”.