Conclusie
Nummer23/00962
Inleiding
Het eerste middel
in welke matede verdachte schuld heeft aan het verkeersongeval – nog sterker dan het oordeel over de vraag
ofde verdachte schuld heeft – verweven zal zijn met waarderingen van feitelijke aard.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, waarbij een verkeersongeval met dodelijke slachtoffers en zwaar letsel aan een derde werd veroorzaakt. Het hof stelde vast dat de verdachte met een snelheid van bijna 140 km/u reed op een weg waar 70 km/u was toegestaan, meerdere auto's inhaalde en onvoldoende rekening hield met een overstekende Toyota Aygo.
De verdachte voerde in cassatie aan dat de bewezenverklaring van schuld onvoldoende was gemotiveerd en dat slechts sprake was van aanmerkelijke schuld. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat sprake was van een hogere mate van schuld, namelijk zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag. Dit oordeel was gebaseerd op een uitgebreid bewijsmiddel, waaronder een computersimulatie waaruit bleek dat de snelheidsovertreding de primaire oorzaak van het ongeval was.
Daarnaast werd het verweer dat de verdachte geen verantwoordelijkheid nam en weinig compassie toonde met de slachtoffers en nabestaanden door de Hoge Raad niet gevolgd. De strafmotivering van het hof, die rekening hield met de ernst van het feit, de omstandigheden en het gedrag van de verdachte, werd als begrijpelijk en juist beoordeeld. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de verdachte wordt veroordeeld voor schuld aan het verkeersongeval met een gevangenisstraf van 24 maanden en een rijontzegging van 5 jaar.