Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel dat namens de verdachte is voorgesteld
4.Beslissing
13 juni 2023.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de vraag centraal of Nederland rechtsmacht heeft over het opzettelijk onttrekken van twee minderjarige dochters aan het wettig gezag van hun moeder, waarbij de kinderen na een vakantie in Egypte niet naar Nederland werden teruggebracht en gedurende vijftien jaren daar werden gehouden.
De verdachte werd ervan beschuldigd de minderjarigen in de periode 2003 tot en met 2018 opzettelijk buiten het bereik van de moeder te hebben gehouden, in strijd met afspraken en zonder toestemming. Het hof had geoordeeld dat Nederland rechtsmacht heeft, omdat de gevolgen van de handelingen zich in Nederland voordeden en de afspraken in Nederland waren gemaakt.
De verdediging stelde dat Nederland geen rechtsmacht heeft omdat de handelingen zich uitsluitend in Egypte zouden hebben voorgedaan. De Hoge Raad verwierp dit verweer en bevestigde dat op grond van artikel 2 Sr Pro vervolging in Nederland mogelijk is wanneer het strafbare feit mede in Nederland is voltooid, ook als delen van het delict in het buitenland plaatsvinden.
De Hoge Raad vond het oordeel van het hof toereikend gemotiveerd en niet onbegrijpelijk, en verwierp het cassatieberoep. Daarmee blijft het hofarrest in stand en is het Openbaar Ministerie ontvankelijk in de vervolging.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de Nederlandse rechtsmacht en verklaart het Openbaar Ministerie ontvankelijk in de vervolging van de verdachte.