Conclusie
1.Overzicht
track & trace’gegevens van postNL over de bezorging van aangetekende post, maar dat uw daarop gebaseerde bewijsvermoeden de feitenrechter voldoende ruimte biedt om serieuze rechtszoekenden te kunnen beschermen en dat het probleem ook niet zozeer de bewijsregel is als wel de ondermaatse kwaliteit van de aangetekende-postbezorging, dat opgelost zal moeten worden door PostNL zelf of door de toezichthouder ACM en hoe dan ook in belang afneemt door toenemend gebruik van digitaal procederen.
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten
Track & Tracedie post op 26 november 2022 om 19:54 uur op dat adres is bezorgd en daarbij voor ontvangst is getekend. Volgens het Hof is de belanghebbende aldus correct uitgenodigd voor de zitting, zodat die door kon gaan. Dat de gemachtigde volgens zijn stellingen op die datum niet op het genoemde adres verbleef, leidde het Hof niet tot een ander oordeel omdat de gemachtigde dat adres zelf heeft opgegeven en er kennelijk iemand aanwezig was die de deur heeft geopend en het poststuk in ontvangst heeft genomen. Dat dit wellicht niet de gemachtigde zelf was, doet er niet aan af dat de uitnodiging op de juiste wijze is bekendgemaakt, aldus het Hof. Het ligt volgens hem op de weg van de gemachtigde om er voor te zorgen dat poststukken die bij zijn afwezigheid worden bezorgd naar hem worden doorgezonden of anderszins aan hem ter kennis worden gebracht.
3.Het geding in cassatie
4.Beschouwing
couleur localevermeld ik dat de feitenrechters hebben vastgesteld dat de belanghebbende kort voor de zitting bij de rechtbank onder meer kopieën van zeven enveloppen heeft ingebracht, geadresseerd aan de heffingsambtenaar, en dat zij het standpunt innam dat de datering van op stempels lijkende afdrukken op die enveloppen de data zijn waarop zij bezwaarschriften, ingebrekestellingen en dergelijke verzonden heeft aan die ambtenaar. De heffingsambtenaar heeft de ontvangst van de volgens haar door haar op 14 december 2019 en 23 januari 2020 verzonden bezwaarschriften en op 14 maart 2023 verzonden ingebrekestelling ontkend en stelde dat de door de belanghebbende geproduceerde scans van enveloppen door haar of haar gemachtigde gefabriceerde vervalsingen zijn. Hij heeft daartoe op de volgende omstandigheden gewezen:
track & tracegegevens van postNL ter zake van de bezorging van aangetekende post, maar dat uw bewijslastverdeling en het op die gegevens gebaseerde bewijsvermoeden van reglementaire bezorging de feitenrechter voldoende ruimte bieden om serieuze rechtszoekenden te kunnen beschermen. Als een partij stelt dat het aangetekende stuk niet is uitgereikt of geen afhaalbericht op het juiste adres is achtergelaten, is voor het aannemelijk maken daarvan immers voldoende dat die partij “feiten en omstandigheden aanvoert op grond waarvan de ontvangst of de aanbieding van het stuk, in weerwil van de gegevens van PostNL, redelijkerwijs kan worden betwijfeld.” Er moet dus weliswaar meer zijn dan een blote ontkenning van die gegevens, maar de feitenrechter heeft een grote vrijheid om een ook maar enigszins aannemelijke weerspreking van die gegevens als voldoende tegenbewijs aan te merken als hij de betrokken procespartij als geloofwaardig beschouwt c.q. hij reden heeft om aan die gegevens, met name aan de herkomst van de handtekening op het ontvangstbewijs te twijfelen.