3.2Uit de pleitnota die door de raadsvrouw van klager is overgelegd tijdens de behandeling van het klaagschrift in raadkamer blijkt dat het volgende is aangevoerd:
Hennep
12. Er is een machtiging voor beslaglegging op 3,2 miljoen afgegeven, wegens een hennepplantage die is aangetroffen in het pand aan de [a-straat] in [plaats], waar cliënt destijds eigenaar van was.
13. Deze machtiging was gebaseerd op een vluchtige berekening, waarbij werd uitgegaan van een periode van 3 jaar (beginnend in 2017, met in totaal 16 oogsten en 2200 planten per kweek).
14 . Inmiddels is de uitspraak van uw rechtbank in de zaak van cliënt onherroepelijk geworden. De rechtbank heeft de periode van 1 maart 2019 tot en met 6 oktober 2020 bewezenverklaard, dat zijn 83 weken. Zoals u ambtshalve vast bekend is, duurt een kweek minimaal tien weken. Zestien kweken is dan ook absoluut onmogelijk geweest.
15. Bovendien heb ik in bijlage 3 van het klaagschrift een proces verbaal gevoegd waarbij een verbalisant aan de hand van de chatgesprekken heeft uitgerekend hoeveel kweken er zouden zijn geweest. Daarin is geconcludeerd dat er vermoedelijk zes kweken hebben gestaan. Hetgeen ook door cliënt is verklaard.
16. In het rapport wederrechtelijk verkregen voordeel staat opgenomen dat de rechtbank een periode conform tenlastelegging van 1 januari 2019 tot 6 oktober 2020 bewezen heeft verklaard, daarmee wordt uitgekomen op 9 kweken. Dat klopt niet. U heeft het vonnis ontvangen. Op pagina 30 van het vonnis staat de bewezenverklaarde periode.
17. Daarbij kan deze periode absoluut nier langer zijn geweest, want cliënt heeft het pand pas eind 2018 gekocht en daarna is de hele plantage opgebouwd hetgeen enige tijd in beslag heeft genomen. U treft de stukken ten aanzien van de aankoop van het pand in
bijlage 2.
18. Hierbij merk ik nog op dat uit de chatgesprekken volgt dat zeker niet 6 kweken zijn gelukt. Er wordt vaak gesproken over rommel en het verwijderen van de planten, omdat het zonde is van de stroom. En er is één reeds geknipte kweek gestolen. Volgens cliënt zijn 3 kweken daadwerkelijk gelukt.
19. Dan het aantal planten per kweek. Nergens uit het dossier volgt dat er 2.200 planten per kweek hebben gestaan. Er is heimelijk binnengekeken door de politie. Enkel op de zolder van het pand is een (niet in werking zijnde) hennepkwekerij aangetroffen. Daar passen geen 2.200 planten. In het rapport wederrechtelijk verkregen oordeel wordt nu ineens uitgegaan van de oppervlakte van het gehele pand.
20. De berekening van 2200 planten is een absoluut onzuivere rekensom geweest uit een notitie die niet nader gespecificeerd is naar data of kweken uit de chatgesprekken volgt juist dat er steeds zo’n 1000 stekken worden aangekocht.
21. Tot slot de omzet. Wanneer wordt uitgegaan van € 4070 per kilogram. Dan zal dat een omzet opleveren van
€ 333.600,-en niet van miljoenen (28 gram per plant x 1000 planten x 3 kweken = 84 kilogram x € 4070). Daar zijn de kosten nog niet van afgetrokken en nog met gedeeld door drie personen. Daarom verzoek ik u van deze berekening uit te gaan.
22. Subsidiair verzoek ik u (voorlopig uit te gaan van de berekening in het rapport wederrechtelijk verkregen voordeel voor 6 kweken. Hetgeen een voordeel van
€ 400.661,60betreft (€ 1.201.984.80, 3 verdachten).
GHB en GBL
23. Client heeft aangegeven een paar honderd liter GBL te hebben verhandeld en daar een winst van € 4 tot € 8 per liter te hebben gemaakt. Als in het meest ongunstige geval wordt uitgegaan van de situatie dat cliënt in zijn eentje de 20.000 liter heeft verhandeld (waar een factuur van 13 aangetroffen) met een gemiddelde winst van € 6, per liter, dan wordt uitgekomen op een wederrechtelijk verkregen voordeel van maximaal
€ 120.000(20.000 L x € 6)
24. Subsidiair verzoek ik u (voorlopig): uit te gaan van de berekening in het rapport wederrechtelijk verkregen voordeel van een voordeel van
€ 317.440,-.
Conclusie
25. Mogelijk zal een later oordelende rechter een maximaal bedrag van
€ 718.101,60(€ 400.661,60 + € 317.440,-) willen ontnemen. Het is hoogst onwaarschijnlijk dat een later oordelende rechter een miljoenenbedrag zal willen ontnemen.
26. Het voordeelsbeslag kan zodoende worden geminderd en de verdediging verzoekt u om die reden het conservatoir beslag gedeeltelijk op te heffen. In het navolgende zal ik ingaan welke nummers cliënt specifiek verzoekt tot opheffing.
Verzoek gedeeltelijke opheffing
27. Bij cliënt is een geldbedrag van € 239.195,38 aangetroffen en dit bedrag staat onder conservatoir beslag. Wekelijks werd 15% uit de omzet gehaald en contant bewaard. Client heeft op de terechtzitting aannemelijk gemaakt dat dit geldbedrag afkomstig is uit de kaashandel over de jaren 2018 tot en met 2020.
28. Over het jaar 2018 was al een aangifte inkomstenbelasting gedaan, zodoende is cliënt ten aanzien van dit geldbedrag veroordeeld voor witwassen. Hoewel dit geld verbeurd is verklaard, heeft cliënt daar wel al belasting over betaald, omdat de boekhouder van cliënt voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling het geld alsnog heeft opgegeven.
29. Over het restant (een bedrag van € 152.537,31) heeft de rechtbank in de strafzaak teruggave aan cliënt gelast, omdat over de jaren 2019 en 2020 nog geen aangifte inkomstenbelasting was gedaan. En er aldus nog geen strafbaar feit was gepleegd.
30. Dat bedrag is nu in de boeken verwerkt, dat betekent dat hierop er nog een belastingheffing zal worden gedaan. Client ontvangt (mede namens de eenmanszaak dit geld graag terug, anders wordt zijn zaak zwaar getroffen. Ik verzoek u daaruit het conservatoire beslag ten aanzien van nummer 41 op te heften en de teruggave te gelasten.
36 en 42 Vorderingen Rabobank
31. Er ligt beslag op een aantal vorderingen van de Rabobank. Cliënt wil graag dat van deze nummers het beslag wordt opgeheven, omdat hij geen klant meer is bij de Rabobank. Er liep een onderzoek omdat cliënt teveel grote coupures zou storten op zijn zakelijk rekening. Client heeft uitgelegd dat hij veel contant geld verdient op de markt, maar uiteindelijk is cliënt weggegaan bij de Rabobank en heeft zijn zakelijke en privérekeningen overgezet naar de ING bank.
32. Nummer 37 is al overgezet naar een ING rekening Op nummer 36 en 42 zijn nog wel vorderingen bij de Rabobank. Dat zijn privérekeningen van cliënt. Client wil de periode bij de Rabobank graag helemaal afsluiten en verzoekt u daarom om het beslag ten aanzien van deze nummers op te heffen.
44. [plaats] sectie A nummer 6110
33. Client heeft op 26 november 2018 het pand aan de [a-straat] gekocht. In
bijlage 2treft n de koopovereenkomst. Hieruit volgt dat de koopsom en bedrag van € 120.000, betrof. Van dat bedrag is € 110000 gefinancierd door de grootvader van cliënt In bijlage 2 treft u ook de leenovereenkomst en u ziet ook de rekeningafschriften waaruit volgt dat de heer I.T. Baars op 14 december 2018 het bedrag van € 110.000, rechtstreeks heeft overgemaakt aan de notaris.
34. Client heeft inmiddels met medewerking van het openbaar ministerie het pand verkocht. De overwaarde is bijgeschreven op de rekening van het openbaar ministerie. U treft die stukken in
bijlage 3.
35. Echter heeft het openbaar minister uiteraard niet meegewerkt met het verzoek van cliënt om de € 110.000, terug te betalen aan zijn opa. Zodoende heeft cliënt nog steeds een lening op een pand dat hij niet meer in zijn bezit heeft.
36. Client wil graag dat het beslag van nummer 44 wordt opgeheven. Het geleende geld kan hij dan teruggeven aan zijn opa en cliënt heeft geen verplichtingen meer voor het voldoen van de rente.
43. [plaats] sectie B nummer 2953 ([b-straat 1], [plaats]).
48. [plaats] sectie A nummer 2309 ([c-straat 1], [plaats])
37. Bovengenoemde panden heeft cliënt in eigendom tezamen met zijn broer [betrokkene 1]. In
bijlage 4treft u het proces verbaal dat ingaat op het vermogen van cliënt. Hieruit volgt dat voornoemde panden slechts in 50% in bezit zijn bij cliënt.
38. De broer van cliënt is op geen enkel moment als verdachte aangemerkt en cliënt vindt het dan ook heel vervelend dat het beslag ook zijn broer raakt. Cliënt verzoekt u dan het beslag ten aanzien van deze panden op te heffen.
Conclusie
39. Sinds oktober 2020 ligt er conservatoir beslag op het vermogen van cliënt. De strafzaak van cliënt is nu ruim een half jaar geleden afgedaan. De ontnemingszaak ligt stil. De verdediging acht het onredelijk bezwarend dat het beslag voor zo’n lange periode blijft liggen terwijl duidelijk is dat niet dit gehele bedrag zal worden ontnomen. De verdediging verzoekt u daarom om een gedeelte van beslag op te heffen, met daarin in elk geval inbegrepen nummers 36, 41, 42, 43, 44 en 48.”