Conclusie
Nummer22/00453
Inleiding
De zaak
pak hem, pak hem”, “
pak aan”, “
pak aan kankerneger” en “
jij gaat dood kankerneger”. Vervolgens heeft een van de medeverdachten met een hamer op de voorruit en zijramen van de auto van de aangever geslagen. De wapens zijn na afloop van het incident verstopt in een regenput.
Het eerste middel
De bewijsconstructie
”
" en "kankerneger
".
" gevolgd door een knal, gelijkend op het schot van een (hand)vuurwapen.
", direct gevolgd door twee knallen. Het klinkt als pistoolschoten.
".
", "manieren leren
".
". Op 14 maart 2020 om 03:28 uur wordt er met de telefoon van [betrokkene 5] een bericht gestuurd naar de telefoon van aangever met de tekst: "dit was alleen een waarschuwing
". Tussen vrijdag 13 maart 2020 om 22:24 uur en zaterdag 14 maart 2020 om 00:01 uur vinden er nog gesprekken plaats met de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer 2] over iets dat verstopt moet worden en morgen opgehaald kan worden.
Bewijsoverweging
". Uit het chatgesprek tussen [betrokkene 1] en [betrokkene 6] blijkt dat [betrokkene 1] vooraf een plan heeft gemaakt voor de confrontatie met aangever en afspraken heeft gemaakt om er meer mensen bij te hebben. Hij heeft tijd en plaats waar de anderen moeten zijn doorgegeven en heeft uitgelegd dat aangever hem eerst moet zien, waarna de anderen er bij zouden moeten komen. Dat is ook precies wat er op 13 maart 2020 is gebeurd. Wat de intenties van verdachte en de medeverdachten betreft acht de rechtbank ook van belang dat in het chatgesprek tussen [betrokkene 6] en [betrokkene 4] wordt gesproken over “manieren leren
”. [betrokkene 4] is vervolgens op 13 maart 2020 met zijn blauwe Seat Cordoba vanuit [plaats] naar [plaats] gekomen met [betrokkene 5], [betrokkene 6] en verdachte met zijn hond. In [plaats] hebben ze [betrokkene 1] ontmoet en is verdachte met zijn hond bij [betrokkene 1] in de auto gestapt. [betrokkene 1] is in zijn auto uit het zicht gaan staan wachten in de [b-straat], omdat hij niet gezien wilde worden. [betrokkene 4] heeft zijn blauwe Seat, met daarin ook [betrokkene 5] en [betrokkene 6], geparkeerd in de [a-straat]. Daar hebben ze een uur staan wachten. Kort nadat aangever, zo tegen 20.00 uur, in zijn witte Ford Ka stapte, is hij klemgereden door [betrokkene 1]. [betrokkene 1] is uitgestapt, naar de auto van aangever gelopen en heeft aangever twee vuistslagen in het gezicht gegeven. Aangever is ook uitgestapt en heeft [betrokkene 1] hard teruggeslagen. Op dat moment zijn [betrokkene 4], [betrokkene 6], [betrokkene 5] en verdachte en zijn hond aan komen rennen. [betrokkene 4] heeft een taserpistool uit zijn broeksband gehaald en op aangever gericht. Verdachte had een vuurwapen en heeft dit wapen aan [betrokkene 1] gegeven. Aangever is weggerend, waarna verdachte en medeverdachten achter hem aan zijn gerend. [betrokkene 4] heeft geschoten. [betrokkene 6] heeft ook geschoten. Er is geroepen: "pak hem, pak hem
", "pak aan
", "pak aan kankerneger
", "jij gaat dood kankerneger
".
Feit 1
Openlijk geweld
De vraag die de rechtbank als eerste dient te beantwoorden is of sprake is geweest van openlijke geweldplegingen tegen personen en goederen. Daarvan is sprake bij geweld, gepleegd in vereniging, dat voor derden zichtbaar was of had kunnen zijn waardoor de openbare orde wordt verstoord. Het geweld tegen aangever vond plaats op de openbare weg. Verdachte en zijn medeverdachten hebben vooraf afspraken gemaakt en zich verzameld op de openbare weg, waarna aangever is geslagen, er in het bijzijn van aangever met (vuur)wapens is geschoten en achter aangever aan is gerend, onder medeneming van die (vuur)wapens. Vervolgens is met een hamer tegen de autoruiten van de auto van aangever geslagen, waardoor deze ruiten zijn vernield. De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat er sprake is geweest van openlijk geweld tegen personen en goederen.
Voldoende significante of wezenlijke bijdrage
De rechtbank stelt voorop dat van het "in vereniging" plegen van geweld in de zin van artikel 141, eerste lid, Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) sprake is, indien de betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld, zij het dat deze bijdrage zelf niet van gewelddadige aard behoeft te zijn. De enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt is niet zonder meer voldoende om hem te kunnen aanmerken als iemand die "in vereniging" geweld pleegt. Beoordeeld zal moeten worden of de door de verdachte geleverde -intellectuele en/of materiële- bijdrage aan het delict van voldoende gewicht is. [betrokkene 1] heeft een plan gemaakt voor een confrontatie met aangever en afspraken gemaakt over bijstand van verdachte en de overige medeverdachten. Nadat [betrokkene 1] geweld tegen aangever heeft gebruikt, is verdachte hem, met de andere medeverdachten, te hulp geschoten. Verdachte heeft een wapen aangereikt aan [betrokkene 1] en is met zijn medeverdachten achter aangever aangerend. Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat verdachte, door aldus te handelen, opzet heeft gehad op de geweldshandelingen en een voldoende significante en wezenlijke bijdrage aan het geweld heeft geleverd. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1. ten laste gelegde openlijk in vereniging plegen van geweld tegen personen en goederen.
Feit 2
Feit 3 A en B
De rechtbank is gelet op voornoemde bewijsmiddelen van oordeel dat verdachte een vuurwapen aangereikt heeft aan zijn zoon [betrokkene 1] en daarmee de beschikkingsmacht over dit vuurwapen heeft gehad. Hij moet zich er ook bewust van zijn geweest dat het door hem aangereikte wapen een vuurwapen met munitie betrof. De gebruikte vuurwapens (een pistool en een revolver) zijn met bijbehorende munitie aangetroffen. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat verdachte een vuurwapen en bijbehorende munitie voorhanden heeft gehad. De rechtbank kan op grond van de bewijsmiddelen niet vaststellen of het vuurwapen, met bijbehorende munitie, dat verdachte aan zijn zoon heeft aangereikt een pistool of een revolver is, zodat de rechtbank in de bewezenverklaring hier geen keuze in zal maken. Nu verdachte het wapen aan zijn zoon heeft aangereikt en zijn zoon daarmee achter aangever [slachtoffer] aan is gerend, terwijl zij beide betrokken waren bij het in vereniging plegen van openlijk geweld en het medeplegen van bedreiging zoals hiervoor beschreven, is de rechtbank van oordeel dat daarmee is voldaan aan het vereiste van een -op het voorhanden hebben van een revolver of pistool met bijbehorende munitie gerichte- bewuste en nauwe samenwerking tussen de verdachte en zijn zoon. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van het onder 3. A en B ten laste gelegde.
De drie deelklachten van het eerste middel en de toelichting daarop
digitale correspondentie” volgens de steller van het middel niet redengevend kan zijn voor het bewijs, (2) dat het te hulp schieten van zijn zoon respectievelijk het achter de aangever aanrennen – zowel op zichzelf als in onderlinge samenhang bezien – niet kan leiden tot de conclusie dat de bijdrage van de verdachte zodanig is geweest dat hij openlijk geweld heeft medegepleegd, en (3) dat in het dossier een onderbouwing ontbreekt voor de stelling dat de verdachte zijn zoon een vuurwapen ter hand heeft gesteld.
dat hij gaat rennen”;