Conclusie
Inleiding
Het cassatiemiddel
Het uitleveringsverzoek
De procesgang bij de rechtbank
3.9Dreigend risico van een flagrante inbreuk op artikel 6 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM)
a real risk of admission at the applicants (re)trial of evidence obtained by torture of third persons.’ De raadsvrouw heeft daartoe gewezen op de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) van 17 januari 2012 (Othman/Verenigd Koninkrijk, 8139/09), waarin is bepaald dat het gebruik in een strafzaak van verklaringen die zijn verkregen door foltering van derden, een flagrante schending van het recht op een eerlijk proces oplevert. Dit laatste geldt ook indien sprake is van bewijs dat ‘slechts’ is verkregen door middel van mishandeling of bedreiging van derden. In de Marokkaanse strafzaak tegen de opgeëiste persoon is sprake van sterke aanwijzingen dat het bewijs tegen hem is verkregen door foltering van medeverdachten, met name van medeverdachte [betrokkene 2] . Dat dit daadwerkelijk heeft plaatsgevonden blijkt onder meer uit twee door [betrokkene 2] geschreven brieven. Ook andere medeverdachten zijn gemarteld en verblijven onder erbarmelijke omstandigheden in detentie en isolatie. Het uitleveringsverzoek is in belangrijke mate gebaseerd op met martelingen verkregen verklaringen.
dreigendeschending van artikel 6 EVRM Pro in de regel niet aan de uitleveringsrechter. Hierop kan een uitzondering bestaan indien bij de behandeling van het uitleveringsverzoek ter zitting naar aanleiding van een voldoende onderbouwd verweer is komen vast te staan
flagranteinbreuk op enig hem ingevolge voornoemde verdragsbepaling toekomend recht, en tevens
flagranteinbreuk op artikel 6 EVRM Pro.
flagrant denial of justice’. Het gebruik van bewijs verkregen door marteling (van derden) levert naar het oordeel van het EHRM een flagrant oneerlijk proces op (rechtsoverwegingen 263 en verder).
dreigende flagrante schending van het recht op een eerlijk proces” aan u, de uitleveringsrechter te worden voorgelegd. Ook de HR heeft op 21-3-2017 (ECLI:NL:HR:2017:463) dit nogmaals bevestigd.
application no. 8139/09) beslist dat de deportatie van Othman naar Jordanie in strijd zou zijn met art. 6 EVRM Pro “
on account of the real risk of the admission at the applicant's retrial of evidence obtained by torture of third persons” (punt 5 van de beslissing helemaal aan het einde van de uitspraak).
flagrante schending van het recht op een eerlijk proces” oplevert. Zie rov 263:
The Court agrees with the Court of Appeal that the central issue in the present case is the real risk that evidence obtained by tortureof third personswill be admitted at the applicant's retrial. Accordingly, it is appropriate to Consider at the outset whether the useat trial of evidence obtained by torture would amount to aflagrant denial of justice. In common with the Court of Appeal (see paragraph 51 above), the Court considers that it would.” (onderstrepingen van mij, raadsvrouw)
other forms of ill treatment which fall short of torture” kan worden aangemerkt als een “
flagrant denial of justice”.
flagranteschending van art. 6 EVRM Pro. Die dus aan u moet worden voorgelegd.
dat de eerder gesignaleerde problemen bij de uitvoering van een ‘normaal’ verhoor van getuige [betrokkene 2] in Marokko, met gelegenheid tot rechtstreekse ondervraging door de verdediging, ook nu nog bestaan. Het horen van [betrokkene 2] is niet mogelijk via videoverbinding met Marokko en een verzoek tot tijdelijke overbrenging van de getuige wordt niet gehonoreerd. Er is slechts de mogelijkheid, zoals ook al door de vorige rechter-commissaris was geconstateerd, vooraf opgestelde schriftelijke vragen aan getuige te laten stellen in een verhoor door een Marokkaanse rechter-commissaris.Het enige verschil ten opzichte van het verleden is dat AIRS nu de kans van slagen van een verzoek een gedetineerde getuige te horen in Marokko als ‘licht optimistisch’ inschat. Dan wordt wel bedoeld een eenvoudig verzoek met opgave van schriftelijke vragen, die diplomatiek zijn geformuleerd, waarbij geen aanvullende eisen en verzoeken worden geformuleerd die als ‘lastig’ kunnen worden ervaren. Deze factoren staan aan een voortvarende aanpak in de weg.
The case-law of the Court reflects the fact that paragraph 3 (d) of Article 6 comprises those two distinct rights. The Court has developed general principles which relate exclusively to the right to examine, or have examined, prosecution witnesses, as well as general principles specifically concerning the right to obtain the attendance and examination of defence witnesses. (i) The right to obtain the attendance and examination of defence witnesses. When it comes to defence witnesses, it is the Court’s established case-law that Article 6 § 3 (d) does not require the attendance, and examination of every witness on the accused’s behalf, the essential aim of that provision, as indicated by the words ‘under the same conditions’, being to ensure a ‘full equality of arms’ in the matter (see, amongst many authorities, Murtazaliyeva/Russia [GC], no. 36658/05, § 139,18 December 2018, in which judgment the Court reaffirmed and further clarified the general principles concerning the right to obtain attendance and examination of defence witnesses).”
Het enige verschil ten opzichte van het verleden is dat AIRS nu de kans van slagen van een verzoek een gedetineerde getuige te horen in Marokko als ‘licht optimistisch’ inschat. Dan wordt wel bedoeld een eenvoudig verzoek met opgave van schriftelijke vragen, die diplomatiek zijn geformuleerd, waarbij geen aanvullende eisen en verzoeken worden geformuleerd die als ‘lastig’ kunnen worden ervaren. Deze factoren staan aan een voortvarende aanpak in de weg.
Hij weigerde te ondertekenen zonder opgaaf van reden hiervoor, waarna wij ondertekenden, samen met de assistent. [9]
U zegt dat het onderwerp van het verhoor van vandaag is de bejegening tijdens de verhoren door de Marokkaanse politie van [betrokkene 2] . U vraagt mij of ik daar een bepaalde herinnering aan heb, hoe hij werd bejegend. Niet helemaal. U vraagt mij of ik heb gezien dat er geweld is gebruikt jegens [betrokkene 2] . Nee, ik heb dat niet gezien. U vraagt mij of ik heb gehoord dat [betrokkene 2] werd bedreigd door de Marokkaanse verhoorders. Dat heb ik niet gezien of gehoord. U vraagt mij of ik letsel bij [betrokkene 2] heb gezien. Nee.”
U vraagt mij of er toen nog is gesproken met mijn leidinggevende of de officier van justitie over de mensenrechtensituatie in Marokko, specifiek met betrekking tot verdachten. Dat zal ongetwijfeld gebeurd zijn, maar ik kan me niet zo specifiek herinneren dat we het daarover hebben gehad.”
U vraagt mij of ik met leden van team Zeilboot heb besproken dat [betrokkene 2] voor een ernstige zaak in detentie zat in Marokko, een vergismoord, en wat voor gevolgen dat voor hem zou kunnen hebben. Ik begrijp niet wat u bedoelt. U vraagt mij of ik heb gesproken over de vraag hoe [betrokkene 2] mogelijk behandeld zou worden tijdens zijn detentie in Marokko. Nee.”
U vraagt mij of ik mij heb verdiept in de detentiesituatie in Marokko, voordat ik daarheen ging. Nee. U vraagt mij wat mijn idee was over de detentiesituatie daar. Ik had wel het idee dat de situatie erbarmelijk zou zijn en dat het anders zou zijn dan in Nederland. Daarover heb ik wel nagedacht en daarvan was ik me wel bewust.”
U vraagt mij of ik erover heb nagedacht dat gedetineerden of verdachten mogelijk gemarteld worden. Nee, dat is niet in mij opgekomen. U vraagt mij of ik heb nagedacht over het functioneren van de rechtspraak in Marokko, over de vraag of Marokko een onafhankelijke rechtstaat was. Nee, daar heb ik niet over nagedacht, dat is ook niet aan mij natuurlijk. Ik weet hoe ik me moet opstellen, je bent toch te gast in een ander land. Je zit erbij als toehoorder. Uiteindelijk zijn het de Marokkaanse collega's die het verhoor uitvoeren. Onze vragen hadden wij vooraf voor hen bij het rechtshulpverzoek gevoegd. U vraagt mij of ik mij heb verdiept in corruptie van overheidsfunctionarissen in Marokko. Nee, daarin heb ik mij niet verdiept. U vraagt mij of ik daar iets van afwist. Nou, in alle eerlijkheid niet, nee.”
checks and balancesin de afwegingen rondom het vragen van internationale rechtshulp aan landen buiten de Europese Unie.”
U vraagt mij hoe vaak [betrokkene 2] heeft gehuild tijdens het verhoor. Een paar keer, ik denk twee of drie keer. Waarom [betrokkene 2] zo geëmotioneerd was? [betrokkene 2] zei in het Nederlands tegen ons dat hij verschrikkelijk bang was voor zijn familie. Hij was bang voor zijn ouders en familie in Nederland. Hij zei dat dat de reden was dat hij niets wilde zeggen. In het Nederlands maakte [betrokkene 2] op enig moment nog een opmerking. Hij zei tegen ons: Jullie begrijpen het niet, want [betrokkene 1] en [betrokkene 5] zijn helemaal gek.”
Er was eerst stemverheffing en toen werd [betrokkene 2] geëmotioneerd. [betrokkene 2] begon toen over de veiligheid van zijn familie. De Marokkaanse agent had tegen [betrokkene 2] gezegd: ‘zeg het anders, in het Nederlands tegen hun’, doelend op ons. [betrokkene 2] wilde geen antwoord geven uit angst voor de gevolgen. Dat is inderdaad mijn conclusie.”
U vraagt mij of ik na het toiletbezoek nog aan [betrokkene 2] heb gevraagd wat er tijdens dat toiletbezoek was gebeurd. Nee, ik kan wel raden wat hij op een toilet doet. U zegt dat u de vraag los daarvan bedoelt. Nee. Of ik heb gevraagd waarom hij huilde? Nee. Hij huilde al voordat hij naar de toilet ging. Ik nam aan dat hij huilde vanwege de situatie waarin hij zat, dat was wel duidelijk voor mij. Er werden [betrokkene 2] vragen gesteld waarop hij niet wilde antwoorden, omdat hij bang was voor de veiligheid van zijn familie. [betrokkene 2] gaf dat zelf aan, dat hij bang was voor de veiligheid van zijn familie. Hij zat met een dilemma. In mijn beleving was hij bij zichzelf aan het afwegen of hij wel of geen antwoord moest geven op vragen, vanwege zijn zorgen over de veiligheid van zijn familie.”
U zegt dat als u de verklaring van [betrokkene 2] bekijkt het lijkt alsof hij op alle vragen antwoorden heeft gegeven. U zegt dat u niet in het Marokkaanse proces-verbaal terugziet dat hij aanvankelijk niets wilde zeggen. Dat kan goed kloppen, ik wil niets zeggen over de werkwijze van de Marokkaanse rechercheurs, maar het wordt op een andere manier vastgelegd in Marokko dan bij ons. Wij bouwen een verhoor op en in een proces-verbaal dat wij opmaken kan je dat ook goed zien, ook hoe een antwoord tot stand komt.”
U zegt dat u in het Marokkaanse proces-verbaal niet terugleest dat [betrokkene 2] eerst niets wilde zeggen. U houdt mij voor dat ik vandaag heb verklaard dat de Marokkaanse collega’s [betrokkene 2] moesten overhalen om te verklaren. U vraagt mij wat ik daarmee bedoel. Zoals ik al zei: aanvankelijk wilde [betrokkene 2] niet antwoorden. Met stemverheffing probeerden de Marokkaanse collega's [betrokkene 2] over te halen. Hij ging huilen. Vervolgens troostten zij hem. Toen ging hij wel antwoord geven. [betrokkene 2] verklaarde daarna wel.”
U vraagt over het toiletbezoek van [betrokkene 2] en wanneer tijdens het verhoor dat nu plaatsvond. Het toiletbezoek was meen ik ergens middenin het verhoor. U vraagt of er voorafgaand aan het toiletbezoek al veel vragen waren beantwoord. Ik weet het niet precies meer. Wat ik me wel herinner is dat [betrokkene 2] na het toiletbezoek nog steeds geen antwoord wilde geven, maar opeens sloeg het alsnog, om, na weer een emotionele toestand, en wilde hij wel verklaren. Of [betrokkene 2] naar de toilet ging voor- of nadat hij de namen had genoemd? Dat kan ik niet met zekerheid zeggen. Wij hebben het als een chaotisch verhoor ervaren. Ik durf het nu eigenlijk echt niet meer te zeggen of het ervoor of erna was.”
Dus uw broer zei tegen u: weet je wel, ik ga zeggen dat ik gemarteld ben? Het was ook echt geestelijk martelen, dat was het ook. Ik weet niet of [betrokkene 2] wel een keuze had. Diep van binnen wilde [betrokkene 2] het niet verklaren, maar hij voelde dat hij moest. Er was niemand bij, geen advocaat, en dat stukje gaat dan weer voorbij. Dan hoor je [betrokkene 2] weer praten en dan zegt hij: ja, het is toch de waarheid. Dan denk ik, ja.. het staat ook op papier.”
Dus de verhoren waren wel rustig verlopen? Stress was er wel? Ja, rustig, stress sowieso, geschrokken sowieso. Het momentje van de wc, met die Marokkaanse rechercheur, dat was ook wel een dingetje. Dat hij was geduwd en er iets was gezegd, over dat vel van het lichaam trekken. Na het verhoor was [betrokkene 2] echt in paniek geraakt, in de zin van: ik heb denk ik te veel gezegd, wat ik niet hoorde of hoefde te zeggen.”
Wat bedoelde jij dan precies met ‘martelen’ in dat Facebookberichtje? Ik heb het dan niet over slaan. Hij was uitgeput, hij had geen eten en water, hij had geen advocaat. Het heeft niets met geweld te maken.”
De verdediging heeft u net gevraagd of u nog achter de hulproep stond waarop ik ‘nee’ antwoordde. Ik wilde u vragen of ik het kunt uitleggen, maar ik begrijp inmiddels dat het te maken heeft met wat uw moeder tegen u heeft gezegd of is er nog iets anders? Ik sta er niet meer achter. Het was ook een beetje actie reactie. Ik had er niet over nagedacht. Ik was ook uitgeput over alles, mijn broertje en hier wat er aan de hand was allemaal. Ik heb het ook aangedikt. Ik wilde weten: is er iemand op Facebook die wel weet waar ik naartoe moet, als er wel iets gebeurt. Het was geen marteling in de zin van slaan. Ik zag het als marteling. Mijn broertje ervaarde dat natuurlijk weer heel anders. Ik sta er sowieso niet meer achter. Ook om wat mama heeft gezegd. We hebben daar ook belangen. Marokko is een land waar je dit soort dingen niet kunt zeggen.”
Kunt u zich herinneren wat u aan mij en mijn zoon heeft verteld over wat er met [betrokkene 2] was gebeurd? Lichamelijk fysiek aan martelingen, en dat er ook gesproken is over het naar buiten brengen, en wat de gevolgen zouden kunnen zijn als dit op de zitting zou worden besproken, en dat wij dat daarom niet deden, en of zeker niet zouden noemen?” “Kunt u zich zoiets herinneren? Ja, heeft hij dat allemaal gelogen tegen ons, over alles wat er met hem gebeurd fysiek gemarteld, geslagen enzovoort? Nee. Ik heb niet gelogen. Dat was in het begin allemaal. Dat is nu niet meer aan de orde. Ik heb niet gelogen toen ik naar u kwam, om te vertellen. Het was toen echt waar. Ik vind het alleen nu lastig, het gaat goed met [betrokkene 2] . Dat willen we als ouders en zus graag zo houden. Ik ben altijd nog steeds bang dat, als ik dit zo naar buiten breng, over toen, dat Marokko daar misschien niet blij mee zal zijn. Dat zij denken: je hebt het er nog steeds over, laten we je broertje maar weer terugzetten in isolatie.”
Is hij geslagen? Ja, maar ja, hoe moet ik dat nou zeggen? Hij is wel geslagen, maar niet in de zin van gemarteld. U zegt dat hij was geslagen? Ja, maar wat is slaan? [betrokkene 2] vertelde mij dat hij weleens een platte hand had gekregen tijdens een verhoor. Dat vond ik al best wel heftig.”
Amnesty International also has serious concerns surrounding the nature of the so called ‘confessions’ submitted as evidence as detainees have described torture and other ill-treatment at the hands of the police during, investigations. The ‘confessions’ extracted under duress should have been excluded from trial proceedings.
X v Zweden, EHRM 9-12018, app.nr. 36417/16).
van derden, een flagrante schending oplevert van art. 6 EVRM Pro;
Secret and/or incommunicado detention constitutes the most heinous violation of the norm protecting the right to liberty of a human being under customary international law. The arbitrariness is inherent in these forms of deprivation of liberty as the individual is left outside the cloak of any legal protection”.
To guarantee the effective protection of detained persons, provisions should be made for detainees to be held in places officially recognized as places of detention and for their names and places of detention, as well as for the names of persons responsible for their detention, to be kept in registers readily available and accessible to those concerned, including relatives and friends. To the same effect, the time and place of all interrogations should be recorded, together with the names of all those present and this information should also be available for purposes of judicial or administrative proceedings. Provisions should also be made, against incommunicado detention.”
Article 36, paragraph 1, establishes an interrelated regime designed to facilitate the implementation of the system of consular protection. It begins with the basic principle governing consular protection: the right of communication and access (Art. 36, para. 1 (u j). This clause is followed by the provision which spells out the modalities of consular notification (Art. 36, para. I (6)). Finally, Article 36, paragraph 1 (c.), sets out the measures consular officers may take in rendering consular assistance to their nationals in the custody of the receiving State. It follows that when the sending State is unaware of the detention of its nationals due to the failure of the receiving State to provide the requisite consular notification without delay, which was true in the present Case during the period between 1982 and 1992, the sending State has been prevented for all practical purposes from exercising its rights under Article 36, paragraph 1.”
Decision of the Court
Dit is niet de eerste keer dat de autoriteiten het werk van Amnesty ondermijnen. De onderdrukking neem toe in Marokko. Tientallen mensenrechtenactivisten, onafhankelijke journalisten en demonstranten zitten momenteel in de gevangenis en de autoriteiten hebben de afgelopen maanden geprofiteerd van de coronapandemie om meer critici te vervolgen.”
Ook werd een Amnesty-medewerker die in 2014 een rapport over marteling in het land had geschreven op een zwarte lijst gezet. De onderzoeker mocht daarna Marokko niet meer in. In september van datzelfde jaar verboden de Marokkaanse autoriteiten ook een jeugdkamp van Amnesty International.”
Criminal Justice System
samenvatting van de feiten” behorende bij het ingediende uitleveringsverzoek.
na die uitleveringgefolterd. Die foltering heeft geleid tot een bekentenis. En vervolgens is Aarras op grond van die bekentenis veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf.
Ali Aarrass werd uitgeleverd door Spanje na een geding daarover voor de Spaanse rechter, die oordeelde dat niet aannemelijk was geworden dat Aarrass na uitlevering gemarteld zou worden, en liet uitlevering daarom doorgang vinden. Eenmaal uitgeleverd verdween Aarras een aantal dagen van de radar, waarin hij gemarteld werd, en hij gedwongen werd een bekennende verklaring te tekenen. Op basis van (alleen) die verklaring zit Aarras nu een celstraf uit van 15 jaar. Belgie, wiens staatsburger Aarras was, had de formele toezeggingen gekregen dat Aarrass een eerlijk proces zou krijgen en niet gemarteld zou worden, zoals de Minister Bart Ouvry verklaart in dit videobestand rond15:52.
The Working Group heard several testimonies of torture and ill-treatment in cases involving allegations of terrorism or threats against national security. In those cases, the Working Group concurs with the Special Rapporteur on torture that a systematic pattern of acts of torture and ill-treatment during, the arrest and detention process can be detected.”
Through interviews with detainees serving long sentences, the Working Group found that confessions had often been obtained as a result of torture. Such confessions were set out in the police records and served almost exclusively as evidence for prosecution and conviction.”
It is nonetheless concerned by continued reports of torture and cruel, inhuman or degrading treatment being perpetrated by agents of the State in Morocco and Western Sahara, particularly in the case of persons suspected of terrorism or of endangering State security or posing a threat to the territorial integrity of the State. The Committee notes with particular concern that: (a) confessions obtained under duress are reportedly sometimes admitted as evidence in court even though, by law, they are inadmissible; (b) in cases of alleged torture or of the extraction of confessions under duress, judges and prosecutors do not always order that medical examinations be performed or that investigations be undertaken; (c) persons who report cases of torture are sometimes the object of intimidation, threats and/or legal proceedings; and (d) the number of cases in which charges have been brought and the number of convictions that have been handed down seem quite low given the number of complaints filed and the extent to which torture and ill-treatment have occurred in the past (arts. 2, 7 and 14).”
The Committee is concerned about cases in which irregularities appear to have occurred in court proceedings, including the admission of confessions obtained under duress and, refusals to hear witnesses, or to consider evidence.”
The US Department of State, in its Country Reports on Human Rights Practices for 2016, Morocco (released on 3 March 2017), noted that:
concretegaranties geven.
Kunt u uw trui even omhoog doen?’ Er is geschreeuwd, maar laten we het stemverheffing noemen. En over het knuffelen, hoorde ik de officier van justitie zeggen dat de verdediging ermee bekend zou zijn? Ik heb het nooit gezien hoor.
Nee, dat heb ik niet gedaan, nee, waarom zou ik?’.
Ja het is wel gebeurd, maar het gaat nu goed met hem.’ U hoort het Openbaar Ministerie zeggen dat [betrokkene 2] niet kan worden gehoord. [betrokkene 2] is tot 20 jaren gevangenisstraf veroordeeld. Hij kan toch tijdelijk overgebracht worden?
we trekken het vel van je lichaam af’, wat zou daarmee dan bedoeld worden?”
3.1Dreigende schending van fundamentele mensenrechten
a real risk of admission at the applicants (re)trial of evidence obtained by torture of third persons.’ De raadsvrouw heeft daartoe gewezen op de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) van 17 januari 2012 (Othman / Verenigd Koninkrijk, 8139/09), waarin is bepaald dat het gebruik in een strafzaak van verklaringen die zijn verkregen door foltering van derden, een flagrante schending van het recht op een eerlijk proces oplevert. Dit laatste geldt ook indien sprake is van bewijs dat ‘slechts’ is verkregen door middel van mishandeling of bedreiging van derden.
dreigendeinbreuk op zijn fundamentele rechten als bedoeld in onder meer artikel 3 van Pro het EVRM voorbehouden aan de Minister. Indien evenwel komt vast te staan dat in de zaak waarvoor de uitlevering van de opgeëiste persoon is gevraagd, sprake is van een
voltooideinbreuk op zijn fundamentele rechten, is het de uitleveringsrechter die de verzochte uitlevering ontoelaatbaar dient te verklaren.
flagranteinbreuk op enig hem ingevolge voornoemde verdragsbepaling toekomend recht, en tevens
flagranteinbreuk op artikel 6 EVRM Pro.
voltooideschending van artikel 6 van Pro het EVRM, komt de uitleveringsrechter in de regel niet toe, omdat pas na de berechting in de verzoekende staat kan worden vastgesteld of de mensenrechtenschending niet (meer) vatbaar was voor herstel of compensatie.
voltooideschending van artikel 3 EVRM Pro en een
dreigende flagranteschending van artikel 6 EVRM Pro, kan hetgeen is aangevoerd omtrent een (dreigende) schending van artikel 3 of Pro 6 EVRM wel aanleiding vormen voor de uitleveringsrechter om eventuele opvattingen kenbaar te maken in het advies aan de Minister als bedoeld in artikel 30 OW Pro.
voltooideschending van artikel 3 EVRM Pro en daarvan is de rechtbank ook niet gebleken. Hetgeen door de raadsvrouw is aangevoerd ten aanzien van het gevaar dat de opgeëiste persoon tijdens zijn berechting en detentie in Marokko in strijd met artikel 3 EVRM Pro zal worden behandeld (een
dreigendeschending), kan niet leiden tot ontoelaatbaarverklaring van de uitlevering. De rechtbank zal dit standpunt van de raadsvrouw betrekken in het advies aan de Minister.
flagranteschending van het recht op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft de raadsvrouw – kort gezegd – het volgende aangevoerd:
flagrant denial of justice’. Onder meer het gebruik van bewijs verkregen door marteling (van derden) levert naar het oordeel van het EHRM een flagrant oneerlijk proces op (rechtsoverwegingen 263 en verder).
als je niet gaat praten, trekken wij het vel van je lichaam af” (p. 10 van het verhoor bij de rechter-commissaris).
medeverdachten(meervoud) in de Marokkaanse strafzaak tegen de opgeëiste persoon stellen dat zij zijn gemarteld, maar dat alleen [betrokkene 2] als medeverdachte wordt genoemd en dat geen onderbouwd verweer is gevoerd ter zake een door een (andere) medeverdachte afgelegde verklaring.
flagranteschending van het recht op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Tegen meerdere medeverdachten van de opgeëiste persoon heeft het Marokkaanse Strafproces inmiddels tot een veroordeling geleid. In die Marokkaanse strafzaken is noch door NGO’s zoals Amnesty International, noch door andere internationale organisaties zoals de Verenigde Naties, de EU rekenkamer en het VN antifoltercomité gerapporteerd dat sprake zou zijn geweest van veroordelingen gebaseerd op verklaringen die verkregen zouden zijn ten gevolge van bedreiging, mishandeling of marteling of dat sprake zou zijn geweest van het onthouden van rechtsbijstand. Met betrekking tot het functioneren van de rechtstaat in het algemeen en het recht op een eerlijk proces in het bijzonder zullen de relevante punten door de rechtbank worden meegenomen in het advies aan de Minister.
flagranteschending van het recht op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, noch dat de opgeëiste persoon daartegen geen rechtsmiddel als bedoeld in artikel 13 EVRM Pro ter dienste staat. Het beroep wordt derhalve verworpen.”
Het juridisch kader
NJ2017/276, m.nt. Rozemond gepreciseerd. Dat kader houdt (kort gezegd) in dat het in de regel niet aan de uitleveringsrechter is om te oordelen over de gegrondheid van een beroep op een dreigende mensenrechtenschending en dat in beginsel moet worden uitgegaan van het vertrouwen dat de verzoekende staat dergelijke rechten eerbiedigt. Dat uitgangspunt kan evenwel uitzondering lijden indien namens de opgeëiste persoon een “voldoende onderbouwd” verweer is gevoerd op grond waarvan komt “vast te staan” dat a) de opgeëiste persoon door zijn uitlevering zal worden blootgesteld aan het (dreigende) risico van een flagrante inbreuk op enig hem ingevolge voormelde verdragsbepalingen toekomend recht én b) de opgeëiste persoon na zijn uitlevering geen effectief rechtsmiddel als bedoeld in art. 13 EVRM Pro respectievelijk art. 2, derde lid, aanhef en onder a, IVBPR ten dienste staat ter zake van de gestelde flagrante inbreuk op zo een recht. Van een dergelijk geval is niet snel sprake, zo maakt de Hoge Raad uit de rechtspraak van het EHRM op. [12]
De bespreking van het cassatiemiddel
Bent u ooit bang geweest dat door het naar buiten brengen van die brieven, van mededelingen over het feit dat uw broer een aantal maanden vastgeketend zat aan een bed, dat hij weer geketend zou worden aan een bed of dat soort acties tegen hem zouden kunnen volgen in Marokko?
U zei zojuist, samengevat: je kunt dat soort dingen niet zeggen over Marokko. Wat kun je dan niet zeggen over Marokko en detentie? Wat bedoelt u?
Slotsom