Conclusie
Nummer22/01488
Het cassatieberoep
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod” veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast heeft het hof de verdachte veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van honderdtwintig uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door zestig dagen hechtenis.
Het middel
De bewezenverklaring, de bewijsmiddelen en de bewijsmotivering
De toelichting op het middel
medeplegenvan opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, althans dat de bewezenverklaring onvoldoende is gemotiveerd. In lijn met het ter terechtzitting gevoerde verweer betoogt de steller van het middel dat geen sprake is van een ‘nauwe en bewuste samenwerking’. Daartoe wordt aangevoerd dat de verdachte tussen juli en oktober 2018 weliswaar op de hoogte was van de aanwezigheid van de hennepkwekerij in zijn woning, maar dat hij – wegens bedreigingen – niet in staat was om die toestand te beëindigen. Om die reden kan de verdachte niet als medepleger worden aangemerkt, aldus de steller van het middel.
telenvan hennep, maar wel voor het medeplegen van het opzettelijk
aanwezig hebbenvan hennep. [5]
De beoordeling van het middel
medeplegenvan het aanwezig hebben van hennep heeft het hof overwogen dat de verdachte in de maanden dat hij op de hoogte was van de hennepkwekerij in zijn woning daartegen niet is opgetreden. In deze zaak was dus sprake van de onder randnummer 10 geschetste situatie waarin de verdachte als rechthebbende van de woning bekend was met de daarin aanwezige hennepkwekerij en (dus) heeft toegelaten dat in het pand hennep werd geteeld. Het oordeel van het hof dat de verdachte de hennepplanten “
tezamen en in vereniging met een of meer anderen” opzettelijk aanwezig heeft gehad, acht ik om die reden niet onbegrijpelijk en bovendien toereikend gemotiveerd.