ECLI:NL:PHR:2024:498

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
21 mei 2024
Publicatiedatum
6 mei 2024
Zaaknummer
23/02030
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 242 SrArt. 246 SrArt. 247 SrArt. 342 lid 2 SvArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling dansleraar voor seksueel misbruik van dertien slachtoffers

De verdachte, eigenaar en dansleraar van een dansschool, werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf wegens meervoudige verkrachting, poging tot verkrachting, feitelijke aanranding van de eerbaarheid en ontuchtige handelingen met minderjarige slachtoffers. Daarnaast werd hij voor dertien jaren ontzet uit het beroep van dansleraar en kreeg hij een contactverbod opgelegd.

De bewezenverklaring steunde op verklaringen van de slachtoffers en de verdachte zelf, waarbij het hof oordeelde dat de verklaring van de verdachte voldoende steun bood aan de verklaringen van de aangeefsters, waarmee voldaan werd aan het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv Pro. De verdachte voerde in cassatie aan dat het bewijs onvoldoende was en dat de straf onterecht was gemotiveerd, maar deze middelen werden verworpen.

De Hoge Raad bevestigde dat het hof de strafoplegging voldoende had gemotiveerd en dat de bewezenverklaring niet uitsluitend op de verklaringen van één getuige steunde. Ook werd het lage recidiverisico en de problematiek van de verdachte meegewogen, maar niet voldoende om af te wijken van de forse gevangenisstraf. Het cassatieberoep werd verworpen.

Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatie en bevestigt gevangenisstraf van acht jaar met bijkomende maatregelen wegens seksueel misbruik.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer23/02030
Zitting21 mei 2024
CONCLUSIE
E.J. Hofstee
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte
Inleiding
De verdachte is bij arrest van 12 mei 2023 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren, met aftrek van het voorarrest, wegens: 1 primair, 2 primair en 4 primair "verkrachting, meermalen gepleegd"; 3 primair “poging tot verkrachting; 5 primair, 7 primair, 8 primair, 10 primair en 11 primair “feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd”; 6 primair “feitelijke aanranding van de eerbaarheid”; en 12 “met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen”. Daarbij geldt als bijkomende straf dat de verdachte voor de duur van dertien jaren wordt ontzet van het recht tot uitoefening van het beroep van dans- of sportleraar, dans-/sportinstructeur of -begeleider voor zover het werk met vrouwelijke pupillen betreft. Voorts heeft het hof een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd. Daarbij is bepaald dat de verdachte voor de duur van vijf jaren geen (in)direct contact mag opnemen met de in het arrest vermelde personen en is bevolen dat vervangende hechtenis voor een totale duur van zes maanden zal worden toegepast voor zover door de verdachte niet aan deze maatregel wordt voldaan. Tot slot heeft het hof beslissingen genomen op de vorderingen tot schadevergoeding van dertien benadeelde partijen en evenzovele schadevergoedingsmaatregelen als bedoeld in art. 36f Sr opgelegd, een en ander zoals nader in het arrest bepaald.
Namens de verdachte heeft W.J. Ausma, advocaat te Utrecht, twee middelen van cassatie voorgesteld.
Het eerste middel klaagt over de bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten 2, 3, 4, 6, 7, 8, en 11. Het tweede middel keert zich tegen ’s hofs motivering van de opgelegde gevangenisstraf.
De bewezenverklaring en bewijsvoering voor zover hier van belang
4. Ten laste van de verdachte is onder 2, 3, 4, 6, 7, 8, en 11 bewezenverklaard dat:
“2. primair
hij in de periode van 1 november 2019 tot 1 maart 2020, te [plaats] , meermalen door feitelijkheden, [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten:
- het brengen van zijn, verdachtes, vinger in de vagina van die [slachtoffer 1] en/of
- het betasten van de borsten en/of billen en/of vagina van die [slachtoffer 1] en/of
- het brengen van zijn, verdachtes, ontblote penis tussen de benen van die [slachtoffer 1] en bestaande die feitelijkheden hierin dat verdachte:
- tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat zij haar doel om als professioneel danseres in Amerika te werken, niet zonder zijn hulp zou bereiken en
- heeft aangeboden om die [slachtoffer 1] te helpen bij het stretchen, zodat zij een betere danseres zou worden en
- die [slachtoffer 1] een half uur, in elk geval gedurende enige tijd, in een stretchpositie (te weten een splithouding) heeft laten zitten, waar die [slachtoffer 1] niet zonder hulp van hem, verdachte, uit kon komen en vervolgens
- na het stretchen de (pijnlijke) liezen van die [slachtoffer 1] heeft gemasseerd, waarbij hij, verdachte, onverhoeds zijn vinger in de vagina van die [slachtoffer 1] heeft gebracht en/of is doorgegaan met het plegen van voornoemde handeling, terwijl die [slachtoffer 1] had aangegeven dat ze niet wilde en
- de borsten van die [slachtoffer 1] heeft gemasseerd en (daarbij) heeft gezegd dat hij de klieren van die [slachtoffer 1] aan het masseren was, zodat zij minder vaak verkouden zou zijn en terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer van die [slachtoffer 1] was en de eigenaar van de dansschool was waar die [slachtoffer 1] werkzaam was en aldus misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 1] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond;
3. primair
hij in de periode van 1 september 2019 tot en met 24 augustus 2020, te [plaats] , ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door feitelijkheden, [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum] 2005) te dwingen tot het ondergaan van een of meer handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] :
- tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd dat zij meer moest gaan stretchen, zodat zij leniger zou worden en beter zou gaan dansen om haar doel om als professioneel danseres in Amerika te werken en les te geven op een dansschool te bereiken en vervolgens heeft aangeboden om die [slachtoffer 2] te helpen bij het stretchen en
- tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd dat zij op haar 16e les mocht geven op zijn, verdachtes, dansschool en
- die [slachtoffer 2] in een stretchpositie (te weten een splithouding) heeft gebracht, waar die [slachtoffer 2] niet zonder hulp van hem, verdachte, uit kon komen en
- die [slachtoffer 2] bij de rug heeft vastgehouden en tegen de bank heeft aangetrokken, terwijl die [slachtoffer 2] in die (pijnlijke) stretchpositie zat met haar hoofd tegen zijn, verdachtes, buik en waarbij hij, verdachte, een broek droeg waarvan de knopen open waren en zijn penis door deze opening heen kwam en
- aan die [slachtoffer 2] heeft gevraagd of zij hem, verdachte, wilde pijpen en terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer en de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 2] was en aldus misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 2] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
4. primair
hij in de periode van 1 januari 2020 tot en met 24 augustus 2020, te [plaats] , meermalen door feitelijkheden, [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 2005, heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , te weten:
- het (tijdens het masseren) betasten van de vagina en/of de borsten en/of de billen van die [slachtoffer 2]
- het bewegen van zijn, verdachtes, vinger(s) over de vagina en/of rond de clitoris en het brengen van zijn vinger(s) tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 2] en bestaande die feitelijkheden hierin dat verdachte:
- na het stretchen de (pijnlijke) benen en/of liezen van die [slachtoffer 2] heeft gemasseerd, waarbij die [slachtoffer 2] zich voorovergebogen met haar ellebogen steunend op een bank(je) op haar knieën bevond, terwijl hij, verdachte, zich achter haar bevond,
- waarbij hij, verdachte, onverhoeds zijn vinger(s) over de vagina en/of rond de clitoris, en tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 2] heeft bewogen en/of gebracht en is doorgegaan met het plegen van voornoemde handelingen en daarbij (meermalen) voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van die [slachtoffer 2] dat zij deze handelingen niet wilde en terwijl hij, verdachte, de dansdocent van die [slachtoffer 2] was en de eigenaar was van de dansschool waar die [slachtoffer 2] de ambitie had om zelf les te geven en aldus misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 2] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond;
6. primair
hij op 9 juli 2020 te [plaats] , door feitelijkheden, [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, te weten het houden van zijn, verdachtes, penis tegen de wang van die [slachtoffer 3] en bestaande die feitelijkheden hierin dat verdachte:
- tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd dat zij meer moest gaan stretchen, zodat zij leniger zou worden en beter zou gaan dansen en dansdocent kon worden in zijn, verdachtes, dansschool en vervolgens heeft aangeboden om die [slachtoffer 3] te helpen bij het stretchen en
- die [slachtoffer 3] in een stretchpositie (te weten een splithouding) heeft gebracht, waar die [slachtoffer 3] niet zonder hulp van hem, verdachte, uit kon komen en vervolgens
- onverhoeds zijn, verdachtes, penis tegen de wang van die [slachtoffer 3] heeft gedrukt en terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer en de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 3] was, waardoor die [slachtoffer 3] afhankelijk van hem, verdachte, was om bij die dansschool als docent te kunnen werken en om beter te kunnen dansen en aldus misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 3] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond;
7. primair
hij in de periode van 1 juni 2020 tot en met 7 augustus 2020, te [plaats] , meermalen door feitelijkheden, telkens [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, te weten het houden van zijn, verdachtes, penis tegen de wang en tegen het gezicht van die [slachtoffer 4] en bestaande die feitelijkheden hierin dat verdachte:
- tegen die [slachtoffer 4] heeft gezegd dat zij meer moest gaan stretchen, zodat zij beter zou gaan dansen en in het grootste dansteam kon dansen en/of (vervolgens) heeft aangeboden om die [slachtoffer 4] te helpen bij het stretchen en
- die [slachtoffer 4] in een stretchpositie (te weten een splithouding) heeft gebracht, waar die [slachtoffer 4] niet zonder hulp van hem, verdachte, uit kon komen en vervolgens
- onverhoeds zijn, verdachtes, penis tegen de wang en tegen het gezicht van die [slachtoffer 4] heeft gedrukt en terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer en de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 4] was, waardoor [slachtoffer 4] afhankelijk van hem, verdachte, was om beter te kunnen dansen en in een dansteam te kunnen dansen en aldus misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 4] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond;
8. primair
hij in de periode van 1 april 2020 tot en met 7 juli 2020, te [plaats] , meermalen door feitelijkheden, telkens [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, te weten het houden van zijn, verdachtes, penis tegen de wang van die [slachtoffer 5] en bestaande die feitelijkheden hierin dat verdachte:
- die [slachtoffer 5] heeft aangeboden om die [slachtoffer 5] te helpen bij het stretchen en ,
- die [slachtoffer 5] in een stretchpositie (te weten een splithouding) heeft gebracht, waar die [slachtoffer 5] niet zonder hulp van hem, verdachte, uit kon komen en vervolgens
- onverhoeds zijn, verdachtes, penis tegen de wang van die [slachtoffer 5] heeft gedrukt en daarbij tegen die [slachtoffer 5] heeft gezegd: “Doe hem er maar in” en terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer en de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 5] was, waardoor die [slachtoffer 5] afhankelijk van hem, verdachte, was om beter te kunnen dansen en aldus misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 5] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond;
11.
hij in de periode van 1 januari 2019 tot 1 augustus 2020, te [plaats] , meermalen door feitelijkheden, telkens [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, te weten:
- het houden van zijn, verdachtes, penis tegen het gezicht van die [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] en bij het gezicht van [slachtoffer 8] en
- het betasten van de borsten van die [slachtoffer 6] en
- het betasten van de vagina en de billen van die [slachtoffer 7] en
- het betasten van de billen (nabij de vagina) van die [slachtoffer 8] en bestaande die feitelijkheden hierin dat verdachte:
- tegen die [slachtoffer 6] heeft gezegd dat de klieren in haar borsten vastzaten en dat hij, verdachte, die moest masseren en
- tegen die [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] heeft gezegd dat zij meer moesten gaan stretchen, zodat zij beter zouden gaan dansen en vervolgens heeft aangeboden om die [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] te helpen bij het stretchen en
- die [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] in een stretchpositie (te weten een splithouding) heeft gebracht, waar die [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] niet zonder hulp van hem, verdachte, uit konden komen en vervolgens
- onverhoeds zijn, verdachtes, penis tegen het gezicht van die [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] en bij het gezicht van [slachtoffer 8] heeft gehouden en
- na het stretchen de (pijnlijke) spieren van die [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] heeft gemasseerd, waarbij hij, verdachte, onverhoeds de billen en de vagina van die [slachtoffer 7] en de billen (nabij de vagina) van die [slachtoffer 8] heeft betast
en/of terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer en/of de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] was, waardoor die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] afhankelijk van hem, verdachte, was/waren om beter te kunnen dansen en/of(aldus) misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en/of ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond(en);”
5. Het hof heeft het bewezenverklaarde doen steunen op de volgende bewijsmiddelen:

I. Het proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 24, 26 en 27 augustus 2021 van de meervoudige kamer in de rechtbank Noord-Nederland, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte:
T.a.v. alle feiten
Ik was in de periode van de tenlastelegging, van 2015 tot en met 27 augustus 2020, eigenaar van dansschool [A] te [plaats] en was daar ook één van de dansdocenten. Ik had een goede naam als docent opgebouwd en ik heb successen behaald met demoteams. Van buiten de dansschool kwamen er ook wel dansers naar mij toe om te vragen of ik hen les wilde geven. In de dansschool waren veel docenten werkzaam die vanuit de eigen opleiding kwamen en bij de dansschool dansten. Ik was erg betrokken bij mijn dansschool en had een goed overzicht wie er werkte en wie in de toekomst in de dansschool zou werken en wat de ambities van mijn danstalenten waren. Ik benaderde talenten voor een persoonlijk gesprek en gaf dan ook aan wat ze moesten doen om verder te komen met het dansen. Zo gaf ik dan aan welke lessen ze moesten volgen om nog beter te worden en of ze bijvoorbeeld nog leniger moesten worden. Naar aanleiding van dergelijke gesprekken, heb ik meerdere dansers persoonlijk begeleid en heb ik ook stretchtrainingen verzorgd. De dansers in de demoteams waren de aderen van de dansschool, maar ik was het hart.
In de periode van de tenlastelegging heb ik met verschillende leerlingen in de dansschool één-op-één stretchoefeningen gedaan en heb ik diverse leerlingen massages gegeven. Bij een stretchoefening om de split te Ieren, zat ik aan de voorzijde van de leerling op een bankje om ze vanaf die kant te helpen om verder in de split te komen. Leerlingen kwamen dan met hun hoofd richting mijn buik. Als een leerling erg lenig was, kon deze in de buurt van mijn kruis komen. Ik heb bij meerdere leerlingen ter afleiding van de pijn een oefening voorgesteld, waarbij met de mond open tongbewegingen werden gedaan en waarbij ik aangaf dat ze zich moesten ontspannen. Ik zei dan: “Kaak open, de tong naar buiten, tong naar links, tong naar rechts, tik je kin aan, tik je neus aan, adem in door je neus, adem uit door je mond.” Ook heb ik gezegd dat ze hun hoofd recht moesten houden.
[…]
T.a.v. feit 2
Ik heb met [slachtoffer 1] vaak gestretcht en heb haar vaak gemasseerd. Ik heb haar ook in haar lies gemasseerd. Ik heb haar ook regelmatig bij haar klieren gemasseerd. [slachtoffer 1] wilde in Amerika gaan dansen. Ik was “close” met [slachtoffer 1] .
T.a.v. feiten 3 en 4
[slachtoffer 2] heb ik een tijdje getraind. Ik heb ook met haar gestretcht en heb haar gemasseerd. Zij was heel fanatiek. Zij was niet erg lenig en sterk en daar kon ze aan werken. Ik heb haar op 31 augustus 2020 geappt met de vraag of ze assistent-trainer wilde worden van [slachtoffer 1] haar team.
[…]
T.a.v. feit 6
[slachtoffer 3] danste ook bij [A] . In de zomer van 2020 heb ik met haar gesproken over het worden van dansdocent. Zij was heel ambitieus. Ik heb met haar gestretcht, vanaf de voorzijde. Het klopt dat zij op een bepaald moment overstuur was en uit de stretchpositie gehaald wilde worden, waarna ze huilend is weggegaan.
T.a.v. feit 7
[slachtoffer 4] danste ook bij [A] . Zij werd net als [slachtoffer 3] opgeleid tot dansdocent. Zij heeft ook met mij gestretcht. Tijdens de stretchoefening vanaf de voorzijde heb ik haar een ontspanningsoefening gegeven waarbij zij haar kaak open moest doen en dan met haar tong van links naar rechts moest bewegen.
T.a.v. feit 8
Over [slachtoffer 5] verklaar ik dat ik meerdere keren met haar gestretcht heb. Zij wilde in de selectiegroep en daar is ze later voor geselecteerd. Het kwam wel voor dat als een meisje in de stretchhouding wegdraaide dat ik zei dat ze haar lichaam recht moest houden.
[…]
T.a.v. feit 11
[slachtoffer 6] heb ik persoonlijk begeleid, omdat zij vooruitgang wilde boeken in het dansen. Ik vond ook dat zij zich niet voor haar naaktheid moest schamen. Ik heb haar gemasseerd en heb haar gezegd dat zij haar borsten onder de douche moest masseren. Dit heb ik meerdere mensen geadviseerd. Ik heb één keer met haar afgesproken om te gaan stretchten. Zij gaf toen aan dat zij de stretchhouding waarbij ik aan de voorzijde van haar zat niet prettig vond.
[slachtoffer 7] heeft met mij gestretcht en ik heb haar gemasseerd. Zij zat in een team waarover ik zeggenschap had.
[slachtoffer 8] gaf les bij de dansschool. Ik heb regelmatig met haar getraind. Ik heb ook een keer met haar gestretcht.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 21 september 2020, opgenomen op pagina 889 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte:
[…]
T.a.v. feit 2
Ik heb [slachtoffer 1] heel vaak gemasseerd. Ik masseerde haar liezen na het stretchen. Ik ben wel eens wat snel met mijn handen langs haar benen gegaan en dan ging ze een beetje omhoog. Ze heeft ook wel eens gezegd: “Nu zit je wel heel erg hoog”.
[…]
T.a.v. feit 2
8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 1 september 2020, opgenomen op pagina 248 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1] :
Ik, [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2001, doe aangifte van een strafbaar feit gepleegd te [plaats] door [verdachte] in de periode tussen 1 november 2019 en 24 februari 2020. Hij is mijn dansleraar van [A] . Ik ken hem sinds ik 6 jaar ben. [verdachte] is de baas. Hij heeft ook les gegeven en hij traint demoteams. Demoteams bestaan uit een groep dansers die aan wedstrijden meedoen. Ik geef ook dansles bij de dansschool. Ik begon met het stretchen met [verdachte] in de laatste twee maanden van 2019. Ik heb toen kort even rust gehad en daarna begon ik er begin 2020 weer mee. Ik danste veel op de dansschool. Ik groeide wel qua dansen, maar ik moest leniger worden om professioneel danser te worden. Ik wilde bepaalde doelen bereiken en daar had ik het met [verdachte] over. [verdachte] gaf aan dat hij wel met mij wilde stretchen zodat ik beter kon worden. We spraken af drie keer in de week ongeveer. Soms twee keer in de week. Ik heb bij hem gestretcht van het einde van 2019 tot halverwege februari 2020. Mijn doel is om naar Amerika te gaan om daar professioneel te gaan dansen.
Bij het stretchen moest ik met mijn benen in een split tegen de bank gaan zitten. Ik merkte dat ik dicht bij zijn kruis zat. Hij zat op de bank met zijn benen over mijn benen heen en zijn benen zaten aan beide kanten van mijn lijf. Hierdoor zat ik met mijn gezicht in zijn kruis. Hij vroeg mij telkens mijn hoofd te ontspannen. Ik voelde me heel ongemakkelijk. Hij had een gat in zijn broek bij zijn kruis. Ik zag zijn piemel door het gat heen. Na het stretchen ging hij mij masseren. Mijn buik lag op de bank en mijn knieën op de grond. Mijn kont was dan naar achter. Hij zat achter mij. Ik heb een handdoek om en hij ging de binnenkant van mijn benen masseren. Dat deed hij bij mijn lies, want die deed best wel pijn doordat ik een halfuur in de stretch had gezeten. Op een gegeven moment ging hij wel heel hoog, dichtbij mijn kruis. Hij ging toen niet verder, maar hij zat wel heel dicht achter mij en ik voelde zijn geslachtsdeel tegen mij aan. Dat vond ik een heel onprettige houding. De eerste keer heeft hij mijn geslachtsdeel niet aangeraakt. Soms masseerde hij aan het einde nog mijn borsten. Dan ging hij meestal voelen vlakbij mijn oksel. Daar zitten klieren, zei hij. Ik was vaak verkouden en als het pijn deed dan kon hij wel helpen omdat mijn klieren vaak opgezet waren. Hij kwam dicht bij mijn borst en op een gegeven moment was hij mijn borsten aan het masseren in plaats van mijn klieren. Vaak was zijn duim aan de ene kant van mijn borst en de vingers aan de andere kant van de borst. Hij ging dan met zijn hand in mijn beha. Hij raakte van mijn borst eigenlijk alles, behalve de tepel, aan. Meestal deed hij dat aan het einde. Bijna elke keer. De eerste keer dat hij aan mijn geslachtsdeel zat, was denk ik de tweede week dat ik ging stretchen. Eigenlijk ging het weer als normaal. Warming up, stretchen met voeten tegen elkaar knieën naar buiten, stretchen tegen de bank. Alles ging het zelfde. Daarna ging hij masseren en ging hij met zijn handen steeds hoger. Toen merkte ik dat hij mijn onderbroek opzij deed en dat hij met zijn hand in mijn onderbroek ging. Ik voelde dat hij met zijn vinger bijna in mijn geslachtsdeel ging. Ik durfde niets te zeggen, ik was verstijfd. Aan het einde ging hij mijn borsten weer masseren. Dit was ook de keer dat hij dicht achter mij zat en dat ik zijn geslachtsdeel tegen mijn kont en tussen mijn benen voelde. Hij was mijn lies aan het masseren. Toen ging hij steeds verder naar binnen. Hij ging steeds verder naar de binnenkant en ik merkte dat hij mijn onderbroek opzij deed. Ik merkte dat hij steeds verder naar mijn geslachtsdeel toe ging. Hij ging mijn geslachtsdeel eigenlijk masseren. Hij ging met zijn vingers aan mijn geslachtsdeel zitten. Hij was aan het masseren met zijn vingers en toen voelde ik ook dat hij bijna met zijn vinger in mijn geslachtsdeel ging. Hij raakte mijn schaamlippen en het gedeelte waar je je tampon in doet aan. Hij ging rondjes masseren. Dat deed hij ook bij mijn geslachtsdeel. Hij stopte op een gegeven moment, maar daarna voelde ik zijn vinger dat gat in gaan. Als je het vergelijkt met een tampon, zou die tampon er denk ik half zijn ingegaan. Hij heeft mijn been gemasseerd. Ook ging hij mijn kont masseren omdat hij zei dat mijn kont gespannen was. Hij deed de handdoek opzij omdat hij er anders niet bij kon. Ik voelde zijn geslachtsdeel bij mijn kont en tussen mijn benen. Ik voelde dat het een glibberige huid was. Ik voelde dat met mijn hand. Dat masseren gebeurde na elke stretchtraining. Hij zat dan altijd met zijn vinger bij mijn geslachtsdeel, maar er niet altijd in. Dat is wel meer dan één keer gebeurd. Ik was gewoon heel bang. Hij is best intimiderend. Ik was bang om iets te zeggen om iets te verliezen. Om de dansschool of mijn baan te verliezen. Ik heb de laatste keer gezegd dat hij moest stoppen. Eén van de laatste keren heb ik gezegd dat ik het niet fijn vond. Na die keer ben ik nog twee keer geweest. Ik had de hoop dat het niet meer zou gebeuren omdat ik had aangegeven dat ik het niet prettig vond. Maar hij bleef het doen. Hij bleef aan mijn geslachtsdeel zitten en ik zat weer klem tussen de bank en hem. Hij bleef dichterbij schuiven.
Hij heeft tegen mij gezegd dat als ik niet met hem ging trainen ik niet in Amerika zou komen, dat ik het niet zou bereiken als professioneel danseres. Dat is echt mijn doel. Hij liet altijd lijken dat hij alles wist en dat hij je met alles kon helpen en zou zorgen dat hij je bracht op de plek waar je wilde komen. En omdat ik zo graag naar Amerika wil, bleef ik naar hem toegaan.
T.a.v. feiten 3 en 4
9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 4 september 2020, opgenomen op pagina 290 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 2] :
Ik, [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 2005, doe aangifte tegen [verdachte] wegens seksueel misbruik gepleegd te [plaats] . Ik ken [verdachte] vanaf mijn 10e jaar. Ik ben toen op de dansschool [A] gekomen. [verdachte] is de baas van de dansschool [A] en hij geeft les en runt de dansschool. Het stretchen is ongeveer een jaar geleden begonnen. Hij begon mij aan te raken op plekken, die ik niet wilde hebben. Hij ging mij masseren. Hij raakte mij aan op mijn kont, borsten en geslachtsdeel. [verdachte] wilde mij trainen. De eerste training was ergens in september 2019 en de laatste keer was op 24 augustus 2020. De eerste training moest ik me opwarmen op de dansschool. Hij vroeg wat ik wilde bereiken met dansen en wat mijn doelen waren. Hij zei dat hij mij daarbij wilde helpen. Daarna ging hij me helpen met stretchen zodat ik de split en de spagaat zou kunnen en leniger en beter zou worden. Ik gaf in dat gesprek aan dat ik naar Amerika wilde en dat ik les wilde gaan geven. Ik wilde er veel voor gaan trainen. Hij wilde mij daarbij wel begeleiden. Hij kan regelen dat ik les kan geven op andere dansscholen. Hij ging mij daarvoor trainen. Hij vond dat ik leniger moest zijn en hij wilde mij daarbij wel helpen. We hadden afgesproken om te gaan stretchen en het solo even te laten zitten. Ik moest eerst leniger worden. We spraken dan een dag af en een tijd om te gaan stretchen. Dat was dan twee keer in de week. Je had een bank en daar moest je in een split tegenaan gaan zitten. Ik zat tegen de bank met mijn benen wijd in de split. Hij zat op de bank en hij trok je dan tegen de bank aan. Hij had mij bij mijn rug vast. Dat stretchen was heel pijnlijk. Hij droeg dan die grijze broek. Hij vroeg of ik dan wel aan zijn geslachtsdeel wilde zitten. Je kon ook zien dat hij vaak een stijve kreeg als ik in die positie zat. Hij droeg een soort pyjama broek. Hij had knoopjes van voren en er stonden altijd twee of drie knoopjes open. Dat hij mij vroeg om zijn geslachtsdeel te zitten was denk ik de 6e of 7e keer stretchen. Dat ging als volgt. Dat stretchen deed pijn en toen zei hij dat je afleiding moest zoeken. Hij vroeg toen of aan zijn geslachtsdeel wilde zitten. Ik schrok er best wel van en ik heb gezegd dat ik dat niet wilde. Ik mocht toen uit de positie en ik mocht toen wel weg. Uit die positie kun je niet zelf. Hij gaat dan achter je staan. Hij trekt je dan heel voorzichtig naar achteren. Hierdoor kun je dan je benen weer sluiten. Daarna kun je weer opstaan. Hij deed het drie of vier keer niet. Toen vroeg hij het weer of ik aan zijn piemel wilde zitten en ik weigerde. Ik zei dat ik dat niet wilde en dat ik dat niet ging doen. Hij zei hier niets op. Hij liet me toen wel extra lang in de positie zitten. Hij ging me toen ook harder naar de bank trekken, wat hij normaal niet deed. Ik zat wel anderhalf uur in deze positie. Normaal is het na drie kwartier of een uur wel klaar. Daarna vroeg hij me of ik hem wilde pijpen en hij wilde me masseren. Daarna ging hij steeds verder. Er wordt niets gezegd tijdens het trekken naar de bank. Ik huilde alleen maar omdat het erg pijn deed. Toen hij mij vroeg om hem te pijpen zat ik in een split en ik zag dat hij een stijve piemel kreeg. Het deed pijn en hij zei dat ik afleiding moest zoeken. Toen vroeg hij of ik hem wilde pijpen. Ik kon door de broek heen zien dat hij een stijve kreeg. De knoopjes stonden open en de piemel kwam er doorheen. Dat had ik gezien vanaf de tweede of derde keer. Mijn hoofd zit tegen zijn buik, er is dan eigenlijk geen afstand tussen mij en [verdachte] als ik in die positie zit. Als je in die positie had gezeten, haalde hij jou eruit. Je moest dan op je knieën gaan zitten. Je zit dan op je onderbenen, je bovenlichaam is omhoog, maar je leunt voorover op je ellebogen op de bank. Hij masseert je nek. Hij ging naar mijn, billen en benen. Hij zat dan aan mijn, billen. Hij ging mijn benen masseren en raakte dan mijn geslachtsdeel aan. Hij masseerde mijn billen ook. Hij kneep erin en wreef erover heen. Ik vond het niet kunnen en ik wilde dat ook niet. Ik heb dat tegen hem gezegd. Het masseren was op de blote huid. Hij ging eerst bij mijn knieën. Hij ging dan steeds verder haar boven tot aan mijn lies. Hij masseerde steeds verder naar boven tot aan mijn geslachtsdeel. Hij raakte ook mijn geslachtsdeel aan, maar dat had er niets mee te maken, want dat was niet gestretcht. Dus hij hoefde dat helemaal niet aan te raken. Hij masseerde mijn lies en toen deed hij zijn hand in mijn onderbroek. Hij wreef dan over mijn geslachtsdeel. Ik trok dan weg naar de zijkant of naar achteren. Hij ging dan gewoon weer verder met het aanraken van mijn geslachtsdeel. Bij de clitoris, richting het plasgaatje, tussen de schaamlippen. Ik zeg dat ik het niet wil, maar hij gaat gewoon verder. Het stopt als hij er genoeg van heeft. Dan stopt hij ook met masseren. Dit wrijven en masseren van je geslachtsdeel is vaak gebeurd. Bij de eerste keren masseren gebeuren die handelingen niet. Na 5 of 6 keer masseren gebeuren die handelingen. We stretchten pas in januari 2020 tot aan maart 2020 volop. Hij heeft mij in 2019 gevraagd om hem te pijpen, maar de daadwerkelijke handelingen begonnen in januari 2020. Ik denk dat de handelingen tijdens het masseren rond de 15 keer gebeurd zijn. In augustus begon het stretchen weer. Hij deed weer precies hetzelfde tijdens het masseren. De laatste keer dat er handelingen tijdens het stretchen hebben plaatsgevonden was maandag 24 augustus 2020. Na de eerste ervaring ben ik teruggegaan. Ik wilde gewoon beter worden. Hij had gezegd dat hij mij ermee kon helpen. Ik wist niet wanneer ik weer zo’n kans zou krijgen om les te geven op een dansschool als ik ermee zou stoppen. [verdachte] heeft een keer tegen mij gezegd dat als ik hem zou pijpen ik minder buik- en rugspieroefeningen hoefde te doen. Maar ik heb toen gezegd dat ik dat niet wilde en toen moest ik de oefeningen wel doen. Ik had best wel veel vertrouwen in [verdachte] . Hij heeft mij ook gezegd dat als ik 16 jaar was ik op onze dansschool les mocht geven.
T.a.v. feit 6
12. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 3 september 2020, opgenomen op pagina 150 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 3] :
Ik, [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum] 2003, doe aangifte tegen dansdocent [verdachte] wegens aanranding, gepleegd te [plaats] op 9 juli 2020. In mijn vrije tijd dans ik heel veel. Ik werd door [verdachte] opgeleid tot docent, samen met [slachtoffer 4] . Wij waren bijna elke dag op de dansschool. Hij zet ons het echt op het kwetsbaarst dat mijn lichaam in zijn macht is. Ik ging stretchen met [verdachte] omdat ik beter moest worden. Ik moest meer kunnen dan de rest. Stretchen moet in een aparte positie. Je zit met je gezicht in zijn kruis, die positie moest ik aannemen. Ik merkte dat hij ging aaien over mijn rug, mijn haar vasthouden in een staart. Hij ging ook op een ander soort toon praten, van “Vind je dit fijn?”, seksueel eigenlijk. Ik merkte op een gegeven moment dat hij steeds dezelfde broek aan had waar een gat in zat bij zijn kruis. Hij moest zich altijd eerst omkleden voor het trainen. Hij deed elke keer die broek aan. Op een gegeven moment merkte ik dat hij er niks onder had. Ik zag het maar negeerde het. Het voelde niet goed. Toen ging ik daarna wel weer stretchen ik werd steeds gepusht: maandag, woensdag en vrijdag moest ik komen. En daarna kon ik docenttraining krijgen. Ik moest dus wel komen. Ik heb vaak gezegd dat ik geen zin had, dat ik niet kon. Ik werd ook wel wakker gebeld door [verdachte] waar ik bleef. Ik ging altijd heen met tegenzin, het deed pijn, het was ongemakkelijk. Ik ging toch heen. Een keer ging ik heen met veel tegenzin. Hij had diezelfde broek aan. Ik merkte dat zijn geslachtsdeel naar buiten drukte, hij leunde naar achter. Ik merkte dat zijn geslachtsdeel tegen mijn wang zat. Ik schrok en deed alsof ik super veel pijn had. Ik kan niet alleen uit die stretch komen, je scheurt dan. Hij haalde mij eruit. Ik was helemaal aan het huilen omdat dat gebeurde. Hij zei: “Het lijkt wel alsof je boos bent.” Ik zei dat het niet zo was, maar dat ik moe was en pijn had. Ik ben naar huis gegaan toen.
De privélessen zijn net voor 9 juni 2020 begonnen. Ik had van [betrokkene 1] gehoord dat [verdachte] mij als docent wilde misschien. Toen had ik een afspraak met hem op [B] . Hij speelde op me in dat ik beter kon worden in mijn tussenjaar. Hij zei dat ik moest stretchen, meer uren maken, maar ook buiten de lessen privé met hem, krachttraining doen. Hij heeft mij gehersenspoeld, ik moest beter worden. Ik wilde die baan, ik wilde docent worden. Ik moest mij bewijzen dat ik ervoor wilde gaan en dat ik het aan kon. Hij wist dat ook van mij. De stretchoefening ging als volgt. [verdachte] zat op de bank, ik moest ervoor gaan zitten met mijn benen wijd. Ik moest met mijn hakken op de kussens. Ik moest met mijn armen om zijn nek en hij tilde mij dan in de split. Dan moest ik mijn armen om mijn middel dan zat mijn gezicht in zijn kruis. Zijn benen waren dan achter mijn benen. Ik bewoog mijn hoofd steeds omdat het ongemakkelijk was. Omdat ik de pijn moest vergeten, moest ik mijn kaak ver open doen, mijn mond. Ik moest dan mijn tong naar buiten van links naar rechts, kin aanraken. En hij zei ook dat ik moest ontspannen. Ik zat vaak te janken hij masseerde dan mijn nek en aaide over mijn rug. Ik moest oefeningen doen met mijn tong uit mijn mond. Dat moest ik wel 6 a 7 keer per les doen. Ik vond het niet fijn. Ik lag met mijn hoofd in zijn kruis, het gaf geen fijne vibe en ik dacht wat is dit voor bullshit.
Op 9 juli 2020 merkte ik dat ik zijn geslachtsdeel in mijn gezicht had. Ik ging stretchen en merkte dat hij een gat in zijn broek had. Ik had pijn en ik merkte iets van huid tegen mijn huid aan en dacht wat kan dat nou zijn. Toen ik doorhad dat zijn geslachtsdeel in mijn gezicht zat, flipte ik. Ik wilde naar huis. Terwijl ik in de stretchhouding zat, zat ik met mijn hoofd in zijn kruis en ik deed mijn ogen open en zag zijn geslachtsdeel door dat gat in zijn broek. Ik ging door met stretchen en toen voelde ik dat er iets tegen mijn wang aan zat, iets van vlees. Ik voelde huid, plakkerige huid, tegen mijn linkerwang aan. Zijn handen zaten achter mijn rug. Ik merkte dat het naar mijn linker mondhoek ging. [verdachte] zei dat ik die kaak oefeningen moest doen, mond open te doen en mijn tong uit te steken en van links naar rechts te bewegen. Ik deed het niet omdat ik dat niet wilde. Er schakelde iets in mijn hoofd, survival mode. “Ik moet weg, dit is niet goed, ik moet naar huis.” Ik zei: “Haal me uit de stretch.” Ik duwde me van hem af en zei dat hij mij eruit moest halen. Ik heb het op 11 juli 2020 aan [betrokkene 2] verteld.
T.a.v. feit 7
13. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 5 september 2020, opgenomen op pagina 176 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 4] :
Ik, [slachtoffer 4] , geboren [geboortedatum] 2002, doe aangifte tegen [verdachte] wegens seksueel misbruik, gepleegd te [plaats] tussen 1 juni 2020 en 10 augustus 2020. Ik dans op de dansschool [A] en dans daar nu vier jaar in een team en doe ook aan wedstrijden mee. In april of mei kwam [betrokkene 1] opeens naar mij toe. Ze vroeg aan mij wat mijn ambities waren in dans. [verdachte] en [betrokkene 1] hadden overleg gehad dat ze vonden dat ik wel les kon geven. Ik wilde dat wel heel graag. Een week later riep [verdachte] mij naar zich toe. In het laatste jaar was hij ook echt de trainer van mijn team. Hij vroeg aan mij of ik ook met hem wilde stretchen. Ik ging met hem stretchen in zijn kantoor op de dansschool. Bij de derde of vierde keer gebeurden er dingen waarvan ik dacht: “Dit klopt niet helemaal.” Bij het trainen droeg hij een grijze broek. Ik kwam erachter dat bij deze grijze broek een groot gat zat. Ik zag gewoon zijn penis daar uit steken. Ik zat op de grond, met mijn benen in de spreidzit. Ik zat tegen een bankje aan met mijn voeten. Hij zat op dat bankje en klemde zijn voeten om mijn benen daar achter neer. Hij tilde mij toen in een split. Ik lag zowat op zijn kruis. Ik heb dat als het ware in mijn gezicht gehad. De eerste keer voelde ik iets. De volgende keren tijdens het trainen ben ik op gaan letten. Ik zag toen dat het wel echt was wat ik zag. Hij had ontspanningsoefeningen. Ik moest mijn kaak open doen. Ik moest dan met mijn tong naar links en naar rechts. Mijn neus en kin aanraken. De laatste keren vroeg hij ook of ik op zijn duim wilde zuigen. Ik heb dat ook gedaan. Hij vroeg ook van “Ga maar bijten”. Hij zei ook weleens: “Ga maar harder zuigen.” Ik moest zijn duim dan pakken, zodat ik verder naar voren zou komen, zodat ik verder in een split zou gaan zitten. Hij wilde ook altijd dat ik mijn hoofd recht zou houden. Ik zou dan precies met mijn hoofd bij zijn kruis komen. Ik weet zeker dat ik zijn penis wel eens recht in mijn gezicht heb gehad. Ik heb het tegen mijn wang aan gevoeld. Ik moest dan ook weleens tussendoor even mijn wang afvegen omdat ik nattigheid voelde. Bij het stretchen zitten zijn benen om mij heen. Ik zat echt vast en kon geen kant op. De ontspanningsoefening hield het volgende in: tong naar links, naar rechts, naar de neus en naar de kin en ademen. Kaak open, zei hij altijd. Ik moest dan zover mogelijk mijn tong uitsteken. En dan mijn neus en kin aantikken. En dan moest ik inademen en uitademen. Als ik mijn tong echt zo ver mogelijk zou uitsteken dan zou mijn tong zijn penis aanraken. Ik zag zijn penis dan. Ik probeerde heel vaak mijn hoofd zo neer te leggen dat zijn penis bij mijn kin zat en niet bij mijn mond. Hij schoof soms ook weleens wat naar achteren op de bank, zodat ik weer precies daar tegen aan zou komen. Ik heb zijn penis ook tegen mijn wang en mijn gezicht gevoeld. Ik voelde iets hards en slijmerigs. Zodra wij klaar zijn met trainen, trekt hij ook altijd een andere broek aan. Die stretchoefeningen heb ik tussen de 8 en 10 keer met hem gedaan. Daarvan is er meerdere keren iets gebeurd wat niet had gemoeten. De eerste keer was ergens eind juni 2020 en de laatste keer was één van de laatste dagen van juli. Hij zei dat ik doordat ik stretchte steeds beter zou gaan worden. Ik keek ook wel tegen hem op. Ik ben het afgelopen jaar veel beter geworden. Ik mocht misschien naar het grootste team. Ze zijn Europees kampioen geworden en ze mochten dit jaar naar Amerika. Hij wist dat nog niet zeker, maar dat hij wel in zijn hoofd had dat ik in dit team mocht. Ik kon [verdachte] niet wegduwen, want ik kon niet zo snel uit de stretchhouding komen. Dat duurt wel 10 of 15 minuten voordat je uit een stretch bent. Ook mentaal heb ik het maar gewoon laten gebeuren. Ik geloofde er heilig in dat ik er beter van werd en dat ik misschien in dat team zou komen. Ik kreeg ook van andere docenten heel veel complimenten. Ik dacht als ik naar hem luister, dan kom ik er wel of zo.
Op een gegeven moment is [slachtoffer 3] naar mij toegekomen en vertelde ze wat er gebeurd is. Zij is toen gestopt en ik ben nog doorgegaan met trainen omdat ik ervan overtuigd werd, dat ik er beter van werd.
T.a.v. feit 8
14. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 6 september 2020, opgenomen op pagina 234 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 5] :
Ik, [slachtoffer 5] , geboren [geboortedatum] 2002, doe aangifte tegen [verdachte] wegens seksueel misbruik, gepleegd te [plaats] . Ik ken [verdachte] als baas van de dansschool [A] waar ik dans. Ik dans op hoog niveau en het liefste wil ik naar L.A. om daar te dansen. Ik wilde de split leren. Dus toen heb ik gevraagd of hij ook wilde stretchen met mij. Hij zei dat hij niet zo snel met iemand wilde stretchen. Hij wilde eerst iemand goed leren kennen, zei hij. Stretchen kon volgens hem een verkeerd beeld brengen. Na 3/4 maand zat ik achter de balie. Toen vroeg hij aan mij of ik echt gestretcht wilde worden. Ik zei: “Ja.” Toen moest ik in een bepaalde positie zitten om te laten zien hoe ver ik kwam met stretchen. Ik voelde zijn ding toen tegen mij. Het kwam echt onder mijn benen door. Daar begon het toen. Toen, ging ik elke week stretchen, soms 2 keer in de week of 3 keer in de week. Na een tijdje merkte ik dat hij steeds meer aan mij begon te zitten. Bij het stretchen zit ik in een positie waarbij ik in een split voor hem zit, hij zit dan op de stretchbank. Zijn benen gaan over mijn benen met zijn hakken tegen mijn billen. Ik hou hem dan vast met beiden armen om zijn rug. Op deze manier rekt hij mijn spieren op. Maar ik heb in deze positie last van duizeligheid. Vooral als hij dan tegen mij praat. Ik moet dan echt mijn ogen dicht doen om me te concentreren. Dit doe ik om de pijn te vergeten. Hij had dan als tip om met mijn tong buiten mijn mond oefeningen te doen. Ik draaide mijn hoofd dan weg naar de zijkant, maar hij pakte dan mijn hoofd vast en draaide deze weer terug naar het midden. Mijn hoofd leunt dan tegen zijn buik aan. Ik voelde op een gegeven moment iets langs mijn wang. Dan zit hij dus met zijn hand daar, die ging dan wat naar achteren vanuit zijn lies. En toen voelde ik iets tegen mijn wang. Hij zei altijd tegen mij: “Ik doe iets voor jou, en jij doet iets voor mij.” Op 7 juli 2020 had ik een les. Hij zat toen te kijken en zei dat ik achteruit gegaan was. Dit was 2 of 3 weken later. Ik had een aantal keren de stretch overgeslagen omdat ik mij niet prettig voelde bij hem. Hij vroeg of ik na deze les een half uurtje wilde stretchen. Toen werd ik weer als altijd in de positie ingezet. Hij begon weer over die tong en dat fakete ik dus weer, hij zat weer met zijn handen aan mijn gezicht te voelen en toen voelde ik weer dat hij weer iets deed met zijn hand bij zijn broek en daarna voelde ik weer een ding, daarmee bedoel ik zijn piemel, tegen mijn wang. En toen hoorde ik hem zeggen: “Doe hem er maar in.” Ik zei: “Nee ik kom niet voor die shit.” Hij zei: “Ah toe, je hebt toch geen vriendje.” Ik ging door dat ik dat niet wilde. Hij dwong mij echt tot pijpen. Maar ik zat in een positie waar ik niet gelijk uit kon. Dat moet heel geleidelijk. Anders scheur je dingen. Ik werd door hem tegengehouden en hij hield mij in de stretchpositie. Hij zei: “Je kunt het nog wel even volhouden, 20 seconden.” Ik wilde niet meer in deze positie blijven zitten, maar hij hield mij echt tegen. Hij haalde me uiteindelijk wel uit de stretchpositie. Ik voelde dat het zijn piemel was die tegen mijn wang zat. En hij zat elke keer met zijn hand zo bij zijn broek. Op een keer heb ik mijn ogen heel kort opgedaan. Ik zag toen zijn piemel. Ik zag dat hij stijf was. En ik voelde dat hij niet droog was, tegen mijn wang voelde het nat.
Met stretchen heeft hij altijd een grijze broek aan. Die had hij altijd aan. Hij kleedde zich dan om voor het stretchen. Ik ben gaan kijken in de doucheruimte nadat [verdachte] daar met een andere broek vandaan kwam, en ik zag een grijze broek liggen en ik zag een gat in die broek.
[…]
T.a.v. feit 11
21. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 4 september 2020, opgenomen op pagina 275 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 6] :
Ik, [slachtoffer 6] , doe aangifte van aanranding door mijn dansleraar [verdachte] , gepleegd te [plaats] . Ik wilde doorgaan met mijn passie, namelijk dansen. Ik wilde terug naar het niveau waar ik op zat en had een goede trainer nodig die mij daar weer kon brengen. Ik ben naar [verdachte] gestapt en heb hem ook in vertrouwen genomen over dat het niet goed met me ging. Ik moest verplichte lessen volgen en we hadden gesprekken.
Ik heb één keer met hem gestretcht in zijn kantoor. Hij zat op de bank en ik zat ervoor. Ik heb kennis van stretchen, door mijn turnverleden. Stretchen hoort van achteren. Iemand duwt je van achteren naar voren. Hij trok je juist naar voren. Dat is net andersom. Hij zei dat hij zich om ging kleden en hij deed een andere broek aan. Hij legde kussentjes neer. Hij ging op de bank zitten. Ik ging zitten. Ik ging met mijn rug naar hem toe zitten in de stretch positie. Zo ben ik het gewend. Hij zei dat ik om moest draaien en zo kwam ik dus met mijn gezicht naar hem toe. Hij drukte mij naar zich toe. Ik kwam met mijn hoofd op zijn buik. Ik voelde met mijn kin en mijn wang zijn harde geslachtsdeel.
Toen zag en benoemde hij dat ik last van mijn schouder had. Hij begon mij te masseren op mijn rug. Hij zei dat ik helemaal vast zat. Hij zei: “Kom, kom mee. Ik masseer je." Ik ben meegegaan naar zijn kamer. Ik moest mijn shirt deels uit doen. Hij ging richting mijn borst. Het was niet vol mijn borst, maar aan de zijkant. Hij zei: “Ik zit niet aan je borst hoor, maar je klieren zitten ook helemaal vast.” Ik voelde direct dat het niet oké was, maar toch liet ik het toe. Ik dacht dat het erbij hoorde. Hij zei dat ik klieren bij mijn borsten had en die zou ik moeten masseren onder de douche. Hij heeft dat ook aangeraakt. Hij ging met zijn handen langs mijn borsten, rondom. Enige tijd later moest ik met hem de zaal in. Ik moest me uitkleden en ik had alleen mijn string nog aan. Hij zei dat dit was voor mijn zelfverzekerdheid.
Op een gegeven moment moest ik bukken. Dat voelde heel ongemakkelijk. Ik stond met de zijkant van mijn lichaam naar de spiegel, moest bukken en naar mezelf kijken. Ik moest naar hem toelopen. Hij heeft me toen gemasseerd. Hij zat toen ook weer aan mijn borsten.
Hij zei op een gegeven moment dat het genoeg was, het was goed zo. We zouden de volgende keer een stapje verder gaan.
Ik ben één keer wezen stretchen. Hij drukte mijn hoofd dan tegen zijn geslachtsdeel. Hij zat op een bank. Ik zat op de grond. Als je stretcht zit je in de split. Ik zat op de grond. Je handen en armen horen achter je rug. Hij zat dus voor mij en trok mij naar zich toe. Hij bracht mijn gezicht richting zijn kruis. Ik wendde mijn hoofd af, want ik voelde zijn geslachtsdeel in mijn gezicht. Hij zei dat ik moest ontspannen en hij bracht mijn hoofd weer in de richting van zijn geslachtsdeel. Ik voelde aan alles dat het niet oké was. Ik zat in een onmogelijke positie.
Voordat we gingen stretchen zei hij dat hij een andere broek aan ging doen. Ik kan me nog herinneren dat er een soort gat in zat. Deze stretch was eind 2019, begin 2020.
22. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 september 2020, opgenomen op pagina 289 van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant:
Op 2 september 2020 is een aangifte opgenomen van [slachtoffer 6] . De goede pleegdatum/tijd is: vanaf begin 2019 tot en met begin 2020.
23. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 7 september 2020, opgenomen op pagina 340 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 7] :
Ik, [slachtoffer 7] , doe aangifte van aanranding door [verdachte] , gepleegd te [plaats] in de periode tussen 1 september 2019 en 15 juli 2020.
Ik dans bij [A] . Ik ben daar in een demoteam gekomen. Dan kun je extra trainingen krijgen. Ik kreeg extra trainingen van de baas: [verdachte] . Hij zei dat ik wat losser moest gaan bewegen. Ik ben een aantal keren gaan stretchen met [verdachte] . Je komt via auditie in het demoteam. [betrokkene 1] en [verdachte] zitten in de jury.
Tijdens het stretchen zei [verdachte] dat ik bepaalde dingen moest doen met mijn tong om mij af te leiden van de pijn. Ik moest mijn tong omhoog en naar beneden doen. Op een gegeven moment deed ik alsof omdat hij dan heel dichtbij zat. Hij ging met zijn vinger langs mijn mond om mij af te leiden. Daardoor kwam ik in aanraking met zijn geslachtsdeel, dat voelde ik bij mijn kin. Ik voelde ook dat hij harder werd. Het is één keer gebeurd. Mijn moeder was ziek en ik gebruikte dat als excuus om niet bij hem te hoeven stretchen.
[verdachte] is mijn trainer voor de demo-teams. Hij kon dan als we op een wedstrijd tweede werden zeggen hoe slecht we waren. Alles lag dan aan ons. Hij wist hoe hij je mentaal in zijn macht kon krijgen. Hij kon dan in één keer een hele choreografie voordoen en dan zei die dat wij dat in één keer moesten doen. Als dat niet lukte zei hij hoe slecht we wel niet waren.
Ik heb drie keer met hem gestretcht. Hij had een bank en kussens aan de zijkant. Daar moest je dan je benen tegenaan doen. Hij tilde je dan op en trok je dan naar voren. Hij pakt je dan onder je armen en trekt je naar voren. Hij zit dan op de bank, ook met zijn benen wijd. We kijken elkaar dan aan. Hij zit iets hoger dan ik want ik zit op de grond. Mijn gezicht zit ter hoogte van mijn buik. Zijn benen zijn dan wijd open en over die van mij heen. Er zat geen ruimte tussen mijn hoofd en zijn buik. Dan houdt hij mij in de positie. Dan moet je dat met je tong doen. Uitsteken en het puntje van je neus aanraken, daarna je kin en dan van links naar rechts. Hij zegt dat je dan met iets anders bezig bent dan met de pijn, het doet namelijk erg pijn. Hij zegt steeds: “Ontspannen, ontspannen.” Hij droeg altijd een grijze broek met een gat erin ter hoogte van zijn geslachtsdeel. Deze droeg hij alleen tijdens het stretchen. Ik zag er vlekken in. Doordat ik met mijn kin tegen zijn geslachtsdeel aan zat, voelde ik deze wel steeds meer tegen mijn kin aankomen en voelde ik dat zijn geslachtsdeel steeds stijver werd.
Als het stretchen afgelopen was, ging hij masseren. Dan moest je met je buik op de bank hangen. Ik had een boxer aan. Hij deed de pijpjes van de boxer iets opzij. Hij gaat dan naar beneden op mijn kont de knopen eruit wrijven. Zijn handen gingen over de knopen op mijn billen. Dan vroeg hij: “Heb je hier nog pijn of hier nog pijn”, en dan ging hij ook wel eens tussen mijn benen, over mijn geslachtsdeel. Op een plek waar ik dat niet wilde, hij had daar geen toestemming voor. Hij heeft dat één keer aangeraakt met zijn hand. Ik had niet het gevoel dat ik hem kon weigeren.
De eerste keer van het stretchen was ongeveer een jaar geleden. De laatste keer was ergens in de maand juli van dit jaar. De eerste paar keer was snel achter elkaar. Dat was vorig jaar september. Daarna heeft er een hele tijd tussen gezeten. De eerste keer in juli is er niets gebeurd en de tweede keer heb ik net beschreven. Zijn geslachtsdeel heb ik alleen de laatste keer dit jaar in juli gezien. Als mijn moeder niet ziek was geweest dan denk ik dat ik door was gegaan met die lessen, vanwege de druk denk ik of ik had een andere smoes bedacht. Ik had niet de durf om tegen hem te zeggen dat ik dit niet wilde.
24. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 11 september 2020, opgenomen op pagina 367 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 8] :
Ik, [slachtoffer 8] , doe aangifte van seksueel misbruik door [verdachte] , gepleegd te [plaats] . Het is tussen september en december 2019 gebeurd. Ik geef les bij [A] . [verdachte] sprak mij aan. Hij zei: “Ik zie dat je lenig bent, maar je kan hier en hier nog aan werken.” Hij zei dat ik iets had met de spier vanuit mijn rug/heup naar mijn hamstring. Ik zou dan met hem kunnen gaan stretchen. Hij zei dat ik als professioneel danser meer kon bereiken. Ik heb ook gezegd dat ik wel hoger op wilde en daar hulp bij wilde. De eerste keer was op een zaterdag. Ik ging me daarna opwarmen en toen ging ik met [verdachte] stretchen. Hij had een slaapbank. Ik moest daar in de kikkerhouding op zitten. Hij ging dan boven op mij zitten. Ik kon elke keer verder. Dit was niet direct raar. Later moet ik met gestrekte benen op de grond zitten. Hij zat dan op de bank. Zijn benen wijd. Hij trok mij dan met zijn armen in de richting van zijn lul. Op een gegeven moment kon ik zover dat ik met mijn gezicht bij zijn lul kwam.
[verdachte] deed ook altijd een andere broek aan als we gingen stretchen. Ik kan me nog goed herinneren dat ik ter hoogte van zijn kruis vlekken zag. Ik rook en zag zijn lul gewoon. Hij heeft me ook een keer gemasseerd bij mijn bil. Hij voelde een knoop in mijn bilspier. Hij heeft mij wel gevraagd of hij aan mijn bil mocht komen. Ik zei dat dit mocht als het daardoor beter werd. Hij ging alleen veel verder dan nodig; hij ging helemaal richting mijn vagina.
Ik zat vorig jaar in het team Prototype. Ik stretchte in de periode van september tot en met december 2019 twee keer in de week met [verdachte] . Hij zat dan voor mij. Hij had mij geklemd met zijn voeten. Hij had zijn armen onder mijn oksels door. Ik zat eigenlijk klem. Hij zat dan dus op de bank. Hij leunde dan naar achteren waardoor mijn lichaam naar voren ging. Mijn benen konden nergens heen, want er zaten ook kussens bij de benen. Ik kon niet uit mezelf terug. Dat moest wel langzaam gebeuren. Mijn hoofd zat ter hoogte van zijn onderbuik en bij zijn lul. Als hij naar achteren ging kwam je bij zijn lul. Ik zat daar zo rond de 20 centimeter vandaan. Ik heb wel eens aangegeven dat het er warm en benauwd was. Ik draaide dan mijn hoofd naar de zijkant, maar dit mocht niet. Ik moest recht vooruit blijven kijken.
Het masseren van mijn bil in de maand november of begin december 2019. Ik gaf aan dat ik spierpijn had. Hij vroeg toen of hij het mocht masseren. Dat mocht wel. Hij ging alleen veel verder dan had gehoeven. Hij ging letterlijk met zijn hand in mijn legging of joggingbroek.
Zijn hand ging tot aan de onderkant van mijn bil, aan de binnenkant. Echt richting mijn vagina. Tijdens de bilmassage voelde ik ook de piemel van [verdachte] . Hij zat achter mij op zijn knieën. Hij had mij vast met zijn handen. Hij drukte zijn bekken tegen mijn kont. Zijn piemel tegen mijn kont, zo één keer heel snel.”
6. Wat betreft het steunbewijs heeft het hof het volgende overwogen (hier weergegeven zonder voetnoten):

Bewijsminimum
Het hof stelt voorop dat volgens artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) - dat de tenlastelegging in haar geheel betreft en niet een onderdeel daarvan - het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend kan worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing in die zin dat zij de rechter verbiedt om tot een bewezenverklaring te komen in het geval dat de door één getuige genoemde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal.
De vraag of aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Sv is voldaan laat zich niet in algemene zin beantwoorden. De vraag of er voldoende steunbewijs is indien de bewezenverklaring zwaar leunt op de verklaring van één getuige, zoals vaak het geval is bij zedenzaken, is afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval. Wel zijn daarvoor in de jurisprudentie enige regels geformuleerd. Zo moet het steunbewijs “voldoende steun” geven aan de verklaring van die getuige, dat wil zeggen dat het steunbewijs op relevante wijze in verband dient te staan met de inhoud van de verklaring van die getuige. Steunbewijs mag in beginsel niet enkel afkomstig zijn van dezelfde bron in die zin dat als steunbewijs zou kunnen worden gebruikt de verklaring van een ander aan wie de getuige heeft verteld wat haar of hem is overkomen. Enkel een de auditu (“van horen zeggen”)-verklaring levert op zichzelf genomen niet voldoende steunbewijs op. Wel kunnen bepaalde waarnemingen die de de auditu (“van horen zeggen”)-getuige persoonlijk heeft gedaan voldoende steunbewijs opleveren. Ook kunnen eigen waarnemingen van getuigen, die weliswaar niet het kernverwijt (bijvoorbeeld de seksuele handelingen) bevestigen, binnen de context van de gebeurtenissen voldoende zelfstandig onderscheidend zijn om als objectief gegeven in combinatie met andere omstandigheden een rol van betekenis spelen als steunbewijs naast de verklaring van het slachtoffer. Het is niet (per se) vereist dat het steunbewijs betrekking heeft op de tenlastegelegde gedragingen.
Voor de onder 1 tot en met 11 tenlastegelegde feiten geldt dat de verklaringen van aangeefsters telkens worden ondersteund door de verklaringen van verdachte afgelegd bij de politie dan wel ter zitting van de rechtbank. Verdachte heeft erkend dat hij met het merendeel van de aangeefsters één-op-één heeft gestretcht en/of één of meerdere massages aan hen heeft gegeven. Ook over diverse bijkomende details die door de aangeefsters zijn benoemd, wordt door verdachte verklaard. Bijvoorbeeld over de manier van stretchen om de split te leren, waarbij verdachte aan de voorzijde van de leerling op een bankje zat en de leerlingen dan met hun hoofd richting zijn buik kwamen. Als een leerling erg lenig was, kon deze in de buurt van zijn kruis komen. Ook heeft verdachte bijvoorbeeld verklaard over de oefening die hij ter afleiding aan meerdere leerlingen heeft voorgesteld, waarbij zij met de mond open tongbewegingen moesten maken en waarbij hij aangaf dat de leerlingen zich moesten ontspannen.
Hoewel deze verklaringen van verdachte niet zien op het seksueel misbruik als zodanig, bieden zij wel steun aan de verklaringen van aangeefsters op het punt van de concrete en per geval specifieke omstandigheden waaronder het misbruik volgens aangeefsters heeft plaatsgevonden. Naar het oordeel van het hof biedt de verklaring van verdachte op dit punt, gelet op hetgeen door het hof is vooropgesteld, daarom ook voldoende steun aan de verklaringen van de aangeefsters ten aanzien van de seksuele handelingen en is daarmee voldaan aan het bewijsminimum.
[…]
Aan de beantwoording van de door de verdediging opgeworpen vraag of in onderhavige zaak een schakelbewijsconstructie aanvaardbaar zou zijn, komt het hof- net zoals de rechtbank - niet toe omdat een dergelijke bewijsmotiveringsmethode in onderhavige zaak niet aan de orde is.”
Het eerste cassatiemiddel en de bespreking daarvan
Het middel
7. Het eerste middel, bezien in samenhang met de toelichting daarop, behelst de klacht dat het hof de bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten 2, 3, 4, 6, 7, 8, en 11 niet voldoende met redenen heeft omkleed, nu ten aanzien van elk van deze feiten niet zou zijn voldaan aan de bewijsminimumregel als bedoeld in art. 342, tweede lid, Sv en het bewijs daarvan telkens in wezen uitsluitend zou steunen op de verklaringen van één getuige, namelijk die van de betrokken aangeefster. Daarbij wordt aangevoerd dat de verklaring van de verdachte waarop de bewezenverklaring van het desbetreffende feit mede is gestoeld, onvoldoende toereikend is om als objectief ondersteunend bewijsmateriaal te worden aangemerkt. Voor elk van deze verklaringen geldt dat zij enkel de aanwezigheid van de verdachte in tijd en plaats bevestigt, terwijl de handelingen waarover de verdachte telkens verklaart – het stretchen en masseren van de betrokken aangeefster – nu eenmaal horen bij zijn rol als dansleraar, aldus de steller van het middel.
Het juridisch kader
8. De Hoge Raad hanteert in bewijsminimumzaken de volgende vooropstelling. Volgens het tweede lid van art. 342 Sv Pro kan het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling heeft betrekking op de tenlastelegging in haar geheel en niet op een onderdeel daarvan. Zij beoogt de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing te waarborgen, in die zin dat art. 342, tweede lid, Sv de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen als de door één getuige naar voren gebrachte feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. De vraag of aan het bewijsminimum van art. 342, tweede lid, Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vereist een beoordeling van het concrete geval. De Hoge Raad kan daarom geen algemene regels geven over de toepassing van art. 342, tweede lid, Sv, maar daarover slechts tot op zekere hoogte duidelijkheid geven door het beslissen van concrete gevallen. Opmerking verdient nog dat het bij de beoordeling in cassatie of aan het bewijsminimum van art. 342, tweede lid, Sv is voldaan, van belang kan zijn of de feitenrechter zijn oordeel dat dat het geval is, nader heeft gemotiveerd. [1]
9. Bepalend is of de (door de aangever) gereleveerde feiten en omstandigheden voldoende steun vinden in het overige door het hof gebezigde bewijsmateriaal. Daarbij mag geen sprake zijn van een te ver verwijderd verband tussen die verklaring en dat overige bewijsmateriaal. [2] Niet vereist is dat het steunbewijs betrekking heeft op de tenlastegelegde gedragingen. [3] In de regel is niet voldoende om als steunbewijs in de hier bedoelde zin te kunnen worden aangemerkt materiaal dat alleen de aanwezigheid bevestigt van de verdachte bij de aangever/aangeefster op dezelfde tijd en plaats. [4]
10. Er zijn hier verschillende vormen van steunbewijs te onderkennen. Niet zelden bestaat het steunbewijs dat naast de verklaring van de aangever of aangeefster voorhanden is, uit een (kort) na het delict waargenomen (hevige) emotionele reactie. [5] Ook kan het steunbewijs onder omstandigheden zijn gelegen in schakelbewijs [6] of in een specifieke handelswijze van de verdachte (bijv. bepaald gebruik van zakdoekjes). [7]
De bespreking van het middel
11. De verdachte is in de bewezenverklaarde periode van 2015 tot en met 27 augustus 2020 eigenaar van de dansschool [A] geweest, waar hij tevens als dansdocent werkzaam was. Blijkens zijn eigen verklaring heeft de verdachte in die laatste hoedanigheid zelfstandig talentvolle danseressen, onder wie de aangeefsters, benaderd voor persoonlijke begeleiding, bestaande uit onder meer één-op-één stretchtrainingen en massages.
12. Uit de bewijsvoering van het hof, voor zover hier van belang, kan worden opgemaakt dat de aangeefsters van de in cassatie betwiste feiten zeer gelijkluidend verklaren over de wijze waarop deze stretchtrainingen en massages zich voltrokken. Zo verklaren zij allen dat de verdachte bij de stretchtraining een grijze joggingsbroek aan had met een gat bij het kruis. [8] Vervolgens moesten de aangeefsters tijdens het stretchen met hun benen in een split aanzitten tegen de stretchbank waar de verdachte op zat. De verdachte zat dan op zijn beurt met zijn voorzijde naar de voorzijde van de aangeefsters toe, met zijn benen óm het lichaam van de aangeefsters en óver hun benen heen gepositioneerd. Op die manier kon de verdachte elke keer handhaven dat de betrokken (jonge) danseres (de aangeefster) in de stretchpositie bleef zitten, terwijl hij er intussen op aandrong dat zij haar hoofd, met het gezicht naar voren, gericht hield bij zijn buik en kruis. Uit de verschillende verklaringen blijkt dat de aangeefsters gedurende de oefening het geslachtsdeel van de verdachte door het gat in zijn broek konden zien of konden ruiken. Ook heeft een aantal van hen het “nattige” geslachtsdeel van de verdachte tegen hun wang aan gevoeld.
13. Door de lange duur van de stretchoefening hebben de betrokken aangeefsters pijn ervaren. Zij verklaren ieder dat de verdachte ter afleiding van de pijn voorstelde een ontspanningsoefening met hun mond te doen, waarbij zij hun tong moesten uitsteken en van links naar rechts moesten bewegen. De meesten van hen verklaren bovendien dat de verdachte na de stretchoefening hun ging masseren om de pijn tegen te gaan. Deze massages waren uiteenlopend in duur en intensiteit en strekten zich uit van de benen, billen en (klieren bij) de borsten, tot dichtbij en soms zelfs in het geslachtsdeel van de aangeefsters.
14. Het hof heeft bij de bewezenverklaring van de onderscheiden feiten per geval de verklaring(en) van de betrokken aangeefster tot uitgangspunt genomen. Naar het hof niet onbegrijpelijk heeft overwogen, worden deze verklaringen – anders dan de steller van het middel meent – op een aantal specifieke punten bevestigd door de verklaring van de verdachte zelf.
15. De verklaring van de verdachte houdt, voor zover hier van belang, namelijk steeds in dat: (i) hij in de tenlastegelegde periode één-op-één stretchoefeningen heeft gedaan met de betrokken aangeefster om de split te leren, (ii) de betreffende aangeefster tijdens de oefening aan zijn voorzijde zat en met haar hoofd richting zijn buik kwam en, afhankelijk van ieders individuele lenigheid, dichterbij zijn kruis kwam, (iii) hij de betreffende aangeefster na de oefening heeft gemasseerd, en (iv) hij de betreffende aangeefster ter afleiding van de houdingspijn een oefening met de mond liet doen, die inhield dat zij met de mond wijd open bepaalde specifieke tongbewegingen moest maken, waaronder het naar buiten steken van de tong en het daarmee van links naar rechts bewegen, en zij daarbij door de neus moest ademhalen en haar hoofd recht moest houden. Daarnaast heeft de verdachte verklaard dat (a) hij “close” was met [slachtoffer 1] (aangeefster feit 2), haar in haar lies heeft gemasseerd en dat hij met zijn handen langs haar benen is gegaan in reactie waarop de aangeefster wat omhoog bewoog en zei “nu zit je wel erg hoog”, (b) [slachtoffer 3] (aangeefster feit 6) op een bepaald moment overstuur was en uit de stretchoefening gehaald wilde worden, waarna zij huilend is weggelopen en (c) hij vond dat [slachtoffer 6] (aangeefster feit 11) zich niet voor haar naaktheid moest schamen, hij haar heeft geadviseerd onder de douche haar eigen borsten te masseren en zij de stretchhouding met de verdachte aan haar voorzijde niet prettig vond.
16. Naar het mij voorkomt kon, in weerwil van hetgeen door de steller van het middel naar voren wordt gebracht, het hof per geval de aangifte van de aangeefster wel degelijk doen steunen op de desbetreffende verklaring van de verdachte. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting. Ook is dat oordeel in het licht van het bepaalde in art. 342, tweede lid, Sv niet onbegrijpelijk dan wel onvoldoende gemotiveerd. Het hof heeft immers in de bewijsoverweging gewezen op de “concrete en per geval specifieke omstandigheden waaronder het misbruik heeft plaatsgevonden”, zoals 1) het één-op-één met de aangeefsters stretchen, 2) het geven van massages bij hen, 3) de manier waarop de aangeefsters bij het één-op-één stretchen met hun hoofd bij zijn kruis kwamen te zitten en 4) de tongbewegingen die de aangeefsters als ontspanningsoefening moesten doen tijdens het één-op-één stretchen.
17. Van schending van art. 342, tweede lid, Sv is geen sprake. In het bijzonder gelet op wat uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen met betrekking tot, voor zover hier relevant, de tenlastegelegde feiten 2, 3, 4, 6, 7, 8 en 11 blijkt over wat de verdachte aangaande stretchoefeningen heeft verklaard, kan immers per geval niet worden gezegd dat de voor het bewijs gebruikte verklaring van de aangeefster onvoldoende steun vindt in het overige bewijsmateriaal.
18. Overigens had het hof ook (nog) makkelijk gebruik kunnen maken van een schakelbewijsconstructie in deze zaak; gelet daarop – ik merk het ten overvloede op – heeft de verdachte geenszins belang bij cassatie.
19. Het middel faalt.
Het tweede cassatiemiddel en de bespreking daarvan
20. Volgen het tweede middel is het hof in strijd met art. 359, tweede lid, Sv onvoldoende gemotiveerd afgeweken van een uitdrukkelijk onderbouwd strafmaatstandpunt van de verdediging.
21. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 14 april 2023 heeft de raadsman van de verdachte het woord gevoerd overeenkomstig de aan dat proces-verbaal gehechte pleitnota. Deze pleitnota houdt, voor zover hier van belang, het volgende in (hier weergegeven zonder voetnoten):

Strafmaatverweer
P. 31 ev requisitoir alsmede spijt aanhalen. Daarin in juiste context geplaatst. [verdachte] spijt van dergelijke handelingen maar ontkent bewust concreet tlgl feiten te hebben gepleegd. Derhalve geen totaal ontkennende verdachte. Ligt genuanceerder.
De rechtbank heeft [verdachte] een gevangenisstraf van zeven jaar opgelegd. Mocht uw Hof, ondanks hetgeen de verdediging vandaag naar voren heeft gebracht, tot één of meerdere veroordelingen komen, vragen wij u rekening te houden met de volgende omstandigheden bij de straftoemeting.
[verdachte] heeft in zekere zin inzicht getoond in zijn handelen. Hij heeft een andere lezing van de feiten en was niet in de veronderstelling dat er seksuele handelingen tegen de wil van de aangeefsters zijn verricht. Zoals bij inleiding betoogd neemt weldenkend mens hiermee groot risico op ontdekking en grote gevolgen als gedragingen naar buiten komen. Is uiteindelijk ook geschied. Wil er bij mij niet in dat iemand bij zijn volle verstand relatief geringe vermeende lusten laat prevaleren boven enorme risico's die daarmee gepaard gaan.
Indien uw hof meent dat dit wel zo is, dient er een andere strafoplegging te volgen dan een lange gevangenisstraf. Dan is er slechts sprake van vergelding en wordt er voorbijgegaan aan de vermeende problematiek van [verdachte] . Dan doet een kortere bestraffing maar wel een behandeling in het kader van een gedragsbeïnvloedende maatregels meer recht aan de zaak.
In dat kader verwijst de verdediging naar een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland die qua omstandigheden veel overeenkomsten heeft met de zaak die vandaag voor uw Hof wordt behandeld. Hierin heeft de bekennende proceshouding van de verdachte geleid tot een lagere gevangenisstraf.
[verdachte] is een first-offender. Hij is nooit eerder in aanraking geweest met politie en justitie, niet op zedengebied maar ook niet op welke andere manier dan ook. Daarnaast wordt het recidiverisico van [verdachte] door zowel de psychiater, psycholoog als de reclassering als laag ingeschat. Onderbouwd inhoudelijk verweer maar strookt niet met mogelijke veroordeling. Immers, dergelijk gedrag te beschouwen als afwijkend. Zoals gezegd, er staat teveel op het spel om vermeende lust te verkiezen boven de grote kans op last.
Ter afsluiting wil ik uw hof het volgende in overweging geven. Situatie als onderhavige helaas geregeld voorkomend maatschappelijk verschijnsel. Betreft vaak macht gepaard met (seksuele) intimidatie waar persoon in kwestie zich helaas niet van bewust is en ook niet op wordt gewezen. Stel hardop de vraag of zware bestraffing de oplossing is. Dan alleen vergelding en preventie. Strafrecht ook ander doel. Dat is maatschappelijk belang. Daarbij ook kijken naar belang verdachte. Voorbeeld uit eigen omgeving. Betrof medewerkers die relatie kregen maar ook medewerkers die graag relatie wilden. Richtten zich vaak op stagiaires. Gedoe voorkomen. Altijd ervoor gewaakt dat men in veilige ruimte verbleef en anders op zoek. Een veilige werkplek creëren we met z'n allen. Door open te zijn, elkaar aan te spreken en desnoods in de gaten te houden. In de praktijk helaas vaak gekozen voor de andere manier. Via de media en het strafrecht. In vele zaken gevolgen desastreus.. [verdachte] eerder aangesproken. Was effectief maar kennelijk daar de klad weer ingekomen. Kwestie van waakzaamheid en bewustwording. Met name dat laatste cruciaal. Geldt niet alleen voor maar voor gehele samenleving.
Wederzijdse aantrekkingskracht overal waar mensen zijn. Ook hier beleving (achteraf) een rol. Is veelvoorkomend verschijnsel.
Hoop dat uw hof bij eventuele strafoplegging hier een overweging aan wil wijden. Een overweging aan het feit dat er niet voor is gekozen om met elkaar in gesprek te gaan. [verdachte] stond en staat daar open voor. [verdachte] zoals gezegd zich niet bewust geweest van gevolgen van zijn handelen. Nu wel. Wil er alles aan doen om dit in de toekomst te voorkomen.
Zie dit als een strafverzachtende omstandigheid. Doe niets af aan de gevolgen zoals door aangeefsters ervaren. Hoop met [verdachte] dat alle betrokkenen verder kunnen met hun leven. Vraag uw hof ook om [verdachte] kans te geven door lagere straf op te leggen dan in 1e aanleg, mogelijk met gedragsbeïnvloedende maatregel in de vorm van een behandeling. Ook opgelegde en wederom gevorderde andere maatregelen strafverzwarend. Sluit af met de mededeling dat [verdachte] nog steeds ervoor open staat om in gesprek te gaan. Het is niet alleen wat er van hem gemaakt is. [verdachte] is een mens. Een medemens die ook een andere kant heeft. Mededogen en waar mogelijk vergeving helpt uiteindelijk iedereen verder in het leven.”
22. Het hof heeft de opgelegde straf als volgt gemotiveerd:
“De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft zich gedurende een lange periode van ruim vijf jaren schuldig gemaakt aan seksueel misbruik van dertien slachtoffers, variërend in leeftijd van 14 tot 30 jaar. Alle slachtoffers waren als leerling en/of dansdocent aan verdachtes dansschool in [plaats] verbonden. Verdachte heeft met negen slachtoffers één-op-één stretchoefeningen gedaan waarbij zij met hun gezicht dichtbij het kruis van verdachte kwamen. Zeven slachtoffers hebben daarbij verdachtes geslachtsdeel tegen hun gezicht gehad. Verdachte heeft drie slachtoffers tijdens het stretchen gevraagd om zijn penis vast te pakken of hem oraal te bevredigen. Bij één slachtoffer is ook daadwerkelijk sprake geweest van (het tegen de wil) pijpen. Tijdens het geven van massages heeft verdachte bij vijf slachtoffers hun vagina aangeraakt, en heeft hij bij vijf slachtoffers de borsten en bij twee slachtoffers de billen betast. Bij twee slachtoffers is verdachte met zijn vinger(s) in de vagina geweest.
Verdachte is bij zijn handelen volledig voorbijgegaan aan de grenzen van de veelal minderjarige slachtoffers. Verdachte heeft in zijn positie als dansleraar en eigenaar van de dansschool het vertrouwen, dat de slachtoffers en hun ouders in hem hadden gesteld, op grove wijze beschaamd. Verdachte heeft ook misbruik gemaakt van de ambitie van de (jonge) danseressen. Zij wilden beter worden en verder komen in het dansen en verdachte gaf de indruk dat zij daarbij van zijn hulp afhankelijk waren. Daarnaast heeft verdachte door zijn handelen ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers, die vanwege hun jeugdige leeftijd en/of afhankelijkheid niet in afdoende mate in staat waren aan het handelen van verdachte weerstand te bieden.
Het is van algemene bekendheid dat de slachtoffers van zeer ernstige misdrijven, waaronder zedendelicten als hier aan de orde, nog lang ernstig kunnen lijden onder de psychische gevolgen. Dat daarvan ook in dit geval sprake is, is gebleken uit de ingrijpende slachtofferverklaringen afgelegd in eerste aanleg en in hoger beroep. Het hof rekent verdachte ook diens ontkennende houding aan en het hardnekkig afschuiven van zijn verantwoordelijkheid, hetgeen zorgt voor extra leedtoevoeging bij de slachtoffers.
Aan de ernst, aard, duur en omvang van de bewezenverklaarde feiten kan enkel recht worden gedaan door het opleggen van een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Het hof heeft bij de straftoemeting ook acht geslagen pp de rapporten die zijn opgemaakt omtrent de persoon van verdachte, te weten het psychiatrisch rapport van 26 maart 2021, het psychologisch rapport van 6 mei 2021 en de reclasseringsadviezen van 18 mei 2021 en 27 februari 2023. Uit de rapportages van de psycholoog en psychiater volgt dat er geen aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van een psychiatrische of persoonlijkheidsstoornis.
Verdachte kan derhalve als volledig toerekeningsvatbaar worden aangemerkt. Die rapporten geven geen aanleiding om af te [slachtoffer 2] van het uitgangspunt van een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Mede gelet op de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten voor de straftoemeting - die bij een eenmalige verkrachting met een beperkte mate van dwang als uitgangspunt reeds een gevangenisstraf van 24 maanden nemen - en het gegeven dat het hof op onderdelen tot een andere bewezenverklaring dan de rechtbank komt en ten aanzien van feit 4 tot een als zwaarder te kwalificeren delict, acht het hof de door de advocaat-generaal gevorderde gevangenisstraf van 8 jaren, met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest, passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot. het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.
Beroepsverbod
Net als de rechtbank schat het hof - gelet op het feit dat hij zich jarenlang schuldig heeft gemaakt aan het plegen van zedenmisdrijven tegen een groot aantal verschillende slachtoffers - de kans op herhaling in als hoog, zeker als verdachte in een vergelijkbare positie of rol komt te verkeren. Het hof zal daarom, zoals gevorderd door de advocaat-generaal, als bijkomende straf een beroepsverbod opleggen om als dansleraar (in brede zin) van vrouwelijke pupillen werkzaam te zijn, voor de duur van 13 jaren.
Contactverbod
Uit het dossier is gebleken dat verdachte, ondanks uitdrukkelijk verzoek van de politie om dat niet te doen, veel moeite heeft gedaan om in contact te komen met verschillende aangeefsters. Gelet daarop dient er rekening mee te worden gehouden dat verdachte zich in de toekomst mogelijk belastend naar aangeefsters zal gedragen. Gelet op het voorgaande zal het hof daarom aan verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht opleggen, inhoudende een contactverbod met aangeefsters voor de duur van vijf jaren. […]”
23. In de woorden van de steller van het middel schiet de motivering van de oplegging van de gevangenisstraf tekort omdat het hof zonder daaraan een woord te wijden door het opleggen van een hogere gevangenisstraf dan de rechtbank heeft gedaan, is afgeweken van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging dat de verdachte een first offender is en blijkens de rapporten van de deskundigen een laag recidiverisico heeft.
24. Vooropgesteld dient te worden dat de Hoge Raad in zijn arrest van 5 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:975,
NJ2023/129, m.nt. Ten Voorde ter zake het volgende heeft overwogen:
“3.4 In het Nederlandse strafrecht geldt dat de rechter die de zaak behandelt en op basis daarvan over de feiten oordeelt (hierna: de feitenrechter), beschikt over een ruime straftoemetingsvrijheid. Dat wil zeggen dat de feitenrechter binnen de grenzen die de wet stelt, vrij is in de keuze van de op te leggen straf – waaronder ook is te verstaan de strafsoort – en in de keuze en de weging van de factoren die hij daarvoor in de concrete zaak van belang acht. De beslissing over de straftoemeting wordt in sterke mate bepaald door de omstandigheden van het geval en de persoon van de verdachte. Mede gelet op de veelheid aan factoren die van belang (kunnen) zijn bij de keuze van de strafsoort en het bepalen van de hoogte van de straf kan de feitenrechter daarbij slechts tot op zekere hoogte inzicht verschaffen in en uitleg geven over de afwegingen die ten grondslag liggen aan zijn straftoemetingsbeslissing.
3.5.1
In artikel 359 leden Pro 5 en 6 Sv zijn enkele motiveringsvoorschriften neergelegd die de rechter ambtshalve bij de oplegging van een straf in acht moet nemen. Het in artikel 359 lid 2 Sv Pro neergelegde motiveringsvoorschrift heeft daarnaast zelfstandige betekenis. Dit voorschrift brengt met zich dat de rechter zijn beslissing over de strafoplegging nader moet motiveren als die beslissing afwijkt van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt van de verdediging of het openbaar ministerie.
3.5.2
De onder 3.4 genoemde straftoemetingsvrijheid stelt de feitenrechter in staat om bij de beslissing over de oplegging van straf zoals bedoeld in artikel 350 Sv Pro, te komen tot een strafoplegging die is afgestemd op de ernst van het bewezenverklaarde feit, de persoon van de verdachte en alle overige betrokken belangen. De grote vrijheid die de feitenrechter bij deze beslissing heeft, brengt ook de verantwoordelijkheid van de feitenrechter mee om – met het oog op de begrijpelijkheid en de aanvaardbaarheid van de strafoplegging en mede in reactie op wat ter terechtzitting naar voren is gebracht over de strafoplegging – inzicht te bieden in de beweegredenen die in het concrete geval hebben geleid tot de opgelegde straf. In de feitenrechtspraak bestaat – gelet op diverse initiatieven die daartoe zijn ondernomen – in algemene zin ook ruim aandacht voor het belang van een behoorlijke strafmotivering.
3.5.3
Aan de rechtspraak van de Hoge Raad ligt ten grondslag dat de verantwoordelijkheid voor de inhoud en de motivering van de straftoemeting in het concrete geval in belangrijke mate bij de feitenrechter ligt. De Hoge Raad stelt zich daarom als cassatierechter terughoudend op bij de beantwoording van de vraag of de motivering van de beslissing over de straftoemeting toereikend is.
3.5.4
Waar het gaat om de motiveringsverplichting van de tweede volzin van artikel 359 lid 2 Sv Pro past de hiervoor genoemde terughoudendheid van de Hoge Raad als cassatierechter bij de eisen die in de rechtspraak van de Hoge Raad in het algemeen worden gesteld aan het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt, en de invulling van de responsieplicht van de rechter als hij afwijkt van zo’n standpunt. Van belang hierbij is in het bijzonder het arrest van 11 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU9130. Zo levert een algemeen verzoek tot het matigen van de straf op basis van persoonlijke omstandigheden van de verdachte niet een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt op. Dat geldt ook voor de enkele opsomming van factoren die bij de strafoplegging in de zaak van de verdachte een rol zouden moeten spelen en die zouden moeten leiden tot een bepaalde soort of mate van straf. Van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt kan wel sprake zijn als het gaat om een betoog waarin beargumenteerd wordt aangevoerd waarom – gelet op de belangen die daarbij voor de verdachte op het spel staan – een bepaalde specifieke omstandigheid of een samenstel van specifieke omstandigheden zou moeten leiden tot een bepaalde soort of mate van straf, of waarom de rechter daarvan juist zou moeten afzien. De rechter moet dan op grond van artikel 359 lid Pro 2, tweede volzin, Sv nader motiveren waarom hij tot een van dat standpunt afwijkende beslissing komt. In zo’n geval gaat het bij de controle in cassatie in de kern om niet meer dan de vraag of de feitenrechter ervan blijk heeft gegeven dat acht is geslagen op het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt, en of de feitenrechter, gelet op de strafmotivering als geheel, voldoende inzichtelijk heeft gemaakt waarom de door de verdediging voor zijn standpunt aangevoerde gronden niet opwogen tegen de door het hof genoemde gronden voor de opgelegde straf.”
25. In de onderhavige zaak heeft de raadsman van de verdachte blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting van 14 april 2023 aldaar slechts aangestipt dat (i) de verdachte “spijt” heeft van dergelijke handelingen en “in zekere zin inzicht [heeft] getoond in zijn handelen”, maar (A-G: niettemin) wel ontkent de tenlastegelegde feiten te hebben gepleegd en dat het genuanceerder ligt, (ii) in dit geval bij een lange gevangenisstraf enkel sprake is van vergelding en er dan aan de “vermeende” problematiek van de verdachte wordt voorbijgegaan, (iii) de verdachte een first offender is, (iv) (volgens de raadsman) uit de rapporten van de psychiater, psycholoog en reclassering blijkt dat het recidiverisico laag wordt ingeschat en (v) hardop de vraag moet worden gesteld of zware bestraffing wel de oplossing is, nu (zo begrijp ik, A-G) ook het maatschappelijk belang een strafdoel is. Deze staccato-achtige opsomming van mededelingen levert naar het mij toeschijnt geen responsieplichtig uitdrukkelijk onderbouwd standpunt in de zin van art. 359, tweede lid tweede volzin, Sv op, zodat het hof niet tot een motivering in die zin gehouden was.
26. Maar ook als het strafmaatverweer wel als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt in de zin van de wet ware te verstaan (quod non), dan nog treft het middel geen doel, omdat dit standpunt dan genoegzaam gemotiveerd door het hof is verworpen. Anders dan de steller van het middel kennelijk meent, heeft het hof bij de straftoemeting wel degelijk acht geslagen op de door de steller van het middel genoemde rapporten omtrent de persoon van de verdachte en op basis van deze rapporten [9] overwogen dat deze nu juist geen aanleiding geven “om af te wijken van het uitgangspunt van een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf”. Ook heeft het hof nadrukkelijk overwogen dat gelet op ‘de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten voor de straftoemeting’ en het gegeven dat het op onderdelen tot een zwaardere bewezenverklaring komt dan de rechtbank, de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf passend en geboden is.
27. Ook dit middel faalt.
Slotsom
28. Beide cassatiemiddelen falen en kunnen worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende motivering.
29. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
30. Deze conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Zie o.m. HR 13 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM2452,
2.Dit kan worden afgeleid uit HR 26 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK2094,
3.HR 15 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:717,
4.In die zin o.m. HR 13 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:189,
5.Ik verwijs hiervoor nader naar mijn conclusie van HR 19 maart 2024, ECLI:NL:PHR:2024:259.
6.Vgl. HR 27 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:946,
7.Vgl. HR 23 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1095.
8.Deze specifieke omstandigheid blijkt niet zozeer uit ‘s hofs bewijsoverweging, maar wel uit elk van de bedoelde verklaringen van de aangeefsters.
9.Te weten het psychiatrisch rapport van 26 maart 2021 en het psychologisch rapport van 6 mei 2021, alsmede de reclasseringsadviezen van 18 mei 2021 en 27 februari 2021.