III.
De bewezenverklaring, bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen van het hof
4. Ten laste van de verdachte is primair bewezenverklaard dat:
“hij in de periode van 1 november 2014 tot en met 9 december 2014 in Nederland,
tezamen en in vereniging met anderen,
opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en heeft afgeleverd en vervoerd,
circa 1200 kilogram cocaïne,
zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.”
5. De bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen, voor zover hier van belang en met weglating van de bijlagen:
“1.
Het in de wettelijke vorm opgemaakte
proces-verbaal van bevindingenmet bijlage (foto’s) van politie Landelijke Eenheid, waterpolitie, Unit Zeeuwse Stromen, proces-verbaalnummer PL2600-2014053 160-1, d.d. 9 december 2014, opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 1], brigadier van politie Landelijke Eenheid en [verbalisant 2], brigadier Landelijke Eenheid, (pagina 1 t/m 11 van het politiedossier), voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende:
als relaas van verbalisant:
Op dinsdag 9 december 2014 omstreeks 00:10 uur kreeg ik [verbalisant 1] een telefonische melding via de Meldkamer Landelijke Eenheid in Driebergen door dat het Kustwachtcentrum te Den helder een melding had ontvangen van mogelijke drijvende pakketten die in de Westerschelde ronddreven nabij boei 9. Tevens volgde de melding dat er ter hoogte van boei 21 op de Westerschelde ook lichtjes waren gezien (...)
Op dinsdag 9 december 2014, omstreeks 00:55 uur, zagen wij, ter hoogte van de boei Everingen 1 (El), in de Westerschelde, plaatselijk bekend als De Everingen, binnen de gemeente Borssele gelegen, op het water meerdere lichtjes flikkeren. Wij zagen dat deze lichtjes waren bevestigd aan drie aaneengebonden/getapte groene plastic vaatjes van ongeveer 20 liter inhoud. Tevens zagen wij daarbij 4 losse vaten, 2 groene en 2 blauwe, die op een punt bij elkaar waren gebonden.
Wij zagen dat aan die vaatjes meerdere zwarte tassen waren vastgeknoopt door middel van een lijn. Deze zwarte lijn bleek later ongeveer 28 mm van diameter te zijn met een witte draad door een van de strengen. Deze lijn liep rond door de hengsels van de zwarte tassen en was met geknoopte lussen bevestigd aan twee grote metalen D-sluitingen.
De lengte van dit gehele pakket was, in het water gelegen, ongeveer vier a vijf meter lang. Met behulp van de dekkraan van de P41 hebben wij, op dinsdag 9 december 2014, omstreeks 01:20 uur, dit drijfpakket van vaten met de daarbij behorende tassen aan boord van de P41 gehesen en op het achterdek veilig gesteld. Aan boord zagen wij dat het pakket was verzwaard met twee gedeelten van een spanschroef welke worden gebruikt voor het vastzetten van containers (sjorstangen). Deze sjorstangen waren bevestigd aan het pakket met dunnere zwarte lijnen van ca 12 mm waar ook een witte draad door een van de drie strengen liep (...)
Voor de overdracht van het hele pakket (...) zijn er foto’s gemaakt welke als fotobladen bij dit proces-verbaal zijn gevoegd (Foto’s 1 t/m 18 in kleur als bijlage 1 gehecht aan de aanvulling).
2.
Het in de wettelijke vorm opgemaakte
proces-verbaal van bevindingenmet bijlage van politie Landelijke Eenheid, Dienst Intrastructuur, Geografische afdeling Zuid-West-Nederland, proces-verbaalnummer PL2600-2014053160-101, d.d. 22 april 2015, opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 1], brigadier van politie Landelijke Eenheid, (pagina 17 en 18 van het politiedossier), voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende:
als relaas van verbalisant:
Op dinsdag 09 december 2014 omstreeks 01:00 uur is er op de rivier Westerschelde, in het vaarwater Everingen, ter hoogte van Boei Everingen 1 ter plaatse gelegen in de gemeente Borssele een drijvend pakket aangetroffen. Dit pakket bestond uil een drietal drijvers, verzwarend materiaal en 30 zwarte tassen met daarin cocaïne. (...) Het pakket bestond uil 2 verticale drijvers, een zo ’n drijver was vervaardigd uit viertal groene plastic 20 liter vaten, deze waren door middel van een stalen band met elkaar verbonden. Tevens waren de vaten onderling stevig verbonden met grijze duct-tape en dun oranje koord. Het bovenste vat was voorzien van oranjetape (zichtbaarheid) en aan de bovenzijde was de drijver voorzien van een aantal kleine lampjes, deze lampjes worden gebruikt op een overlevingspak in de zeevaart. De onderzijde van de drijver was verbonden door middel van 12 mm touw met een zware container spanschroef en diende als contragewicht en zou de drijver verticaal in het water moeten houden. Beide drijvers waren onderling door middel van een zwart touw 28 mm dik met elkaar verbonden, aan dit zwarte touw waren de dertig zwarte tassen, 50 kg per stuk, bevestigd.
Als bijlage bij dit proces verbaal is een situatietekening gevoegd zoals het pakket er totaal zou hebben uitgezien ten tijde van de dropping (Tekening op pagina 18 van het politiedossier gehecht aan de aanvulling als bijlage II).
3.
Het in de wettelijke vorm opgemaakte
proces-verbaal van inbeslagnamevan Belastingdienst/Douane, Regio Roosendaal, Fysiek Toezicht, proces-verbaalnummer 20141210.1030.19788, d.d. 10 december 2014, opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 3] en [verbalisant 4], beiden ambtenaar van de Belastingdienst, bevoegd inzake douane, (pagina 24 tot en met 27 van het politiedossier) met bijlage (foto), voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende:
als relaas van verbalisant:
Dinsdag 9 december 2014 omstreeks 13.50 uur aan de buitenkom, op de glooiing van de Zeedijk nabij de Griete te Terneuzen, plaatselijk bekend als de Eendragtweg ter hoogte van boei 29. (...) Op plaats en tijd voornoemd zag ik [verbalisant 3], vier -4- aan elkaar verbonden jerrycans, groen van kleur. Alle jerrycans zijn omwikkeld met een oranje gekleurd koord met een wit gekleurde kern. Het genoemde koord is overplakt met grijze duct-tape.
Bijlage -1- Foto van de jerrycans (Foto op pagina 27 van het politiedossier gehecht aan de aanvulling als Bijlage III).
4.
Het in de wettelijke vorm opgemaakte
proces-verbaal van bevindingenvan politie Landelijke Eenheid, Dienst Intrastructuur, Geografische afdeling Zuid-West-Nederland, proces-verbaalnummer PL2600-2014053160-66, d.d. 12 januari 2015 opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 5], brigadier van politie Landelijke Eenheid, afdeling Exo van de dienst Infrastructuur (pagina’s 35 tot en met 38 van het politiedossier), voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende:
als relaas van verbalisant:
Gelet op het tijdstip van de vondst, in relatie tot het bovenstaande, kan de dropping (het hof begrijpt: van het drijvende pakket bestaande uit drijvers en 30 zwarte tassen met cocaïne) hebben plaats gevonden vanaf [schip 1]. Gelet op de stroming komen andere vaartuigen die rond die tijd in het verkeersbeeld aanwezig waren niet in aanmerking hiervoor.
5.
Het in de wettelijke vorm opgemaakte
proces-verbaal van bevindingenvan politie Landelijke Eenheid, Dienst Infrastructuur, Geografische afdeling Zuid-West-Nederland, proces-verbaalnummer PL2600-2014053160-91, d.d. 12 maart 2015 opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 6], brigadier van politie Landelijke Eenheid, (pagina’s 46 en 47 van het politiedossier), voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende:
als relaas van verbalisant:
Bijlage 6 geeft het snijpunt van de backtrack van [schip 1] en de backtrack van het pakket cocaïne weer. Dil is bij benadering de vermoedelijke locatie en het tijdstip van de vermoedelijke dumping van het pakket cocaïne. (...) Na reconstructie is het tijdstip behorend bij dit snijpunt, en dus het tijdstip en datum van de vermoedelijke dumping maandag 8 december 2014 23:13 uur.
6.
Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van sporenonderzoek van politie Landelijke Eenheid, Landelijke Recherche, proces-verbaalnummer PL2600-2014053160-5, d.d. 8 januari 2015 opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 7], brigadier van politie Landelijke Eenheid, [verbalisant 8], inspecteur van politie Landelijke Eenheid en [verbalisant 9], brigadier van politie Landelijke Eenheid, (pagina’s 69 tot en met 82 van het politiedossier), voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende:
als relaas van verbalisant:
De lichtboei was gemaakt van een viertal, in de lengterichting, op elkaar gemonteerde jerrycans welke door middel van een metalen band, oranje nylon touw en duct-tape aan elkaar waren bevestigd. (...) De uiteinden van de aangetroffen duct-tape werden veilig gesteld voor dactyloscopisch onderzoek en voorzien van de SIN, AAHP8208NL (...). Op deze uiteinden werden vermoedelijk bruikbare dactyloscopische sporen aangetroffen welke voor verder onderzoek en identificatie zijn overgedragen aan de dienst Ipol, afdeling dactyloscopie te Zoetermeer. De aan de oever van de Westerschelde aangetroffen lichtboei bleek van een zelfde samenstelling te zijn als de hierboven omschreven lichtboei. Ook de uiteinden van de aangetroffen duct-tape van deze lichtboei werden veilig gesteld voor dactyloscopisch onderzoek voorzien van de SIN, AAHP8212NL t/m AAHP8214NL (...) Op 2 januari 2015 werd van de dienst Ipol, afdeling dactyloscopie, een schrijven voorzien van het nummer 1000121243/1, ontvangen. Hieruit blijkt hel volgende: Op het stuk duct-tape AAHP8213NL, afkomstig van de aangespoelde lichtboei, werd een dactyloscopisch spoor aangetroffen welke werd voorzien van het SINAAGL9225NL. Op het stuk duct-tape AAHP8208NL, afkomstig van de lichtboei waaraan de cocaïne werd aangetroffen, werd een dactyloscopisch spoor aangetroffen welke werd voorzien van het SIN4AGL9224NL. Op het stuk duct-tape AAHP82/4NL, afkomstig van de aangespoelde lichtboei, werd een dactyloscopisch spoor aangetroffen welke werd voorzien van het SIN AAGL9226NL. Alle drie de aangetroffen sporen hebben geleid tot de individualisatie op een persoon geregistreerd in HAVAN Konder biometrienummer 310001749067 te name van [verdachte], geboren op [geboortedatum]-1992 te [geboorteplaats].
7.
Het in de wettelijke vorm opgemaakte
proces-verbaal van bevindingenmet bijlage van politie Landelijke Eenheid, waterpolitie. Unit Zeeuwse Stromen, proces-verbaalnummer PL2600-2014053160-11, d.d. 15 december 2014, opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 6], brigadier van politie Landelijke Eenheid en [verbalisant 1], brigadier van politie Landelijke Eenheid, (pagina 137 t/m 147 van het politiedossier), voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende:
als relaas van verbalisant:
Op zondag 14 december 2014 omstreeks 10:30 werd ik, [verbalisant 1], gebeld door [betrokkene 1], coördinator van Douane te Rotterdam. Hij deelde mij mede dat hij onderzoeksleider was van een zoekingsteam aan boord van [schip 1]. Verder vertelde hij mij dat hij aan boord van [schip 1] materiaal gevonden had wat overeenkomsten had met materiaal wat aangetroffen is op de partij drugs op de Westerschelde (...).
Vervolgens zijn wij meegelopen met [betrokkene 1] om de locatie te bekijken van het aangetroffen materiaal. Hij toonde ons in de machinekamer de werkruimte van de elektriciens. Boven deze werkruimte bevond zich een ruimte tussen de spanten waar hij ons het aangetroffen materiaal toonde. Wij zagen dat na de eerste doorgang in het spant diverse materialen lagen. Deze materialen hebben wij veiliggesteld en inbeslaggenomen (...)
Vervolgens zagen wij dat direct naast deze genoemde werkruimte een toegang was naar een soort onderdeks aangebrachte tunnel, gelegen aan de stuurboordzijde van het schip. Deze tunnel liep onderdeks van het voorschip naar het achterschip. Wij zagen dat vanuit de eerder genoemde toegang aan de rechterzijde op ongeveer tien meter afstand een deur zag welke toegang gaf tot het achterdek. [betrokkene 1] toonde mij halverwege deze afstand een mangatdeksel welke door de visitatieploeg was geopend. Dit deksel gaf toegang tot een waterballasttank. Ons is ambtshalve bekend dat in deze tanks op de wanden en de spanten een residu achterblijft nadat deze tanks als ballast zijn gebruikt. Op de vloerspanten was duidelijk te zien dat dit residu niet aanwezig was en dat dit mogelijk sleepsporen waren. Verder zagen wij op de spanten in deze tunnel, een zware balk liggen. Deze balk lag los en liep van spant naar spant. Gezien het in beslaggenomen materiaal zoals hijsbanden en een katrol, zou het een mogelijkheid kunnen zijn om middels deze balk een hijsconstructie te maken.
8.
Het in de wettelijke vorm opgemaakte
proces-verbaal van sporenonderzoekvan politie Landelijke Eenheid, Landelijke Recherche, proces-verbaalnummer PL2600-2014053160-78, d.d. 9 februari 201 5 opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 9], brigadier van politie Landelijke Eenheid, (pagina’s 264 tot en met 266 van het politiedossier), voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende:
als relaas van verbalisant:
Op 14 december 2014 werden door het tactisch onderzoeksteam, in samenwerking met de Douane Rotterdam, aan boord van het zeeschip [schip 1], 4 dozen met touw aangetroffen. Op een van die dozen stond de beschrijving dat dit soort touw gebruikt werd voor een lijnwerptoestel. Op 5 januari 2015 werd dit geweven oranje touw met een dikte van 6 millimeter uit die vier dozen, vergeleken met het oranje geweven touw afkomstig van de beide aangetroffen drijvers en het oranje touw afkomstig van de 30 zwarte tassen, inhoudende pakketten cocaïne. Ik verbalisant zag dat deze touwsoorten optisch hetzelfde waren. Al deze oranje gekleurde geweven touw soorten hadden dezelfde diameter en kleur. Ik zag dat de structuur van het geweven touwwerk dezelfde was. (...) Aan boord van het zeeschip [schip 1] werd op 14 december 2014, door het tactisch onderzoeksteam, 10 rollen tape aangetroffen, beslagnummer 526674, een rol oranje tape, een rol grijze tape, acht rollen bruine tape. Aan deze rollen werd nader onderzoek verricht. (...) De rollen tape, een rol tape grijs van kleur en een rol tape oranje van kleur werden vergeleken met de tape aangetroffen op de twee in de Westerschelde aangetroffen drijvers. De oranje tape en de grijze tape aangetroffen op de drijvers hadden dezelfde breedte en kleur als de tape aangetroffen aan boord van [schip 1]. Deze twee soorten tape waren optisch hetzelfde. (...) Op 14 december 2014 werden door het tactisch onderzoeksteam, in samenwerking met de Douane Rotterdam, aan boord van het zeeschip [schip 1] touwwerk, 3 stuks hijsband en (waarvan twee ongebruikt en een gebruikt) en onderdelen, waaronder een hijshaak en een hijsblok aangetroffen en in beslaggenomen beslagnummer 526675. Een van die onderdelen was een rol touw zwart van kleur, 12 millimeter dik en drie strengen, met een witte draad. Op 9 december 2014 was een stuk touw/tros veiliggesteld door de bemanning van de P41 zwart van kleur, 12 millimeter dik, drie strengen met een witte draad. Dit stuk draad was inbeslaggenomen onder nummer 526744. Beide stukken touw kwamen optisch overeen, ze hadden de zelfde diameter en waren op dezelfde manier geslagen.
De volgende sporen/stukken van overtuiging werden in het belang van de bewijsvoering en/of nader onderzoek veiliggesteld:
9.
Het
rapport van het Nederlands Forensisch Instituutte Den Haag d.d. 5 januari 2015, nummer 2014.12.17.100 (aanvraag 001), opgemaakt door de beëdigd deskundige A.B.M. van Esh - de Bruin, NFI-deskundige forensische drugsanalyse, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende:
als relaas van rapporteur:
In deze zaak werden 50 monsters aangeboden, hiervan zijn er 28 onderzocht. Volgens de omschrijving in het aanvraagformulier werden 30 plunjezakken met elk 40 pakketten van 1 kg aangetroffen. Het betrof in totaal 1200 verpakkingen met een totaal gewicht van circa 1200 kilogram. (...) Volgens de ENFSI richtlijn moeten er 28 monsters onderzocht worden voor een goede steekproef uit dit onderzoek is gebleken dat deze allen cocaïne bevatten.
Tabel 1 Onderzoeksmateriaal en conclusie
10.
Het in de wettelijke vorm opgemaakte
proces-verbaal van verhoor van [betrokkene 2]van politie Landelijke Eenheid, Dienst Infrastructuur, Afdeling Zuidwest, proces-verbaalnummer 2014053160/26INF14199-75, d.d. 7 januari 2014 opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 10], inspecteur van politie en [verbalisant 6], senior medewerker van politie, (pagina’s 272 tot en met 279 van het politiedossier), voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende:
als weergave van het verhoor van [betrokkene 2]:
V: Vraag verbalisant
A: Antwoord verdachte
V: Op welke schepen bent u recent gezagvoerder geweest?
A: Op [schip 2], [schip 3], [schip 4], [schip 5], [schip 1]. [schip 1] is de boot waar ik nu ben.
V: Welke havens hebt u aangedaan na uw aanmonstering?
A: Rotterdam, Bremerhaven, Le Havre, Savanna, Port Louordale (Florida), Panama, Panama kanaal, Balboa, Guayaquil (Equador), Peru, Panama kanaal, Christobal en daarna naar Antwerpen. Deze hele trip heeft ongeveer geduurd van 21 oktober 2014 tot 9 december 2014.
V: Wat waren op die reis afwijkende gebeurtenissen?
A: In Guayaquil was er een massale inspectie van de douane en de politie.
11.
Het in de wettelijke vorm opgemaakte
proces-verbaal verhoor van verdachtevan politie Landelijke Eenheid Opsporing ZW1, proces-verbaalnummer 2014053160/26INF14199-58, d.d. 4 januari 2014 opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 11], senior rechercheur van politie en [verbalisant 1], senior medewerker van politie (pagina’s 453 tot en met 460 van het politiedossier), voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende:
als weergave van het verhoor van verdachte:
V: Vraag verbalisant
A: Antwoord verdachte/getuige/etc.
V: Hoelang ben je al aan boord van [schip 1]?
A: Ongeveer 7 maanden. Morgen zou ik naar huis gaan.
12.
Het in de wettelijke vorm opgemaakte
proces-verbaal verhoor van verdachtevan politie Landelijke Eenheid Opsporing ZW1, proces-verbaalnummer 2014053160/26INF14199-77, d.d. 8 januari 2014 opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 1], senior medewerker van politie en [verbalisant 6] senior medewerker van politie (pagina’s 470 tot en met 479 van het politiedossier), voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende:
als weergave van het verhoor van verdachte:
V: Vraag verbalisant
A: Antwoord verdachte/getuige/etc.
V: Wat is meest gangbare tape welke aan boord gebruikt wordt?
A: Dat weet ik niet maar als ik tape gebruik dan gebruik ik gele tape. Ik weet dat omdat ik die tape gebruik voor mijn werk net als alle andere collega’s van mij.
V: Komt de kleur grijs voor aan boord. Ken je dat?
A: Zover ik het weet gebruiken wij dat soort tape niet.
13.
Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van politie Landelijke Eenheid Waterpolitie, Flexibele Teams, proces-verbaalnummer PL26002014053160-64, d.d. 7 januari 2015 opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 12], hoofdagent van politie en [verbalisant 6] senior medewerker van politie (pagina 230 van het politiedossier), voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende:
als relaas van verbalisant:
Op Zondag 4 januari omstreeks 3.03 uur doorzochten wij aan boord van het schip [schip 1] de hut van [verdachte]. Tijdens deze doorzoeken troffen wij omstreeks 03.07 in de kledingkast van bovengenoemde op de onderste plank een aantal boeken over navigeren op zee.
14.
Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming van politie Landelijke Eenheid, proces-verbaalnummer 201501061230.1053, d.d. 6 januari 2015, opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 6], senior, medewerker van politie (pagina’s 697 en 698 van het politiedossier), voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende:
als relaas van verbalisant:
De doorzoeking werd door de hulpofficier van justitie geopend op zondag 4 januari 2015, omstreeks 03:03 uur en gesloten op zondag 4 januari, omstreeks 04:00 uur. Tijdens de doorzoeking werd het volgende in beslag genomen:
-
Notitieboekje.
15.
De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van dit hof op 9 november 2022, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:
U toont mij de foto’s van de drijver zoals opgenomen in het aanvullend proces-verbaal van 9 februari 2017 (26INF14199-243). Zo zag de door mij aangetroffen constructie er ongeveer uit. Ik heb er één gezien. Ik heb één of twee meter van de tape daadwerkelijk losgetrokken en toen werd ik gebeld. Ik weet niet of de tape is blijven hangen of op de grond is gevallen, want ik had haast. Ik ben die dag niet meer teruggekomen. Pas een dag of twee later kwam ik terug om de verlichting te maken. Toen was de constructie er niet meer. Ik heb niemand erover verteld.
U toont mij de tekeningen (hof: in het notitieboekje) op pagina 225 van het proces-verbaal. Dat is mijn handschrift (tekeningen op pagina 225 van het politiedossier worden als bijlage IV gevoegd bij de aanvulling).”
6. Voorts heeft het hof het volgende met betrekking tot het bewijs overwogen:
“
Feiten
Op 9 december 2014 rond 01:00 uur werden op de Westerschelde dertig sporttassen, gevuld met 1.200 kilo cocaïne gevonden. De sporttassen waren aan elkaar vastgebonden en voorzien van een drijfconstructie, bestaand uit een drijver (hierna: “drijver 1”) en een bundel bijeengebonden jerrycans. Langs de oever van de Westerschelde is dezelfde dag een tweede drijver (hierna: “drijver 2”) gevonden. Deze kwam optisch overeen met en was op dezelfde wijze geconstrueerd als drijver 1, waaraan de cocaïne in de Westerschelde dreef. De cocaïne is op de avond van 8 december 2014 in de Westerschelde te water gelaten vanaf het achterdek van het schip [schip 1], dat uit Zuid-Amerika kwam en tijdens de betreffende reis onder meer Ecuador had aangedaan. In Ecuador was er aan boord een controle door de douane op de aanwezigheid van verdovende middelen geweest. De drijvers 1 en 2 waren onder meer gemaakt van steeds vier jerrycans die aan elkaar waren vastgemaakt met ducttape en touw/lijnen. De ducttape is onderzocht op dactyloscopische sporen. Aan uiteinden van de ducttape en aan de plakzijde ervan die is gebruikt op zowel drijver 1 als drijver 2, zijn dactyloscopische sporen aangetroffen. Drie van deze sporen (twee op drijver 2 (de oeverdrijver) en één op drijver 1 (de waterdrijver)) matchten met vingerafdrukken van verdachte. In alle drie de gevallen is sprake van “een zeer grote mate van overeenkomst”.
In de ‘electrical workshop’ in de machinekamer van het schip – de werkplek van verdachte – zijn in een ruimte boven het bureau achter een spant een aantal vuilniszakken gevonden met daarin onder andere: (i) grijs- en oranjekleurige tape, die optisch overeenkwam met de op de drijvers gebruikte tape, en (ii) oranjekleurig touw, dat optisch overeenkwam met touwen/lijnen die zijn gebruikt op beide drijvers. In de directe nabijheid van de ‘electrical workshop’ bevonden zich een gang en een ballasttank waarin mogelijke sleepsporen zijn gevonden. De ‘electrical workshop’ is gesitueerd aan de achterzijde van het schip. Van daaruit is een achterdek met daarop aan boord bevestigde voorwerpen om te kunnen hijsen, eenvoudig te bereiken.
In de hut van verdachte zijn boeken over navigeren op zee gevonden en ook een notitieboekje met daarin onder andere een tekening van drie rechthoekige en langwerpige figuren die door middel van lijnen onderling met elkaar zijn verbonden. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij zijn eigen handschrift in dat notitieboekje herkent. De verdachte heeft ter terechtzitting ook verklaard dat hij slechts één drijver van de constructie op het schip heeft gezien en heeft geprobeerd te demonteren maar toen werd gebeld door zijn leidinggevende en is weggegaan en die constructie daarna niet meer heeft gezien. Hij heeft ook aan niemand op het schip verteld dat hij de constructie had aangetroffen, zo verklaarde hij ter terechtzitting van het hof.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte een logische verklaring heeft gegeven voor de aanwezigheid van zijn vingerafdrukken op de drijvers. Verder zijn geen vingerafdrukken van verdachte aangetroffen op andere voorwerpen die in verband kunnen worden gebracht met de drijvers met cocaïne. De tekening in het notitieblokje heeft betrekking op een stroomschema en heeft te maken met de werkzaamheden van verdachte op het schip. De boeken over navigatie lagen al in de hut voordat verdachte deze betrok. Het enkele feit dat verdachte de constructie heeft zien liggen en heeft geprobeerd deze uit elkaar te halen, is onvoldoende om hem in verband te brengen met de cocaïne.
Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.
Op grond van de hiervoor vermelde feiten stelt het hof het volgende vast.
- Aan boord van [schip 1] is 1.200 kilo cocaïne de Nederlandse kustwateren binnengebracht.
- De drijfconstructie is vervaardigd aan boord van het schip en bestond uit onder meer drijver 1 en 2.
- De cocaïne is aan de drijfconstructie bevestigd en vanaf het achterdek, nabij de ‘electrical workshop’, van boord gegaan en in de Westerschelde gebracht. Gelet op het hoge gewicht van de cocaïne en het grote aantal van dertig sporttassen waarin de cocaïne zat, in combinatie met de omvang van de drijfconstructie moet dat door meer dan één persoon zijn gebeurd.
- De combinatie van (i) de vingerafdrukken op de tape van twee drijvers, drijvers 1 en 2, (ii) de in het notitieboekje van verdachte aangetroffen tekening van een constructie die grote gelijkenis vertoont met de drijfconstructie en (iii) het aantreffen van de lijnen/touwen en tape achter de spanten van de door verdachte als werkruimte gebruikte ‘electrical workshop’, die optisch overeenkwamen met op de drijvers aangebrachte touwen/lijnen en tape, acht het hof voldoende redengevend voor het scenario dat verdachte heeft meegewerkt met het ontwerpen en het vervaardigen van de drijfconstructie, tenzij verdachte daar een aannemelijke verklaring tegenover zou kunnen zetten.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft verdachte onder meer verklaard dat hij één van de drijvers aantrof en deze wilde demonteren om van de gebruikte jerrycans afvalbakken te maken, maar dat hij werd weggeroepen door zijn leidinggevende net op het moment dat hij met de demontage was begonnen en toen de drijver heeft achtergelaten. Verder heeft verdachte verklaard dat hij aan boord van [schip 1] de laagste in rang was. Daarnaast heeft verdachte tegenover de politie verklaard dat hij voor zijn werkzaamheden op [schip 1] gebruikt maakte van gele tape.
Het hof acht de verklaring van verdachte onaannemelijk, omdat:
- die verklaring niet duidelijk maakt waarom er op de andere drijver ook (een) vingerafdruk(ken) van hem is/zijn aangetroffen;
- de vraag waarom verdachte – als “laagste in rang” – dan zonder enig overleg met zijn leidinggevenden of andere opvarenden of zonder nader onderzoek naar de (bedoeling van de) constructie was begonnen met de demontage ervan, niet door hem kon worden beantwoord, en;
- op de grijze tape van de drijvers vingerafdrukken zaten, maar niet op de in een ruimte in het schip, waartoe verdachte toegang had, aangetroffen oranjekleurige tape.
Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting is niet gebleken dat de drijfconstructie voor enig ander doel ontworpen en gebouwd zou kunnen zijn dan voor het verpakken van en vervolgens invoeren van een grote hoeveelheid cocaïne in Nederland. Het hof concludeert dan ook dat verdachte de drijfconstructie heeft ontworpen en gebouwd om de invoer van een grote hoeveelheid cocaïne in Nederland mogelijk te maken.
Het is een feit van algemene bekendheid dat er verdovende middelen vanuit Zuid-Amerika via de scheepvaart Nederland worden binnengebracht. Bovendien vond er in Ecuador gedurende twee dagen een controle op verdovende middelen op [schip 1] plaats. Verdachte moest zich daarom bewust zijn geweest van de mogelijkheid dat er aan boord verdovende middelen konden zijn.
Door mee te werken aan het ontwerp en de bouw van een drijfconstructie zoals aangetroffen, heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij aldus meewerkte aan het invoeren, vervoeren en afleveren van cocaïne.
Gelet op het gewicht van het drijvende pakket, dat circa 1.200 kilo bedroeg, en het grote aantal van 30 sporttassen waarin de cocaïne was verpakt, moeten meer opvarenden van [schip 1] betrokken zijn geweest bij de dropping daarvan, hoewel deze opvarenden onbekend zijn gebleven.
Verdachte heeft een voldoende significante en wezenlijke bijdrage geleverd aan de uitvoering van het delict, omdat de dropping van de pakketten cocaïne zonder de door hem gemaakte drijfconstructie niet mogelijk zou zijn geweest. Zijn vingerafdrukken zijn weliswaar niet op de pakken met cocaïne gevonden, maar de drijfconstructie vormde een zodanig geheel met de daaraan bevestigde tassen dat het mede vervaardigen hiervan een rol van voldoende gewicht is en niet van ondergeschikt dan wel slechts ondersteunende betekenis is geweest.
Gelet op het voorgaande komt het hof tot een bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde medeplegen van het binnen het grondgebied van Nederland brengen, afleveren en vervoeren van cocaïne.”