Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
3.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
Het hof heeft bewezen geacht dat de verdachte één van de schutters was. Uit de bewijsvoering heeft het hof, kort gezegd, afgeleid dat [betrokkene 2] de andere schutter was, dat [betrokkene 1] de organisatie van de moordopdracht op zich heeft genomen en dat [medeverdachte 1] de schutters op 8 oktober 2016 in de parkeergarage heeft afgezet en hen na de schietpartij in de buurt van de parkeergarage heeft opgehaald. De bewijsvoering van het hof houdt – naast de onder 2.2 weergegeven verklaring van de getuige NN waarin, kort gezegd, “ [verdachte] ” (de voornaam van de verdachte) die “eerder is aangehouden op verdenking van deze moord” als een van de schutters wordt aangemerkt – onder meer het volgende in.
De feitenrechter hoeft deze beslissingen over de selectie en waardering van het bewijsmateriaal niet te motiveren. Dat is anders in een aantal bijzondere gevallen, onder meer wanneer door of namens de verdachte een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt is ingenomen ten aanzien van het gebruikte bewijsmateriaal. Hoe ver die motiveringsplicht gaat, hangt onder meer af van de inhoud en indringendheid van de argumenten die zijn aangevoerd. Die motiveringsplicht gaat niet zo ver dat bij de niet-aanvaarding van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt op ieder detail van de argumentatie moet worden ingegaan. (Vgl. HR 11 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU9130.)
In cassatie kan de Hoge Raad onderzoeken of de conclusies van feitelijke aard, die de feitenrechter heeft getrokken uit de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vastgesteld, begrijpelijk zijn.
De rechter-commissaris heeft de betrouwbaarheid van de getuige onderzocht en daarover in genoemd proces-verbaal rekenschap afgelegd. Verder heeft het hof zelfstandig de betrouwbaarheid van de getuige onderzocht in samenhang met het overige bewijsmateriaal, waarbij het hof er blijk van heeft gegeven zich bewust te zijn geweest dat behoedzaamheid is vereist bij de waardering en het gebruik voor het bewijs van de verklaring van een anonieme getuige.
Tot slot is nog van belang dat de verdachte en zijn raadsman ter terechtzitting in hoger beroep een aantal medeverdachten, onder wie [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , als getuige hebben kunnen ondervragen.
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
27 juni 2023.