Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
3. Voornaamste wijzigingen
Onderdeel T
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak verzocht een beschermingsbewindvoerder de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken op de rechthebbende van wie zij het bewind voert. Zowel de rechtbank als het hof verklaarden dit verzoek niet-ontvankelijk, omdat het doen van een dergelijk verzoek niet tot de wettelijke taak van de bewindvoerder behoort. De bewindvoerder stelde in cassatie dat de wetswijziging van artikel 1:441 lid 1 BW Pro in 2014 dit zou hebben veranderd.
De Hoge Raad bevestigt dat het arrest van 25 mei 2012, waarin werd bepaald dat het indienen van een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling geen daad van beheer of beschikking is die de bewindvoerder mag verrichten, onverminderd geldt. De ruime taakopvatting van de bewindvoerder sinds 2014 strekt niet tot wijziging van deze regel. De wetgever heeft expliciet verwezen naar het arrest van 2012 en geen andere bedoeling geuit.
De Hoge Raad wijst op alternatieven voor situaties waarin de rechthebbende zelf niet in staat is het verzoek in te dienen, zoals ondercuratelestelling waarbij de curator het verzoek kan doen, of een verzoek door het college van burgemeester en wethouders. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de beschermingsbewindvoerder niet bevoegd is om namens de rechthebbende een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling in te dienen.