Conclusie
Nummer22/02047
Inleiding
Het eerste en het tweede middel
Te beoordelen verzoeken
Het derde middel
Het vierde middel
De verdachte heeft zijn deelname aan de gesprekken niet ontkend.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot gevangenisstraffen wegens deelneming aan een criminele organisatie die zich bezighield met drugshandel. De verdediging stelde meerdere cassatiemiddelen voor, waaronder klachten over de afwijzing van getuigenverzoeken, de motivering van de bewezenverklaring en het gebruik van het uitblijven van een verklaring van de verdachte als bewijs.
De Hoge Raad overwoog dat de Post-Keskin-rechtspraak niet van toepassing was omdat de tolken en getuigen geen belastende verklaringen hadden afgelegd. De afwijzing van de getuigenverzoeken was niet onbegrijpelijk, omdat de verdediging onvoldoende concrete betwistingen van de inhoud van de tapgesprekken had aangevoerd. Ook het betoog dat de organisatie voornamelijk familiair zou zijn, faalde omdat het hof voldoende had gemotiveerd dat sprake was van een duurzaam en gestructureerd crimineel samenwerkingsverband.
Het hof had terecht geoordeeld dat het uitblijven van een verklaring van de verdachte niet als bewijs was gebruikt. Wel constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, waardoor strafvermindering op zijn plaats is. De overige middelen worden verworpen en de strafduur wordt verminderd tot de gebruikelijke maatstaf.
Uitkomst: De strafduur wordt verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn; overige klachten worden verworpen.