ECLI:NL:PHR:2024:649
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof wegens ontoereikende motivering afwijzing aanhoudingsverzoek aanwezigheidsrecht verdachte
De verdachte werd bij verstek niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep door het hof Arnhem-Leeuwarden omdat hij niet was verschenen. Een raadsman, niet gemachtigd namens verdachte, verzocht ter zitting om aanhouding van de zaak vanwege het aanwezigheidsrecht van verdachte, die mogelijk niet op de hoogte was van de zitting en ongewenst verklaard en uitgezet was naar Polen.
Het hof wees het verzoek af met de motivering dat niet aannemelijk was dat verdachte gebruik wilde maken van zijn aanwezigheidsrecht, zonder een concrete belangenafweging te maken tussen het belang van verdachte en het belang van een spoedige berechting.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het aanhoudingsverzoek is afgewezen, met name omdat het niet is vastgesteld dat de oproeping in persoon was betekend en het hof geen belangenafweging heeft gemaakt. De conclusie van de AG strekt tot vernietiging van het arrest en terugwijzing naar het hof voor een nieuwe beoordeling.
De zaak benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij afwijzing van aanhoudingsverzoeken in verband met het aanwezigheidsrecht van de verdachte, ook als deze ongewenst is verklaard en in het buitenland verblijft.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens ontoereikende motivering van de afwijzing van het aanhoudingsverzoek en de zaak wordt terugverwezen.