ECLI:NL:PHR:2025:791
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering afwijzing aanhoudingsverzoek bij onverwachte afwezigheid verdachte
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen een veroordeling wegens rijden onder invloed. De verdachte was onverwacht afwezig bij de terechtzitting, waarna zijn niet-gemachtigde raadsvrouw een verzoek tot aanhouding van de behandeling deed. Het hof wees dit verzoek af met een belangenafweging waarbij het belang van een spoedige berechting prevaleerde.
De Hoge Raad stelt vast dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het aanhoudingsverzoek werd afgewezen. De raadsvrouw had concreet aangevoerd dat de verdachte gebruik wilde maken van zijn aanwezigheidsrecht en dat er vermoedelijk iets aan de hand was, maar het hof bood geen gelegenheid om nader bewijs te leveren. Tevens is niet duidelijk of het hof deze omstandigheden heeft betrokken in de belangenafweging.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de afwijzing onvoldoende heeft gemotiveerd en dat het aanhoudingsverzoek terecht niet zonder meer kon worden afgewezen. De zaak wordt vernietigd en terugverwezen naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe beoordeling met een juiste motivering en belangenafweging.
Het eerste middel van cassatie, gericht tegen de niet-ontvankelijkheidsverklaring, wordt verworpen omdat het niet voldoet aan de vereisten. Het tweede middel, gericht tegen de afwijzing van het aanhoudingsverzoek, wordt gegrond verklaard.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting wegens onvoldoende motivering van de afwijzing van het aanhoudingsverzoek.