Conclusie
Nummer22/02003
Inleiding
Het eerste middel
eerste deelklachthoudt in dat uit de bewezenverklaring niet blijkt dat de voorbereidingshandelingen zich richten op een misdrijf, waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, terwijl dat volgens art. 46 Sr Pro wel is vereist. De
tweede deelklachthoudt in dat in de tenlastelegging en de bewezenverklaring de zinsnede “bestemd tot het begaan van dat misdrijf” ontbreekt, waardoor de bewezenverklaring niet alle bestanddelen van de delictsomschrijving bevat en dus geen strafbaar feit oplevert. De
derde deelklachthoudt in dat het hof de onder een drietal gedachtestreepjes bewezenverklaarde gedragingen ten onrechte heeft gekwalificeerd als strafbare voorbereidingshandelingen, omdat dit gedragingen betreffen die niet kunnen worden geschaard onder het strafbaar gestelde ‘opzettelijk voorwerpen voorhanden hebben die zijn bestemd tot het begaan van dat misdrijf’.
voorhanden heeft gehadwaaronder:
uit een woningomvatte, was er op grond van art. 311 lid 2 Sr Pro sprake geweest van een misdrijf waarop negen jaren gevangenisstraf is gesteld, maar het bestanddeel “in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt” heeft het hof in de bewezenverklaring doorgestreept.
voorhanden heeft gehadwaaronder:
Het tweede middel
1.Het proces-verbaal van aangifte d.d. 23 mei 2020 van de politie Eenheid Den Haag met nr. PL1500-2020147100-1, met bijlagen, inhoudende de verklaring van [aangever 1] :
Woninginbraak [c-staat 1] , [plaats]
Nader onderzoek uitwerking dashcam bevindingen
Noot verbalisant:
A = [verdachte]
B = [medeverdachte]
Jij ging toch nog naar boven, ging ik verder zoeken toch....en ik ging beneden. ..B: mappen. ..A: twee dingen.... ja mappen.... ik denk eerder van die kantoorkamer daarzo waar we ook die oude klokjes vonden in die la.Maar dan achter die kast daarzo...dat ze daar misschien ergens liggen. A:Onverstaanbaar .... tellen .... munten ... . B: dan heb je... onverstaanbaar....kilo gepakt.... onverstaanbaar ....
Kankerveel man voor één huis. A: Ja. B: Maar waarom moeten wij weten wat voor mensen dit waren. Snap je. Ook eigenlijk die Dubai mensen, we moeten op Dubai mensen jagen. Snap je?. Onverstaanbaar?. Als we weten wat deze mensen hebben...betalen...onverstaanbaar ... . Zwitserse bank.... onverstaanbaar....A: We moeten gewoon dikke osso’s pakken broer. B: Ja deze was kankerdik. A: Ja. Die acht barky granny broer ... Onverstaanbaar. B: Kankerdik. . .maar ik had niet verwacht dat het zoveel zou zijn. Luister dan...
Jij zegt tegen mij hij gaat weg die ketting...A: Ja...B: Ohhh gelukkig zei ik nog tegen jou eeyyy niet weggooienmisschien is die nog wel wat. A: Ja. B: Anders jij zou misschien eyy. ... onverstaanbaar.. .weggooien. . .A: Wolla acht barkie granny’s.... lachen....
Ik zeg jou eerlijk wat het zwaarst wogen was die dieren?die diertjes?.elke diertje was misschien 60 granny he?. A: Jajaja B: 50, 60 dat is zwaar he. Dat waren die zware dingen eigenlijk. Die achterkant van die horloges wegen niks. A: Nee..maar waren ook een paar armbanden toch ofzo of niet? B: Ze had niet zoveel nieuwe ringen he....was twee ringen ofzo.... geen armbanden.... er was een armband. A: Jawel jawel toch. B: Ohja die 18 karaat. A: onverstaanbaar... andere 14 karaat toch. Beetje brede zo.Luister dan... volgens mij hadden we daar meer achtergelaten want, kan je nog herinneren..1 dat ehhh... ik had in een sok toch.... daarna gingen we overstappen....
ja die kussensloop toch. B: zeg wolla je hebt die sok niet daaringelegd. A: Ik denk het niet man. B: Wat hadden we als eerste in die sok gedaan dan? Jaaa man. A: Kankerzooi B: Heb je niet die sok in die laken gedaan? B: Ik weet het niet precies, ik weet niet 100 procent. Je weet toch. Wolla ik weet niet 100 procent. Daar was sowieso.... onverstaanbaar.. . 50, 60 gram. B: Dat was het eerste wat ik er in zou gegooid, in die sok.
En die diertjes liet ik gewoon daar. Ik dacht is niet echt. Ik neem het niet mee. Dit wat in die sok was leek mij echtdaarom heb ik het erin gedaan... ik weet niet meer wat het was. A: Ik zeg je heel eerlijk broer ... onverstaanbaar... alles wat goudkleur is gaat mee broer... ga niets meer kijken van is dit mooi.... alles gaat mee broer. B:
Ik had het alleen meegenomen omdat het verstopt zat he...A: Ja. ..Die la... die la was zeg maar zo....
die ketting meegenomen, die horloge, die armband?klaar?dat was het die twee drie dingen. A: wajo wajo?..B: ?onverstaanbaar?.dieren achtergelaten. Onverstaanbaar.... A: Onverstaanbaar.... achtergelaten hebben.... zeker nog 80 .... onverstaanbaar ...A: we we hebben hun. ..ze hebben sowieso goed gegeten
op die aquamarijn .... B: Ja die wit goude he...A: Ja.... B: Ja dat is het, hun zijn kanker kanker flikkers
e armand kanker dikste van de dikste waardman.
Die stenen.A: Ja: B: Dat weten wij niet?onverstaanbar?dat is wel klunzig. Gaan we Sophie bellen? A: Hahaha B: Hoeveel heb jij gegeven? Dat staat op de lijst. A: We moeten eigenlijk kijken wat die aquamarijn waard is. B: Ja...onverstaanbaar...
Ik zeg nee vandaag gaan we hitten. Vandaag....Onverstaanbaar .... voor morgen.. B: Ja.. A: W
e hebben één dag gewacht je hebt gezien wat er is gebeurd. B: Die jaguar stond voor de deur... hun waren sowieso thuis.
Hun hebben zoveel goud, ajoh verzekering. A: Wat voor werk deze mensen sowieso hebben ze een bedrijf. B: Dit koop je niet zomaarman, w
eetje gouwe jaguar, gouwe poesje, gouwe vogel. Wat zou dat kosten misschien tweeduizend K meijer drie duizend voor zo’n beeldje.A: Misschien hebben ze het al lang he. B: Ja misschien is het heel lang in de familie enzo. A: Maar sowieso is het een rijke familie. Je weet toch. Kijk waar hun wonen. Hun wonen kankerdik daar. Echt dik... onverstaanbare zin......
omdat die goude horloge, die ene, die mannen, die achterkant die verrot is zeg maar? niet die oude..maar gewoon die mannen horloge? die had ik als eerst gevonden.
daar ook later in die la...die kistje....A: Ik denk toch dat die mensen munten hadden. Waar ik weet niet, ze hebben die wel goed verstopt. Die muntgeld was ook lekker, weet je waarom dan kan ik kaartje halen bij de tram enzo?.. (Onverstaanbaar) B: Die wat? A: Die muntgeld.B: Oh ik dacht die munten van vijf euro A: Nee joh, wat heb je met die gedaan. B: Die heb ik nog steeds. A:
Heb je geteld, hoeveel zijn het? B: Ik heb niet geteld, ze zitten gewoon in die..euh... plastic zak nog steeds
Hemelvaartsdagweggegaan. B: Weekendje. A: Ja B: Niet eens weekendje want op zondag waren ze terug he ja, dan waren ze donderdag, vrijdag, zaterdag? A: N
ee zaterdag waren ze terug of niet, we hadden op vrijdag gepakt. Jaa...ja...Het was op een vrijdag.... hadden we gepakt en zaterdag terug.
kankercilinders eruit, ze denken die middelste zit er wel nog dr in? (onverstaanbaar).... ze zijn niet binnen geweest. A: Ik kom binnen?.(onverstaanbaar). Ey rennen
gelijk naar de slaapkamer, ze weten waar het ligt toch? “AAAAAA” Je weet toch. B: Ja man. A en B lachen. B: Wajoo wajoo B: Als het 23 doezo aan eehhh aan ehhh aan goud
prijs is, wat zou het dan als sieraden prijs zijn. A: Ton. Ik denk ton. B: Keer vijf? Keer vijf is veel man. A: Ik denk wel man. Ik denk wel dat ze een ton daar ehhh..