ECLI:NL:PHR:2024:807
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn bij verstekmededeling
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam bij arrest van 2 oktober 2015 niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens verstek. De dagvaarding en verstekmededeling werden betekend via de griffier omdat de verdachte geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland had. De verdediging stelde dat de betekening niet correct was en dat de redelijke termijn was overschreden.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat de verdachte behoorlijk was gedagvaard, gelet op de stukken die voldeden aan de wettelijke betekeningsvoorschriften. Het eerste middel faalde daarom. Het tweede middel klaagde over de overschrijding van de redelijke termijn omdat het Openbaar Ministerie niet de nodige voortvarendheid had betracht bij de betekening van de verstekmededeling.
De stukken lieten zien dat de verstekmededeling pas na meer dan een jaar na het arrest van het hof geldig was betekend en dat niet was aangetoond dat de verdachte in het opsporingsregister was geplaatst of dat het OM jaarlijks had geprobeerd de mededeling alsnog te betekenen. Dit leidde tot de conclusie dat de redelijke termijn was overschreden, wat een strafvermindering van vier maanden rechtvaardigde.
Ambtshalve werden geen andere gronden voor vernietiging gevonden. De conclusie strekt tot vernietiging van het arrest voor zover het de straf betreft, tot vermindering van de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn en tot verwerping van het beroep voor het overige.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor zover het de straf betreft en de straf wordt verminderd met vier maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.