Conclusie
"Op dinsdag 02 Juni 2020, omstreeks 07:35 uur heeft [betrokkene 1] onder nummer TABE3630NL op de voorgeschreven wijze bloed bij de verdachte afgenomen. De bevindingen met betrekking tot de afname zijn afzonderlijk gerelateerd in een proces-verbaal van bevindingen welke bij dit dossier is gevoegd."Daarnaast is gerelateerd in een proces-verbaal van bevindingen van 5 juni 2020, van dezelfde opsporingsambtenaren:
"Op dinsdag 02 juni 2020, omstreeks 07.35 uur heeft [betrokkene 1] , dienstdoende arts, bij de verdachte op de voorgeschreven wijze bloed afgenomen. Het afgenomen bloed is onder nummer TABE3630NL, via de voorgeschreven wijze ingestuurd naar het laboratorium."
indienhet verslag van het bloedonderzoek (....) het vermoeden bevestigt” dat de verdachte - kort gezegd - te veel heeft gedronken. Verder is van belang dat bij de bloedafname standaard, en ook in dit geval, een tweede buisje bloed wordt afgenomen ten behoeve van een tegenonderzoek, zodat ook in zoverre het ontbreken van de mededeling
bij de bloedafnameniet afdoet aan de mogelijkheid van een tegenonderzoek. In dit alles ligt besloten dat het enkele feit dat een verdachte niet
bij de bloedafnamewordt gewezen op het recht op tegenonderzoek er als zodanig niet toe leidt dat geen (betrouwbaar) tegenonderzoek meer kan plaatsvinden (vergelijk HR 4 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:593).
[en dat zij zich ervan hebben vergewist dat er conform het Besluit is gehandeld tijdens de bloedafname] [1] is in het proces-verbaal niets vermeld. Cliënt geeft aan dat zij aanwezig waren in de ruimte, maar cliënt weet niet of de verbalisanten ook toezicht hebben gehouden en zich ervan hebben vergewist dat de bloedafname conform het Besluit is gegaan. Ook in het aanvullend proces-verbaal van 18 maart 2022 staat enkel een verbalisant aanwezig is geweest, maar ook hier staat niet of deze verbalisant zich heeft vergewist dat de bloedafname conform het Besluit is gegaan. Hierover staat nou net niets in de processen-verbaal. Op de Aanvraag ten behoeve van Toxicologisch onderzoek van bloed (hierna: Aanvraagformulier) staat aangegeven dat het bloed middels venapunctie is afgenomen. Niet kan worden vastgesteld of bij de bloedafname, en dus bij het invullen van het Aanvraag formulier een opsporingsambtenaar aanwezig is geweest. Het Aanvraagformulier is door een opsporingsambtenaar ondertekend, maar onduidelijk blijft of toen het gedeelte over de bloedafname, waaronder het gebruik van de venapunctie, al was ingevuld. Immers het gedeelte "in te vullen door laboratorium" op het Aanvraagformulier wordt zoals we zien in het Aanvraagformulier gevoegd bij het aanvullend proces-verbaal van 4 juli 2020 ook pas later ingevuld door het labo bij ontvangst van het bloed terwijl de handtekening van de verbalisant er op dat moment al op staat. Het lijkt daarmee dat de handtekening van de verbalisant enkel ziet op het gedeelte "in te vullen door politie/KMAR" en niet op de overige blokken van het Aanvraagformulier. Nu niet is gebleken dat een opsporingsambtenaar bij de bloedafname aanwezig is geweest en diens handtekening niet ziet op het tekstblok "in vullen door arts of verpleegkundige" kan niet worden gesteld de bloedafname, waaronder het gebruik van de venapunctie, conform het Besluit is gebeurd.
ik vraag u om dat als gevolg aan het vormverzuim te verbinden].”
Art. 17 BADG Pro:
“De opsporingsambtenaar stelt de verdachte binnen een week na ontvangst van het verslag, bedoeld in artikel 16, tweede lid, schriftelijk in kennis van het resultaat van het bloedonderzoek en van het recht op tegenonderzoek en vermeldt daarbij het sporenidentificatienummer, bedoeld in artikel 16, vierde lid, onder b.”