Conclusie
2. Ontvankelijkheid officier van justitie
Beoordeling
Conclusie
3.Bewijsmiddelen en voor bewijs redengevende feiten en omstandigheden
4.Bewezenverklaring
Inleiding
opzetaan de zijde van cliënt op enige valsheid c.q. oogmerk op het als vervalst gebruiken ontoereikend moet worden geacht. Cliënt dient in hoger beroep alsnog te worden vrijgesproken. De verdediging licht dat nader toe.
videhet dossier, waaruit een gesteld nadeel van € 25.343,30 volgt) − in beginsel "bestuursrechtelijk [worden] afgedaan", behoudens het zich voordoen van een aantal, gelimiteerde, uitzonderingen. De Aanwijzing onderscheidt daarop een zevental uitzonderingen, die geen van alle op de onderhavige zaak van toepassing zijn. Er is immers sprake van bestuurlijk onderzoek, vervat in een bestuurlijk onderzoeksrapport. Er is geen sprake van inzet van strafvorderlijke dwangmiddelen. Er is evenmin sprake van een combinatie met andersoortige strafbare feiten zoals bedoeld in de Aanwijzing. Cliënt heeft daarbij geen "voorbeeldfunctie" als bedoeld in de Aanwijzing. Evenmin doet zich voor dat sprake is van een herhaalde overtreding. En daarbij: er is sprake van de mogelijkheid tot bestuurlijke invordering op grond van de ZW en de WW en óók sprake van de
mogelijkheidtot bestuurlijke beboeting op grond van en krachtens die wettelijke regelingen. Terugvordering was/is verder niet voorshands oninbaar, te minder nu een terugvorderingsbesluit is genomen en cliënt hééft terugbetaald. Daarbij heeft het krachtens de Aanwijzing vereiste 'onderzoek' naar zijn vermogenspositie niet plaatsgevonden. Ten slotte is geen sprake van een vermoeden van medewerking / medeweten van de organisatie, noch is sprake van een georganiseerd verband. De uitzonderingen gaan daarom niet op.
'alle feiten en omstandigheden (...) [die] van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering') en dat niet-nakoming of niet behoorlijke nakoming ook om die reden de mogelijkheid tot oplegging van een maatregel of bestuurlijke beboeting meebrengt. Daarbij komt dat het UWV − zoals ook uit het procesdossier volgt − een, intussen onherroepelijk, terugvorderingsbesluit heeft genomen waarbij cliënt intussen heeft ingelost. De 'oninbaarheid' van maatregel of boete kan, ook om die reden, te minder blijken.
aanstaandedienstverband van cliënt bij [werkgever] BV reeds in een vroeg stadium tijdens voorbesprekingen met de "stakeholders" − toekomstig aandeelhouders − van het bedrijf is voorbesproken, waarbij stakeholders [betrokkene 3] en [betrokkene 4] hebben bevestigd dat het inderdaad de bedoeling was dat cliënt in het voorjaar van 2016 in dienst zou treden, tegen eerst een gematigd salaris, dat − afhankelijk van de omzet − zou groeien (vlg. o.m. [betrokkene 3] bij de RC, pp. 5 e.v.; [betrokkene 4], in de e-mail over het ziek thuis zitten van cliënt, opgenomen in het dossier, op p. 407).
niettevens grootaandeelhouder, waardoor de wettelijke uitzondering uit art. 6 WW Pro
nietvan toepassing is geweest. Dat geldt evenmin voor het feit dat de (middellijk) aandeelhouder, [betrokkene 2], verklaart niet op de hoogte te zijn geweest (
videhaar verklaring bij de RC, pp. 2 e.v.). Los van twijfels omtrent de waarachtigheid van haar verklaring in het licht van de verklaringen van cliënt, de stakeholders en [betrokkene 1], geldt immers dat cliënt als algemeen gevolmachtigde van [betrokkene 2] namens de aandeelhouder, [bedrijf 1] BV (
videde aan het dossier toegevoegde Akte van Volmacht van notariskantoor [bedrijf 2], verleden op 7 augustus 2013), de beslissing tot zijn eigen indiensttreding heeft kunnen fiatteren. Zij
ontkentniet, maar verklaart − kennelijk − niet op de hoogte te zijn geweest. Zij bevestigt bovendien dat de algehele volmacht nimmer is herroepen ([verdachte] bij de RC, p. 3).
oogmerkop doelbewustheid met betrekking tot het gebruiken of het doen gebruiken van het valse/vervalste geschrift als echt en onvervalst (vlg. o.m. NJ 1983, 89) niet buiten redelijke twijfel uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid. De politierechter heeft dat verweer, in strijd met de motiveringsvoorschriften, ongemotiveerd verworpen, terwijl uit de bewijsmiddelen en uit de verklaringen van cliënt niet kan worden afgeleid dat hij willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de door hem opgegeven gegevens een intellectuele valsheid opleverden.
wel degelijkin dienst was gekomen conform de daartoe gemaakte afspraken en in het licht van de hiervóór weergegeven feiten en omstandigheden. Ingeval door uw Hof al zou worden geoordeeld dat van het bewuste dienstverband feitelijk geen sprake was, heeft cliënt niet
opzettelijkvalselijk c.q. in strijd met de waarheid het tegendeel aangegeven. Ook om die reden dient cliënt, alsnog, te worden vrijgesproken.’
SAMENVATTING
niet van toepassingop de opsporing en vervolging van personen die
zelf geen uitkeringsgerechtigdezijn, en die verdacht worden van het plegen van of deelneming aan een bepaalde vorm van sociale zekerheidsfraude of van het plegen van strafbare feiten, die met sociale zekerheidsfraude samenhangen.
2.Keuze straf- of bestuursrecht
una via-beginsel dient in elke zaak een keuze gemaakt te worden tussen één van beide stelsel. Om richting te geven aan de
una via-beslissing worden de volgende twee categorieën zaken onderscheiden.
middels een afschrift van de bestuurlijke boete- en/of maatregelbeschikking of een uittreksel uit het justitieel documentatieregister, met pleegdatum of pleegperiode.In de beoordeling dienen alle herhaalde overtredingen, die aan het uitvoeringsorgaan uit de ‘eigen’ administratie bekend zijn te worden betrokken, alsmede de overtredingen die voor het uitvoeringsorgaan redelijkerwijs – via gegevensuitwisseling – kenbaar zijn.
intentiewas om op de loonlijst te komen’. En voorts dat de dochter van de verdachte ‘enig (middellijk) aandeelhouder’ was en dat de stakeholders het op het moment van de gepleegde feiten ‘niet voor het zeggen’ hadden. Kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft het hof geoordeeld dat de enkele omstandigheid dat een aanstaand dienstverband van de verdachte met toekomstige aandeelhouders is voorbesproken, er niet aan afdoet dat uit de feiten en omstandigheden die in het proces-verbaal sociale zekerheidsfraude door verbalisant [verbalisant] zijn gerelateerd, volgt dat nog niet van een dienstbetrekking sprake was.