ECLI:NL:PHR:2024:86
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak mensenhandel en seksuele misdrijven met minderjarige
De verdachte is door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor mensenhandel met een minderjarige, ontuchtige handelingen met een persoon tussen twaalf en zestien jaar, en bezit van kinderporno. Het hof legde een jeugddetentie van tien maanden op, waarvan zeven voorwaardelijk, en kende een schadevergoeding van €5.000 toe aan de benadeelde partij.
In cassatie stelde de verdediging drie middelen voor: het onterecht verwerpen van een alternatief scenario, onvoldoende motivering van de strafoplegging, en onvoldoende motivering van de toegekende immateriële schadevergoeding. De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht het alternatieve scenario niet als weerlegbaar heeft beschouwd en dat de motivering van de straf en schadevergoeding voldoende is.
De Hoge Raad wijst erop dat het hof de strafoplegging passend heeft gemotiveerd en dat het verzoek van de raadsman om toepassing van het jeugdstrafrecht is ingewilligd. Ook is de schadevergoeding begrijpelijk gemotiveerd op basis van de ernst van de normschending en de psychische gevolgen voor het slachtoffer. Alle middelen falen, waardoor het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam blijft in stand met een jeugddetentie van tien maanden en een schadevergoeding van €5.000.