Conclusie
Nummer23/00269
Inleiding
telkens: poging doodslag”, onder 3 “
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen”, onder 4 “
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C gegeven verbod, meermalen gepleegd” en onder 5 “
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft het hof de verdachte twee schadevergoedingsmaatregelen opgelegd.
De zaak
Het middel
De motivering van het hof
De toelichting op het middel
“in shock”was en dat hij “
bang”was.
De beoordeling van het middel
“Op een gegeven moment zag ik geen andere optie meer. (…) Ik wou hem gewoon van mij afschieten”. Verder overweegt het hof dat het op basis van de verklaringen van de verdachte weliswaar aannemelijk is dat de verdachte tijdens het schieten opgewonden en gestrest was, maar dat dat onvoldoende is om aan te nemen dat een hevige gemoedsbeweging bestond.
“bang”en
“in shock”was. Het is niet onbegrijpelijk dat het hof ‘bang zijn’ onvoldoende heeft geacht voor het aannemen van een hevige gemoedsbeweging aangezien aan dat enkele ‘bang zijn’ een zekere hevigheid ontbreekt. [3] Verder heeft het ‘in shock zijn’ waarover de verdachte verklaart betrekking op de toestand van de verdachte na afloop van het schieten. Gelet op het voorgaande acht ik het oordeel van het hof dat niet aannemelijk is geworden dat het schieten het gevolg was van een hevige gemoedsbeweging, niet onbegrijpelijk. Dat feitelijke oordeel is bovendien toereikend gemotiveerd. Verder reikt de toets in cassatie niet.