Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
16 juni 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een mislukte ripdeal in een hotel te Zeist waarbij de verdachte meerdere keren schoot op een man met bivakmuts en andere betrokkenen, resulterend in de dood van een persoon. Het hof verwierp het beroep op noodweer en noodweerexces, omdat het handelen van de verdachte niet in redelijke verhouding stond tot de dreiging en het schieten gericht en beheerst was.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat het onmiddellijk en zonder aarzeling afvuren van meerdere kogels disproportioneel was gezien de situatie waarin wapens niet ongebruikelijk waren en de medeverdachte de aanvaller aan het overmeesteren was. Ook werd geoordeeld dat de enkele vrees voor een aanranding onvoldoende is voor noodweer.
De Hoge Raad constateert een kennelijke vergissing in de motivering van het hof omtrent het bewijs voor noodweerexces, maar acht dit niet voldoende voor cassatie. Tevens wordt ambtshalve vernietigd voor zover vervangende hechtenis is toegepast bij de schadevergoedingsmaatregel, met de mogelijkheid tot gijzeling van gelijke duur.
De straf wordt verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie, van veertien naar dertien jaar en zes maanden gevangenisstraf. Het overige beroep wordt verworpen, waarmee het hofarrest grotendeels in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt verwerping noodweer, vermindert straf tot 13,5 jaar gevangenisstraf en regelt toepassing gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel.