Conclusie
Nummer22/03893 P
Inleiding
De strafzaak
medeplegen van opzetheling, meermalen gepleegd”, “
medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd” en “
witwassen, meermalen gepleegd”.
“Kosten i.v.m. het huren van auto’s
Tussenconclusie (tav de autokosten)
De vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
Bewijsoverwegingen
Ik ben vandaag, 14 september 2015, aangehouden, omdat ik een gestolen auto verkocht heb vandaag aan iemand. Ik had die auto al twee weken. Het was een Volkswagen Polo. Ik heb die auto vandaag in Den Haag verkocht. Die auto was eerst nog gewoon met de originele platen. Vervolgens ben ik naar iemand in Gouda gegaan. Deze jongen in Gouda heb ik 1500,- euro betaald om alles in orde te maken. Hiermee bedoel ik dat er andere kentekenplaten en een ander kentekenbewijs voor de auto gemaakt werden. Die jongen heeft toen voor mij geregeld dat de auto op internet te koop werd gezet. Hij had hem volgens mij op Marktplaats gezet. Vervolgens bellen-klanten die laat je komen en toen kwamen jullie om de hoek en werd ik gepakt. Ik heb samen met de koper de auto overgeschreven. We waren 10.400,- euro overeengekomen. Dit heeft de koper aan mij ook betaald. Ik merk op dat de politie 10.600 euro in beslag heeft genomen."
Het middel en de toelichting erop
De analyse van het probleem
Daarvan uitgaande is het hof van oordeel dat die verklaring van [betrokkene 1] niet kan dienen ter onderbouwing van hetgeen betrokkene in deze ontnemingszaak naar voren heeft gebracht. Dit betekent dat het hof niet aannemelijk acht dat de betalingen die betrokkene voor huurauto's heeft gedaan, in opdracht en voor rekening van [betrokkene 1] zijn verricht.”
anderedan de bewezen verklaarde strafbare feiten als bedoeld in artikel 36e lid 2 Sr, (ii) het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden geschat, en (iii) alle verweren die (specifiek) op het voorgaande betrekking hebben. [6]
Terug naar de voorliggende zaak
uitsluitendberust op het oordeel van de strafrechter, te weten dat de door [betrokkene 1] bij de raadsheer-commissaris afgelegde verklaring niet geloofwaardig is, op de grond dat deze verklaring ten aanzien van de betrokkene onvoldoende steun vindt in het dossier en afwijkt van [betrokkene 1] eerdere, andersluidende verklaring die wel steun vindt in het dossier en de bewijsmiddelen. Ik wijs daarbij in het bijzonder op het gebruik van de woorden “
Daarvan uitgaande...”. Het komt mij dus voor dat het hof hier
zonder meeruitgaat van het oordeel van de strafrechter en zich daarbij geen zelfstandig oordeel heeft gevormd.