Conclusie
Nummer23/00906 C
Inleiding
Het eerste middel
nietop het medeplegen daarvan.
en zijn mededadervoorgenomen misdrijf om,
en zijn mededadervoorgenomen misdrijf om,
NJ1994, 100, waarin de Hoge Raad oordeelde dat het hof de woorden ‘dat door de verdachte bestuurde voertuig’ in de tenlastelegging kon lezen als ‘dat later door de verdachte bestuurde voertuig’. Een ander voorbeeld volgt uit HR 26 september 1995,
NJ1996, 93, waarin een verbeterde lezing van het hof van de tenlastegelegde plaatsaanduiding ‘B.’ als ‘N., gemeente B. en N.’ door de Hoge Raad werd toegestaan.
plegenvan poging tot moord en poging tot doodslag, terwijl dat niet kon worden bewezen. Anders dan het Gerecht heeft het Hof de tenlastelegging verbeterd gelezen. Naar het oordeel van het Hof berustte het ontbreken van de woorden ‘en zijn mededader’ op een kennelijke misslag. Uit de redactie van de aan de verdachte verweten gedraging blijkt evident dat de officier van justitie voor ogen heeft gestaan de verdachte primair het medeplegen van die feiten te verwijten en de verbeterde lezing is niet strijdig met de bewoordingen van de tenlastelegging, aldus het Hof. Bovendien wordt de verdachte door de verbeterde lezing niet in zijn verdediging geschaad omdat het volgens het Hof niet anders kan zijn dan dat de misslag – gelet op de door de officier van justitie gekozen formulering van de tenlastelegging – ook voor de verdachte kenbaar is. Voorts overweegt het Hof dat indien er al twijfel zou kunnen bestaan, die twijfel wordt weggenomen door de inhoud van het dossier, het verhandelde ter terechtzitting en de aan de verdachte bij die gelegenheid voorgehouden stukken.