Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Bewezenverklaring, bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen.
zijndeeen vaste klant van de Technische Unie en
alseen beschikkingsbevoegde afnemer van de goederen, en
[aangever]:
[aangever]:
de verdachte:
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Den Haag veroordeeld voor meervoudige oplichting door zich voor te doen als bevoegd persoon namens twee firma's en goederen op te halen bij de Technische Unie. Het hof baseerde zijn bewezenverklaring op aangifteprocessen-verbaal, camerabeelden en verklaringen van de verdachte zelf.
De verdediging stelde in cassatie dat de bewezenverklaring niet uit de bewijsmiddelen volgde en dat de kwalificatie van het aannemen van een valse hoedanigheid onjuist was. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat de verdachte zich voordeed als een persoon bevoegd tot het ophalen van bestellingen, ook al was de term 'medewerker' niet bewezen. De kwalificatie bleef daarmee gehandhaafd.
Het tweede middel klaagde terecht over overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, doordat de stukken te laat werden ingediend. De Hoge Raad achtte dit voldoende reden om de opgelegde taakstraf te verminderen. De overige klachten werden verworpen.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de duur van de straf en beperkte zich tot vermindering daarvan, terwijl het beroep voor het overige werd afgewezen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor wat betreft de strafduur en de taakstraf wordt verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.