Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het middel
(…)
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter, waarbij hij was veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden met een proeftijd van 2 jaar wegens het niet voldoen aan een ambtelijk bevel en eenvoudige belediging van een ambtenaar.
Het hof verleende verstek tegen de verdachte die niet op de zitting verscheen. De raadsman van de verdachte stelde in cassatie dat de verdachte ten tijde van de zitting in hoger beroep uit andere hoofde gedetineerd was en daardoor niet vrijwillig afstand had gedaan van zijn recht op aanwezigheid. Hoewel aanvankelijk geen stukken werden overgelegd ter onderbouwing, bleek ambtshalve dat de verdachte inderdaad op de zittingsdatum gedetineerd was.
Hierdoor was de verstekverlening onjuist en werd het belang van de verdachte om in persoon aanwezig te zijn geschonden. De conclusie van de procureur-generaal adviseert daarom vernietiging van het arrest en terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe behandeling in aanwezigheid van de verdachte.
De conclusie benadrukt het belang van het aanwezigheidsrecht en verwijst naar jurisprudentie waarin soortgelijke situaties zijn beoordeeld. De zaak wordt terugverwezen om het procesrechtelijk correcte verloop te waarborgen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe behandeling in aanwezigheid van de verdachte.