Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Slotsom
4.Beslissing
17 maart 2015.
Hoge Raad
De verdachte werd in hoger beroep gedagvaard voor een zitting op 8 juni 2007, maar verscheen niet. Het hof verleende verstek en vervolgde de behandeling van de zaak. In cassatie stelde de verdachte dat hij ten tijde van de zitting in Argentinië gedetineerd was in verband met een andere strafzaak, waardoor hij niet vrijwillig afstand had gedaan van zijn recht op aanwezigheid.
De Hoge Raad nam kennis van een betrouwbaar schrijven van het Ministerie van Buitenlandse Zaken waarin werd bevestigd dat de verdachte van 2 juni 2007 tot 15 mei 2011 in Argentinië was gedetineerd. Dit maakte het verstek onjuist, omdat de verdachte niet aanwezig kon zijn en het belang van zijn aanwezigheid groot was.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en wees de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, zodat het hoger beroep opnieuw en in aanwezigheid van de verdachte kan worden behandeld. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 17 maart 2015.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting in aanwezigheid van de verdachte.