Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Slotsom
4.Beslissing
20 januari 2015.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verstek was verleend tegen de verdachte die niet op de terechtzitting was verschenen. De dagvaarding was persoonlijk aan de verdachte uitgereikt, maar deze was ten tijde van de zitting gedetineerd in verband met een andere strafzaak, wat het hof niet wist.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof, hoewel het in principe mag aannemen dat afwezigheid vrijwillig is als dagvaarding persoonlijk is uitgereikt, in dit geval onjuist heeft gehandeld. Het overgelegde bewijs van detentie tijdens de zitting maakte duidelijk dat de verdachte niet vrijwillig afstand had gedaan van zijn recht om aanwezig te zijn.
Gezien het grote belang van het aanwezigheidsrecht van de verdachte vernietigde de Hoge Raad het arrest en wees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe behandeling in hoger beroep in aanwezigheid van de verdachte.
Uitkomst: Het arrest van het gerechtshof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling in aanwezigheid van de verdachte.