Conclusie
Tesi N.V.
Caribbean Beach Resort Development N.V.
Port de Plaisance Medical Center N.V.
Port de Plaisance Hotel Management N.V.
Het Land Sint Maarten
[verweerder 2]
Tesi c.s.(in enkelvoud), verweerders als
het Landrespectievelijk
[verweerder 2].
het Hof) is op deze transactie art. 27 lid 1 van Pro de Verordening op de uitgifte van eigendommen van toepassing, zodat voor de ruil een landsverordening vereist was en de Minister niet tot ruil bevoegd was.
1.Feiten en procesverloop
Princess Group,
a-g) beoogt een aantal percelen land gelegen in het gebied Kim Sha Beach op Sint Maarten in erfpacht van het Land te verkrijgen om daarop een resort te bouwen. [2]
Our letter indicated the purposed land space and the projected plans outlining a "Five Star Hotel, a Casino" incorporated with an attractive commercial area with amenities inducing to both our locals and tourist guests, with ample parking.
Tonot approvethe request of the developer Tesi NV for a land-lease swapfor property in Kim Sha for tourist and resort development in exchange for property in Cole Bay for development of a sewage treatment plant, based on the considerations mentioned in the elucidation to the advice.
To inform the developer Tesi NV of the decision by means of a letter yet to be drafted, pursuant to the decision of the Minister of VROMI"
"null and void by law"geacht;
"contrary to good morals or the public order"is;
"Agreements of which compliance will lead to a transgression of a lawful prohibition are considered to be contrary to good morals",
"Contrary to good morals is considered as well the situation wherin the interest of third parties are disadvantaged in an unreasonable way.";
het GEA) het Land gebiedt om de overeenkomst tussen partijen – zoals overgelegd als producties 4 en 5 [6] – onverkort na te komen door aan Tesi N.V. het recht van erfpacht op de grond te verlenen onder de overeengekomen voorwaarden en bepalingen.
Het GEA heeft daartoe eerst het sub (4) gevoerde verweer beoordeeld en is ter zake tot het oordeel gekomen dat sprake was van afscheidsbeleid in de zin van de jurisprudentie van het Hof, [10] zodat de nieuwe minister terecht de nietigheid van de grondruil heeft ingeroepen, hetgeen volgens het GEA impliceert dat ook het erfpachtsbesluit nietig is (rov. 5.1-5.7).
[verweerder 2] heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis en toewijzing van de vorderingen van Tesi c.s., met nadrukkelijke overweging dat de door [verweerder 2] genomen beslissing niet de kwalificatie van afscheidsbeleid verdient. [12]
Landsverordening op de uitgifte in erfpacht van gronden toebehorende aan Sint Maarten [14] (hierna:
de Verordening) aangehaald en heeft daarover in rov. 2.4 de volgende vragen geformuleerd:
Kwestie I (ruiling)
LANDSVERORDENING op de uitgifte in erfpacht van gronden toebehorende aan Sint Maartenluidt, voor zover hier van belang:
Burgerlijk Wetboek(BW) luidt:
Landsverordening op de uitgifte in erfpacht van gronden toebehorende aan Sint Maarten(‘de minister, is bevoegd tot uitgifte van gronden in erfpacht volgens de bepalingen van dit hoofdstuk’), maar van erfpachtuitgifte ter nakoming van een ruiling als bedoeld in artikel 27 lid 3 van Pro deze landsverordening.
Landsverordening op de uitgifte in erfpacht van gronden toebehorende aan Sint Maartenheeft dezelfde betekenis als ‘ruil’ in het huidige artikel 7:49 BW Pro. De artikelen 7:49 en 7:50 BW luiden:
Landsverordening op de uitgifte in erfpacht van gronden toebehorende aan Sint Maartenomvatten, behalve de overdracht van een goed, onder meer de vestiging van een beperkt recht op een zodanig goed (vergelijk artikel 3:98 BW Pro). ‘Vervreemding van grond door middel van ruiling’ als bedoeld in artikel 27 lid 3 kan Pro dus geschieden door de vestiging van erfpacht (zijnde een vermogensrecht). Ook in dat geval is Hoofdstuk III van toepassing (en niet alleen artikel 1 uit Pro Hoofdstuk I).
2.Bespreking van het cassatiemiddel
at/m
c.
Landsverordening op de uitgifte in erfpacht van gronden toebehorende aan Sint Maartenomvatten, behalve de overdracht van een goed, onder meer de vestiging van een beperkt recht op een zodanig goed (vergelijk artikel 3:98 BW Pro). ‘Vervreemding van grond door middel van ruiling’ als bedoeld in artikel 27 lid 3 kan Pro dus geschieden door de vestiging van erfpacht (zijnde een vermogensrecht). Ook in dat geval is Hoofdstuk III van toepassing (en niet alleen artikel 1 uit Pro Hoofdstuk I)[.]”
klachtabrengt de Verordening onvermijdelijk met zich dat art. 27 niet Pro van toepassing is op de vestiging van erfpachtrechten. [16] Art. 1 en Pro 27 van de Verordening kunnen volgens deze klacht immers niet naast elkaar van toepassing zijn op de vestiging van erfpachtrechten, omdat de minister volgens art. 1 Verordening Pro zelfstandig bevoegd is tot de ‘uitgifte’ van erfpachtrechten en daartoe volgens art. 27 in Pro beginsel juist niet bevoegd zou zijn. Aangezien art. 1 specifiek Pro de ‘uitgifte’ van erfpachtrechten regelt, is dit artikel van toepassing op de ‘uitgifte’ van erfpachten en art. 27 niet Pro. Het is volgens het middel goed verklaarbaar dat de minister in beginsel niet zelfstandig bevoegd is tot de vervreemding van eigendommen, maar wel tot de ‘uitgifte’ van erfpachtrechten, omdat de uitgifte van erfpachtrechten, anders dan de vervreemding van eigendommen, onderworpen is aan de voorwaarden zoals vermeld in hoofdstuk I van de Verordening. De bevoegdheden van de minister zijn daarmee strikt geclausuleerd, aldus het middel.
klachtbvolgt bovendien onmiskenbaar uit de systematiek van de Verordening dat hoofdstuk III van de Verordening, en het daartoe behorende art. 27, slechts van toepassing zijn op de overdracht van (de eigendom van) zaken, en niet op de vestiging van beperkte rechten op zaken. Hoofdstuk I van de Verordening betreft volgens het middel de ‘uitgifte’ van erfpachtrechten, hoofdstuk II de ‘uitgifte’ in huur, pacht of anderszins, en hoofdstuk III de vervreemding van ‘eigendommen’.
klachtcis het vervreemden van een zaak nu eenmaal iets anders dan het bezwaren ervan met een beperkt recht: vervreemden (overdragen) en bezwaren (vestigen van een beperkt recht) zijn van elkaar te onderscheiden species van het genus beschikken.
averonderstelt (zo blijkt onder meer uit de verwijzing naar samenloopjurisprudentie in de voetnoot) de mogelijkheid van samenloop van art. 1 en Pro art. 27 Verordening Pro en betoogt dat aan art. 1 Verordening Pro exclusiviteit toekomt. [17] De klachten
ben
cdaarentegen behelzen – zij het indirect – dat de mogelijkheid van samenloop
nietbestaat omdat hetzelfde feitencomplex niet gelijktijdig door art. 1 en Pro art. 27 Verordening Pro kan worden bestreken. Het ligt daarom voor de hand om de klachten
ben
ceerst te behandelen.
Uitgifte in erfpacht’ (hoofdstuk I, art. 1-25), maar ook de ‘
Uitgifte in huur, pacht of anderszins’ (hoofdstuk II, art. 26) en de ‘
Vervreemding’ (hoofdstuk III, art. 27) van gronden toebehorende aan Sint Maarten. [18] Met betrekking tot de Verordening zijn, voor zover mij bekend, geen wetshistorische documenten gepubliceerd.
Vervreemding’) van de Verordening en formuleert het uitgangspunt dat vervreemding van overheidsgrond alleen mogelijk is bij landsverordening. Slechts indien een van de in het artikel vermelde uitzonderingen op dit uitgangspunt zich voordoet, kan de Minister van VROMI gronden vervreemden. Het artikel geeft drie uitzonderingen, te weten:
dithoofdstuk’,
curs. a-g) volgt reeds dat de bevoegdheid tot uitgifte in erfpacht niet aan de beperkingen van hoofdstuk III (art. 27) onderhevig is.
verliest) en het gegeven dat er geen permanente inkomsten (in de vorm van erfpachtcanon) tegenover staan, ligt het in de rede om de Minister van VROMI enkel tot eigendomsoverdracht bevoegd te achten als aan strenge voorwaarden is voldaan. Omdat uitgifte van grond in erfpacht niet leidt tot verlies van vermogensbestanddelen van het Land, ligt het niet voor de hand om de bevoegdheid tot uitgifte van grond in erfpacht aan dezelfde stringente voorwaarden gebonden te achten als de bevoegdheid tot overdracht.
tenzijeen geval geregeld in art. 27 lid 2 of Pro lid 3 Verordening zich voordoet. Dit betekent dat de Minister van VROMI alleen zonder meer bevoegd zou zijn tot vestiging van een erfpachtrecht ten titel van koop (art. 27 lid 2 Verordening Pro) of ruil (art. 27 lid 3 Verordening Pro) indien voldaan is aan de overige vereisten van art. 27 lid 2 of Pro 3 Verordening. [21] Deze lezing komt mij onwaarschijnlijk en onwenselijk voor.
ben
cslagen.