ECLI:NL:PHR:2025:1051
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens ontoereikende motivering afwijzing aanhoudingsverzoek in hoger beroep strafzaak
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor wederspannigheid, eenvoudige belediging van een ambtenaar in functie en vernieling tot zes weken gevangenisstraf. In hoger beroep was de verdachte niet verschenen, waarop zijn niet-gemachtigde raadsman een aanhoudingsverzoek indiende vanwege vakantie van de verdachte. Het hof wees dit verzoek af en behandelde de zaak bij verstek.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het aanhoudingsverzoek werd afgewezen. Het hof concludeerde dat de verdachte niet aannemelijk had gemaakt dat hij van zijn aanwezigheidsrecht gebruik wilde maken, terwijl de raadsman juist uit het contact met de verdachte afleidde dat deze dat wel wilde. Het hof had een belangenafweging moeten maken tussen het belang van de verdachte bij aanwezigheid en het belang van een spoedige berechting.
De Hoge Raad stelt dat het oordeel van het hof dat de verdachte vrijwillig afstand had gedaan van zijn aanwezigheidsrecht niet ondubbelzinnig was en dat het hof onvoldoende heeft toegelicht waarom het aanhoudingsverzoek werd afgewezen. Ook had het hof de mogelijkheid moeten bieden om bewijsstukken over de vakantie van de verdachte te overleggen. Gezien deze tekortkomingen vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens ontoereikende motivering van de afwijzing van het aanhoudingsverzoek en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling.