ECLI:NL:PHR:2025:1076

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
7 oktober 2025
Publicatiedatum
5 oktober 2025
Zaaknummer
24/00916
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Seksueel binnendringen en ontucht bij minderjarige onder toezicht

In deze zaak is de verdachte, geboren in 1940, veroordeeld door het gerechtshof 's-Hertogenbosch voor het seksueel binnendringen van en ontucht plegen met een minderjarige die aan zijn zorg was toevertrouwd. De feiten vonden plaats tussen 2013 en 2017, waarbij de verdachte handelingen heeft gepleegd met zijn kleinkind, die op dat moment nog geen twaalf jaar oud was. De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Het hof heeft de vorderingen van de benadeelde partijen behandeld en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Het cassatieberoep is ingesteld door de verdachte, waarbij twee middelen van cassatie zijn voorgesteld. Het eerste middel betreft de redengevendheid van de verklaring van een getuige, terwijl het tweede middel zich richt op de schending van de bewijsminimumregel. Het hof heeft geoordeeld dat de aangifte van het slachtoffer voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen, en dat de verklaringen van het slachtoffer betrouwbaar zijn. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer24/00916
Zitting7 oktober 2025
CONCLUSIE
M.E. van Wees
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1940,
hierna: de verdachte.

1.Inleiding

1.1
De verdachte is bij arrest van 5 maart 2024 (parketnummer 20-002325-23; ECLI:NL:GHSHE:2024:760) door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens 1. en 2.
de eendaadse samenloop van met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaar handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige (feit 1) en ontucht plegen met een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige (feit 2), meermalen gepleegd” [1] en 3. en 4. telkens “bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht
, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van voorarrest. Voorts heeft het hof beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen en heeft het de schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander zoals nader in het arrest bepaald.
1.2
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en J.W. Heemskerk, advocaat in Roermond, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld.

2.Het eerste middel

2.1
In het eerste middel wordt geklaagd dat het hof voor de bewezenverklaring van de feiten 1 en 2 de verklaring van [getuige 1] van 19 augustus 2022 voor het bewijs heeft gebezigd, terwijl een deel van deze verklaring niet redengevend is voor het bewijs. Daartoe wordt aangevoerd dat uit deze verklaring volgt dat aangeefster [slachtoffer] in het verleden ontkennend heeft geantwoord op de vraag van [getuige 1] of zij wel eens werd betast door de verdachte, zodat dit onderdeel van de verklaring niet redengevend is voor de bewezenverklaring.
2.2
Ten laste van de verdachte is, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, bewezenverklaard dat:
“1.
hij op meerdere tijdstippen in de periode van 24 december 2013 tot en met 17 april 2017 te [plaats] , met de aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, zijnde [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] 2005), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt,
handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het brengen en houden van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer] en het meermalen brengen en/of steken en/of houden en/of op en neer bewegen van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] ;
2.
hij op meerdere tijdstippen in de periode van 24 december 2013 tot en met 17 april 2017 te [plaats] , ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, zijnde [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] 2005), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, immers heeft hij, verdachte
- zijn penis in het bijzijn van die [slachtoffer] betast en vastgepakt en/of
- die [slachtoffer] ertoe bewogen om zijn, verdachtes, penis te betasten en/of
- die [slachtoffer] ertoe bewogen om, in het bijzijn van verdachte, haar eigen vagina te betasten en/of een of meer vingers in haar vagina te duwen/brengen en/of
- meermalen de borsten van die [slachtoffer] met zijn hand(en) op en/of onder de kleding betast en/of
- meermalen (op) de billen van die [slachtoffer] met zijn hand(en) op en/of onder de kleding betast en geknepen en geslagen en/of
- meermalen het geslachtsdeel van die [slachtoffer] met zijn hand(en) op en/of onder de kleding betast en aangeraakt en/of
- die [slachtoffer] ertoe bewogen om op of tegen hem, verdachte, te gaan liggen en/of daarbij zogenoemde “rijdende bewegingen” gemaakt en/of
- die [slachtoffer] gezoend op de mond en daarbij zijn tong in de mond van die [slachtoffer] bewogen en/of,
- die [slachtoffer] ertoe heeft bewogen om zijn penis in haar mond te nemen en op- en neergaande bewegingen te maken met haar hoofd”
2.3
Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen (met weglating van voetnoten):
“Feiten 1 en 2
1. Het proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden van 14 juli 2022, voor zover inhoudende als volgt:
Op donderdag 7 juli 2022 had ik, [verbalisant] , een gesprek met [slachtoffer] . Tijdens dit gesprek zag ik een regelmatig geëmotioneerde [slachtoffer] die mij vertelde:
- dat ze seksueel misbruikt is door haar opa.
- dit opa [verdachte] uit [plaats] betrof.
- als ze op zijn schoot zat hij deed “rijden” met zijn onderlichaam.
- haar over de kleding aan haar geslachtsdeel en borsten betastte.
- dat dit later over ging van daadwerkelijk betasten aan het naakte lijf.
- hij ook met de vingers in haar is geweest.
- dat hij haar betastte en toen ook zichzelf betastte.
2. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 21 juli 2022, voor zover inhoudende als volgt:
Ik, [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2005, wil aangifte doen van seksueel misbruik. Dit is gebeurd tussen mijn achtste en twaalfde ongeveer. Dus dat is ongeveer tussen 2013 tot en met 2017. Dit is gebeurd bij het huis van mijn opa en oma [hof: [getuige 2] ], [a-straat 1] in [plaats] . Mijn stiefopa, [verdachte] , heeft dit gedaan.
Mijn opa is een alcoholist. Als hij te veel had gedronken dan werd hij tegen iedereen plakkerig en verbaal lastig. Hij rookte ook veel sigaar.
Vanaf dat ik me kan herinneren wat er gebeurd is, is het betasten van mij, in de vorm van een spelletje en dit spelletje werd herhaaldelijk gespeeld. Ik heb vrij laat ingezien dat het niet normaal is wat er is gebeurd. Dat was in groep 7 of groep 8 en toen ben ik het gaan delen met mensen. Hij zat aan mijn lichaam, aan mijn geslachtsdeel en aan mijn kont. Mijn opa noemde mij altijd dopneusje. Het betasten was zowel over de kleren als onder de kleren. Als ik bij de koelkast stond, sloeg hij wel eens op mijn kont of kneep hij in mijn kont. Als ik buiten in de tuin lag te slapen dan begon hij mij te masseren over mijn benen en ging dan steeds hoger en hoger en dan raakte hij mijn geslachtsdeel over mijn onderbroek/legging aan. Ik denk dat het zo vaak gebeurd is, dat ik er eigenlijk geen schatting van kan maken. Ik ging wekelijks naar mijn opa en oma. Eerst de vrijdag en later werd dat de maandagmiddag. In de vakantieperiode was ik vaak een week daar. Ik was daar echt kind aan huis.
De allereerste herinnering die ik heb is van Kerstavond 2013. Mijn oom uit Engeland kwam op bezoek. Oma en mijn oom waren met de hond aan het wandelen. Toen kuste mijn opa mij en betastte hij mij overal. Hij betaste mij bij mijn geslachtdeel en kont. Hij wreef gepassioneerd over heel mijn lichaam, zoals je eigenlijk bij een vriendje zou doen. Dat ging even zo door en toen vertelde hij dat dit een geheimpje was tussen hem en mij was.
Er zijn veel momenten geweest dat het wat heftiger was. Dat was tijdens het bedritueel als ik naar zijn kamer ging om welterusten te zeggen. Het is altijd een vorm van geweest of een samenvoeging van de navolgende handelingen. Knuffelen, zoenen, zoenen met de tong, betasten van mijn lichaam, vingeren van mij en ik moest hem betasten aan zijn geslachtsdeel de ene keer op zijn kleren, maar dit gebeurde ook zonder kleren. Het meeste wat hij deed was tegen mij aan rijden of schuren en dat kon zijn dat hij mij op zich plaatste en mij vasthield of dat we lepeltje lepeltje lagen en dat hij tegen mij aanschuurde. Hij had vieze lange gele nagels waar hij me soms ook pijn mee deed als hij mij vastpakte, kneep, vingerde, of mijn clitoris stimuleerde. Ik kan zo een soort nagels nu niet meer zien, want dan voel ik ze nog steeds.
Toen ik een keer buiten op de buitenbank lag, daar lag ook mijn favoriete deken [...] ik had vroeger altijd last van mijn achillespees en op dat moment begon hij mijn benen te masseren. Hij ging steeds meer omhoog richting mijn bovenbenen en mijn geslachtsdeel. Uiteindelijk heeft hij mij bij mijn geslachtsdeel gestimuleerd over de kleren.
Mijn nicht [hof: [getuige 1] ] is de enige die het geraden heeft wat er tussen opa en mij gebeurd is. Mijn nicht vroeg aan mij of opa wel eens iets gedaan had wat niet oke was of betast als hij gedronken had. Ik heb dat toen ontkend uit grote angst. Ik heb het op een hele lompe manier aan mijn ouders medegedeeld. Toen ik 11 of 12 jaar oud was heb ik een GGD-formulier ingevuld en bij vraag 10 over seksuele grenzen, dan wel negatieve ervaringen, heb ik ja ingevuld. Ik heb het overigens als eerste aan mijn stiefvader [hof: [getuige 3] ] verteld.
De schaamte die ik nog steeds heb omdat ik het lichamelijk wel lekker leek te vinden terwijl mijn hersenen het niet vonden. Door deze ervaring heb ik nog steeds problemen dat ik mannen niet vertrouw. Ik heb door hem een scheve radar.
3. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 26 juli 2022, voor zover inhoudende als volgt:
Ik bleef standaard een dag in de week slapen bij opa en oma. Soms bleef ik er vaker slapen, als mijn moeder een weekendje weg was. Het was mijn tweede huis. De eerste keer was met Kerstmis 2013. Ik weet dat we buiten hadden gegeten. Er stonden twee kerstbomen. Mijn opa had weer te veel gedronken. Oma en mijn oom zijn met de hond gaan wandelen. In de woonkamer stond een grote rode bank. Opa kwam naast mij zitten. Opa kuste mij op mijn wang en ging daarna verder en kuste mij op mijn mond met zijn tong. Hij reageerde heftiger en raakte mij overal aan. Mijn opa ging op zijn rug liggen en ik ging bovenop hem liggen. Het tongzoenen ging verder en op het moment van het zoenen streelde opa over mijn billen en over mijn geslachtsdeel. We hadden de kleren nog aan en hij streelde mij over de kleren. Dat is een hele tijd zo doorgegaan. Ik weet dat ik er lichamelijk heel erg op reageerde. Het duurde wel 15 minuten. Vervolgens heeft hij met mij gepraat dat het ons geheim was en dat als ik er over zou praten dat hij in de problemen zou komen en dat ik oma misschien nooit meer zou zien. Oma en mijn oom kwamen via de achteringang binnen. Daarna heb ik met oma op de bank gezeten en een kop thee gedronken.
Als hij klaar was met douchen dan was hij naakt en dan liep hij naar de kleedkamer en door naar mijn kamer. Hij stond dan naakt voor mij om met mij te praten. Hij kwam ook de badkamer oplopen als ik aan het douchen was. Hij heeft mij ook afgedroogd. Hij spendeerde dan veel tijd aan mijn geslachtsdeel en kont. Mijn opa liep vaak naakt in de tuin en ging naakt onder de buitendouche en in het zwembad. Als opa naar bed ging dan ging ik hem altijd een welterustenknuffel geven. Dit was als opa al in bed lag. Ik moest dan altijd op de rand van het bed gaan zitten en dan wist ik al wat er ging komen. De volgorde kon verschillen maar het was zoenen, tongzoenen, rijden, vingeren en clitoris stimuleren. Soms pakte hij mijn hand en legde die op zijn geslachtsdeel, dit was dan wel met kleren aan. Dit was altijd zo als ik bleef slapen.
Ik kan me nog een moment herinneren toen mijn oma weg was. Toen ik een jaar of negen was, spoorde mijn opa mij op een gegeven moment aan om mijn kleding uit te doen en een badjas aan te doen. Ik was naakt onder de badjas. Mijn opa had ook alleen een badjas aan. Mijn opa begon zichzelf te masturberen onder de badjas en spoorde mij aan om mijzelf ook te stimuleren. Met stimuleren bedoel ik vingeren. Ik weet nog dat hij er van genoot en dat hij aan het hijgen was en dat ik aan het hijgen was.
Hij had lange verkalkte nagels, zoals je bij rokers en drinkers kunt verwachten. Hij gebruikte zijn duimnagel ook als opener, zo sterk zijn die nagels. Zijn nagels waren ook heel scherp. Als hij mij dan ging vingeren of de clitoris ging stimuleren dan deed dat veel pijn. Ik voelde dan pijnscheuten. Ik voelde zijn nagels gewoon. Ik voelde dat op de plekken waar hij mij aanraakte en ook op mijn geslachtsdeel. Toen ik borsten begon te krijgen, had ik ook groeipijn en als hij daar flink mee aan de slag ging dan deed dat ook pijn. Met er flink mee aan de slag gaan bedoel ik vastpakken, knijpen, aanraken en stimuleren. Dat deed hij met de gehele borst en allebei de borsten. De hele borsten en de tepel.
Die ene keer dat ik buiten op de buitenbank lag, daar lag ook mijn favoriete deken, begon hij mijn benen te masseren, hij ging steeds meer omhoog richting mijn bovenbenen en mijn geslachtsdeel. Uiteindelijk heeft hij de vagina en de clitoris gestimuleerd, zo goed als vingeren maar dan door de stof heen. Het stopte nadat ik was klaargekomen.
Ik kan mij ook nog een keer herinneren, een andere Kerst dan waar ik het eerder over heb gehad, dat opa mijn maillot goed getrokken heeft. Hij kwam daarbij bij mijn geslachtsdeel.
Een keer op de slaapkamer van mijn opa en oma pakte hij mijn hoofd vast. Hij heeft mijn hoofd met twee handen vastgehouden. Hij heeft mijn hoofd ruw naar beneden, richting zijn geslachtdeel geduwd. Hij heeft met zijn handen mijn mond open geforceerd en hij heeft zijn geslachtsdeel in mijn mond gestoten. Dat is voor mijn gevoel maar 1 keer voorgekomen. Dit is wel een van de ergste dingen die mij is overkomen.
Mijn opa rookt en drinkt al zolang ik me kan herinneren. Hij was altijd heel zorgzaam voor mij. Hij was ook lief voor mij. Ik heb ook goede herinneringen aan hem. Ik wil dat er iemand is die tegen hem kan zeggen dat het niet oke is wat hij heeft gedaan.
4. Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] van 12 augustus 2022, voor zover inhoudende als volgt:
Toen [slachtoffer] 11 jaar oud was, vertelde zij mij tijdens een wandeling wat opa had gedaan en zij drukte mij op het hart dat ik daar niets over mocht zeggen. Ik vroeg aan haar wat er dan precies was gebeurd. [slachtoffer] vertelde dat opa haar aanraakte en vastpakte en kuste wat zij niet wilde. Ik had het idee dat er meer aan de hand was maar dat vertelde ze toen nog niet. Ik kan mij herinneren dat zij emotioneel werd. Ik heb dit ongeveer een jaar voor mij moeten houden. Want op een gegeven moment kwam er een formulier vanuit de GGD. [slachtoffer] was dit in aan het vullen en er kwam een vraag welke [slachtoffer] hardop zei: “Heeft iemand jou ooit betast of aangeraakt op plekken die je niet wilde”. Waarop [slachtoffer] “Ja” zei. Nadat ze het mij verteld had, wilde ze niet meer blijven slapen bij opa en oma. Toen ik in haar leven kwam ging ze zeker 1 keer in de week naar opa en oma en dan bleef ze slapen. Soms ging zij ook in de weekenden. Ik schat dat ze in die periode misschien wel elk weekend naar opa en oma ging.
[verdachte] dronk veel.
5. Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] van 19 augustus 2022, voor zover inhoudende als volgt:
Het is wel eens gebeurd dat ik de schouder van [slachtoffer] vastpakte en toen reageerde zij helemaal in tranen. [slachtoffer] vertelde dat dit komt door wat er met opa is gebeurd en dat dit een reactie daarop is. Op het moment dat [slachtoffer] mij vertelde over het seksueel misbruik, huilde zij. Toen [slachtoffer] 10 of 11 jaar oud was, toen wij in bed lagen bij opa en oma, heb ik een keer aan haar gevraagd of opa haar wel eens deed betasten. Ik had een heel raar onderbuikgevoel en ik kon mijn vinger er niet op leggen. Hij hield je als klein meisje te lang tegen je aan dat je borsten net iets te lang tegen hem aandrukten. Diep in mijn achterhoofd dacht ik echt dat er iets niet aan hem klopte. Dat gevoel had ik al vanaf het moment dat ik hem ontmoette. [slachtoffer] ontkende dat er iets was. Opa was gek op [slachtoffer] . De eerste keer dat ik bij oma en opa kwam dat was samen met het zusje van mijn moeder. Toen zag ik een foto van [slachtoffer] dat ze naakt in het zwembadje zat en ik zag dat opa ook naakt in dat zwembadje zat. Mijn nicht en mijn moeder zeiden op de terugweg dat ik niet naakt met hem in het zwembadje moest gaan zitten.
Nadat het was uitgekomen, kwam opa [verdachte] met een mes aanzwaaien. Dat staat natuurlijk in mijn aangifte van bedreiging tegen opa [verdachte] . Oma vertelde tegen hem: het gaat om jou en je ziet de politie vanzelf wel op de stoep verschijnen. Daarop bedreigde opa [verdachte] mij met een mes en oma ook. Ik ging dus naar de auto nadat opa ons bedreigd had. Ik belde direct [getuige 3] en toen hoorde ik dat opa [slachtoffer] ook direct had gebeld en dat opa had gezegd: “Ik dacht dat je slimmer was dan dit, kom anders hierheen op de bank met een lekker kopje thee en jouw dekentje”. [slachtoffer] vertelde mij later dat zij altijd een kopje thee kreeg onder haar dekentje als hij haar seksueel had misbruikt. Opa kon niet weten dat het om [slachtoffer] ging. Wij hebben de hele naam van [slachtoffer] niet genoemd.
6. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] van 26 augustus 2022, voor zover inhoudende als volgt:
Ik heb een gesprek gehad op 1 augustus 2022 bij de Mutsaertsstichting met [slachtoffer] en een begeleidster. [slachtoffer] gaf aan dat ze seksueel misbruikt was door opa. [slachtoffer] was heel erg overstuur. [slachtoffer] heeft ook heel lang niet meer bij ons geslapen. Ik had een kamertje voor haar ingericht en daar heeft zij maar 1 keer geslapen. Ik heb dit ook nooit begrepen waarom dat ze niet meer kwam. [slachtoffer] was kind aan huis bij ons. Ik zei dat ik haar geloofde, het daalde in mij neer. [slachtoffer] keek mij aan, ik zag dat ze aan het trillen en aan het beven was. Ik ben achterom mijn huis binnen gegaan. Mijn man stond te koken en ik zei niets. [...]. Toen vroeg mijn man waar die vergadering over was gegaan. Ik bleef staan en keek hem aan en zei: “Het gesprek ging over jou en het is bij de politie bekend”. Hij werd knalrood en hij zei: “Het zal toch verdomme niet”. Hij liep toen naar de keuken en pakte een mes en begon daarmee te zwaaien en zei: “Die vieze rot kut, ik weet waar ze woont, die hele familie, ik maak ze allemaal kapot”. Hiervan hebben wij aangifte gedaan van bedreiging. Tegen [getuige 1] zei hij: “Kom je maatschappelijk werkertje spelen”. Toen zei hij dat wij zijn huis uit moesten. Mijn man zei tegen mij dat ik nooit meer terug mocht komen.
Er is nog een gesprek geweest tussen mij, [slachtoffer] , iemand van Veilig Thuis, [getuige 3] en [moeder slachtoffer] . [slachtoffer] hield zich afzijdig van het gesprek en toen fluisterde [slachtoffer] in mijn oor en zei: “oma ik moet nog iets zeggen, hij deed mij zo pijn met zijn lange nagels”. Ik legde de link toen met mijn seksuele ervaringen met mijn man want hij deed mij ook heel erg pijn met die nagels. Hij heeft zo’n sterke nagels, mijn man kan een fles open maken met zijn nagels. Dit was voor mij een bevestiging dat het waar was wat [slachtoffer] vertelde want ik heb dat ook meegemaakt. Als hij mij vingerde dan deed het pijn door zijn nagels.
[verdachte] drinkt sterke drank en bier. Hij drinkt in de ochtend al een glaasje cognac of rum. Eigenlijk was er altijd alcohol. Hij wordt dan aanhalig. Hij is dan klef, zijn rem was dan weg.
Vanaf het begin toen [slachtoffer] klein was kwam ze een vaste dag, later kwam ze al donderdagavond en dan bleef ze slapen. Als haar moeder [moeder slachtoffer] weg ging bleef [slachtoffer] het weekend slapen.
7. Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 4] van 2 september 2022, voor zover inhoudende als volgt:
[slachtoffer] is mijn dochter. Op 14 januari 2019 vond het gesprek plaats waar [slachtoffer] aangaf seksueel te zijn misbruikt. [slachtoffer] las de vragen van het GGD-formulier hardop. En toen kwam ze bij de vraag over het seksueel misbruik. En toen keek ze mij aan en toen zei ze: “Ja”. Ze was heel bang. Ze had hele grote ogen. Ze was heel nerveus, zij begon heel veel te praten. Daarna werd ze weer heel klein. [slachtoffer] gaf zichzelf de schuld want ze zei dat ze het misschien zelf had uitgelokt. Het leek alsof zij zich schaamde. Zij wilde er ook niet over praten. [slachtoffer] is altijd graag naar mijn ouders gegaan. Als ik nu terug kijk wilde zij niet meer naar opa en oma toen [slachtoffer] rond de 10 jaar oud was. [slachtoffer] begon in 2016 met automutilatie. Ze heeft toen hulp gehad. Ze heeft mij verteld dat het een langere periode is geweest dat het heeft plaatsgevonden en dat het vaker is gebeurd. Het stopte toen ze ongesteld werd. Dat was met Pasen 17 april 2017. Toen was ze 11 jaar oud. In mei werd ze 12. [verdachte] is een alcoholist. Als hij gedronken had werd hij aanrakerig en vertoonde ongepast gedrag. Hij kon dan een hand op mijn bil leggen.
8. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 5 september 2022, voor zover inhoudende als volgt:
[slachtoffer] had toen zij jonger was veel spierpijn in haar benen door het ballet. En dan kwam ze bij mij en zei ze: “opa opa”. Dan kneep ik haar in mijn [het hof begrijpt: haar] benen. Ik masseerde haar spieren. Ik had een loungehoek gemaakt en daar zat ik en zij ging dan op de buik liggen en dan ging ik haar kuiten masseren en soms haar hele benen. De laatste keer had ze ook pijn aan haar liezen en buik. Ik heb toen gedrukt onder aan de buik, bij de onderbuikspieren ter hoogte van het bekken.
[slachtoffer] liep ook vrij rond in de blote kont. Ik heb daarmee in het zwembadje gezeten. Buiten in de tuin. Het koosnaampje dopneusje zegt mij wel wat. Omdat ze halfbloed is. Platte neus heeft.
We dronken wel eens thee. [slachtoffer] zat met een dekentje. Ik heb die weggesmeten, ik kon dat dekentje niet meer zien.
9. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 6 september 2022, voor zover inhoudende als volgt:
Ze kwam vaker een goede nacht wensen als ik al op bed lag. Dan kwam ze naar mij toe en gaf mij een kusje in mijn nek of op mijn hoofd.
Over het masseren: [slachtoffer] zei dat ze last had van haar liezen. En daar heb je een dikke spier, ik wijs het aan, aan de binnenkant bovenaan de bovenbenen, direct bijna onder je geslachtsdeel. Je bekkenspier zeg maar. Daar zitten je onderbuikspieren zeg maar. Ik heb [slachtoffer] gemasseerd, van beneden tot helemaal bovenaan haar benen, aan die liesspieren. Daar waar die aanhechting naar boven gaat, tot aan die onderbuikspieren.
Het klopt dat ik hele lange verkalkte nagels heb. Kijkt u maar. Ik heb een pluknagel. Ik pluk daarmee de druiven, met mijn nagel snij ik de druiventak door. Ik gebruik hem ook als schroevendraaier. Kijk maar die nagel is keihard.
10. Het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg van 19 juli 2023, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 5] :
Ik was op 1 augustus 2022 in het bijzijn van [slachtoffer] . Ik herinner me dat ze toen gebeld werd. [slachtoffer] werd gebeld door haar stiefopa. [slachtoffer] heeft de telefoon toen op de luidsprekerstand gezet. Ik heb meegekregen dat de opa op een gegeven moment zei dat ze maar naar [plaats] moest komen en lekker onder een dekentje kwam liggen voor een kopje thee. Vooral de toon waarop haar stiefopa sprak herinner ik me. Die toon was, zoals ik het beleefd heb, bedreigend.
Feiten 1, 2 en 4
Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 10 augustus 2022, voor zover inhoudende als volgt:
Pleegdatum: 1 augustus 2022
Aangever: [slachtoffer]
Ik doe aangifte van bedreiging door mijn stiefopa [verdachte] . Omstreeks 12:00 uur werd een van mijn ouders gebeld door mijn nicht [getuige 1] . Ze vertelde wat er gebeurd was. Mijn opa had een mes gepakt en gedreigd met het mes richting mijn oma en mijn nicht en heeft gezegd: “ik snij ze allemaal de strot door, één voor één, en ik weet waar ze woont”. Met allemaal bedoelt hij mijn nicht, mijn moeder, mijn oma en ik.
Om 12:09 uur werd ik gebeld door opa. Ik hoorde dat mijn opa zei: “wil je een dekentje met een kopje thee”. Hij vertelde dit op een boze manier. Ik antwoordde: “sorry?”. Hierop antwoordde hij nog een keer: “ja wil je een dekentje met een kopje thee”. Ik antwoordde nogmaals: “sorry?”. Ik was op dat moment in paniek en meer dan dat kon ik niet zeggen. Hij zei boos: “ik dacht dat je verstandiger was, stomme kut”. Daarna heeft hij opgehangen.
Om 12:17 heeft hij nog een keer gebeld. Ik durfde niet meer op te nemen, omdat ik erg bang en geschrokken was van zijn uiting richting mij. Het dekentje met een kopje thee verwijst naar het misbruik in het verleden. Na de rituelen die plaatsvonden (naar het hof begrijpt: met opa) zat ik altijd met een dekentje en een kopje thee.”
2.4
Het hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde verder het volgende overwogen:

Bewijsoverwegingen
Bewijsminimum
Door de verdediging is betoogd dat sprake is van onvoldoende bewijs om tot een veroordeling van de verdachte te kunnen komen.
Het hof overweegt daaromtrent als volgt:
Volgens het tweede lid van art. 342 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) - dat de tenlastelegging in haar geheel betreft en niet een onderdeel daarvan - kan het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de door één getuige gereleveerde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. De vraag of aan het bewijsminimum van art. 342, tweede lid, Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval.
In zaken van seksueel misbruik zoals de onderhavige doet het vraagstuk of aan het bewijsminimum is voldaan zich regelmatig voor. Immers, veelal zijn er geen getuigen van het seksueel misbruik zelf en ontbreekt forensisch bewijs. Dat is in deze zaak eveneens het geval. Het hof is evenwel van oordeel, dat de aangifte van [slachtoffer] niet op zichzelf staat en op onderdelen voldoende steun vindt in de andere, hierboven weergegeven bewijsmiddelen.
Het hof ontleent aan die bewijsmiddelen in het bijzonder het volgende steunbewijs:
- [slachtoffer] heeft in haar aangifte een aantal situaties beschreven waarbij sprake is geweest van de ten laste gelegde seksuele handelingen door de verdachte. De verdachte heeft verklaard over een aantal van die situaties. Zo heeft hij verklaard over de loungehoek en dat [slachtoffer] daar zat met een dekentje.
- [slachtoffer] heeft in haar aangifte verklaard dat het masseren door de verdachte daar plaats vond, steeds meer omhoog richting haar bovenbenen en geslachtsdeel. Deze verklaring vindt steun in de verklaring van de verdachte zelf, die heeft verklaard over masseren van haar benen, van beneden tot helemaal bovenaan, tot aan de onderbuikspieren.
- Ten aanzien van het door [slachtoffer] genoemde bedritueel heeft de verdachte verklaard dat het klopt dat [slachtoffer] hem goede nacht kwam wensen als hij al in bed lag en dat zij hem dan kuste. Ook haar koosnaam “dopneusje” heeft hij bevestigd. Volgens de verdachte was het ook normaal dat zij naakt in de tuin liep en in het zwembadje zat met hem er bij.
- [slachtoffer] heeft in haar aangifte verklaard dat het vingeren door de verdachte pijn deed vanwege de harde, scherpe nagels van de verdachte. Deze omstandigheid vindt steun in de verklaring van [getuige 2] , die heeft verklaard dat zij bij de seks met de verdachte soortgelijke ervaringen heeft gehad. Zij verklaarde dat als de verdachte haar vingerde dat het dan pijn deed door zijn nagels. Zij legde toen de link met haar eigen seksuele ervaringen met de verdachte. Ze verklaarde dat haar man zo’n sterke nagels heeft dat hij een fles daarmee kan openmaken.
- Ook heeft de verdachte zelf verklaard dat hij harde nagels heeft. Naar het oordeel van het hof vindt een zeer specifieke ervaring uit de aangifte, welke rechtstreeks verband houdt met een ten laste gelegde seksuele handeling door de verdachte, ondersteuning in de verklaring van de [getuige 2] .
- Het hof is van oordeel dat de wijze waarop de ‘disclosure’ tot stand is gekomen eveneens bijdraagt aan het bewijs.
Aanvankelijk had [slachtoffer] niet in de gaten dat de verdachte over haar seksuele grenzen heenging. Dat acht het hof begrijpelijk, aangezien zij toen nog erg jong was. Haar nicht, [getuige 1] , had echter al een raar onderbuikgevoel, dat er op was gebaseerd dat zij de ervaring had dat de verdachte je als klein meisje te lang tegen zich aanhield zodat de borsten tegen hem aandrukten. Toen zij er bij [slachtoffer] naar vroeg, ontkende [slachtoffer] echter nog dat er iets aan de hand was. Zowel [getuige 1] als [slachtoffer] noemen dit doorvragen van [getuige 1] en de ontkenning destijds van [slachtoffer] in hun verklaring. Toen [slachtoffer] iets ouder, namelijk 11 jaar oud was, vertelde zij voor het eerst wel het een en ander aan iemand, namelijk aan de partner van haar moeder, [getuige 3] . Zij werd daarbij emotioneel. Zij drukte hem toen echter op het hart dat hij daar niets over mocht zeggen. Hij merkte wel dat ze niet meer naar opa en oma wilde. Ook andere getuigen hebben hierover verklaard. Op 14 januari 2019 – [slachtoffer] was toen 13 jaar oud – vond naar aanleiding van het GGD-formulier het gesprek plaats waarbij [slachtoffer] aangaf seksueel te zijn misbruikt. Zij was toen erg bang, aldus haar moeder, en gaf zichzelf de schuld. Toen [slachtoffer] haar nicht [getuige 1] op enig moment over het seksueel misbruik vertelde, huilde zij. En uiteindelijk, op 1 augustus 2022, heeft het gesprek plaatsgevonden waarbij [slachtoffer] het aan haar oma heeft verteld. [slachtoffer] was toen heel erg overstuur.
Het hof is van oordeel dat de hier geschetste tijdlijn bevestiging vindt in de diverse getuigenverklaringen, zoals gebezigd tot het bewijs, evenals de omstandigheid dat bij [slachtoffer] hulp heeft moeten inroepen in verband met onder andere automutilatie.
- Naar het oordeel van het hof draagt ook bij aan het steunbewijs de reactie van de verdachte op 1 augustus 2022, het moment dat zijn partner tegen hem zei: “Het gesprek ging over jou en het is bij de politie bekend”. Immers, op dat moment was nog niet duidelijk waarop dit precies betrekking had en over wie dit ging. Desalniettemin richt de woede van de verdachte zich klaarblijkelijk direct op [slachtoffer] , die hij vervolgens ook opbelt. Opvallend is, dat hij het daarbij heeft over “een dekentje met een kopje thee”, hetgeen associaties oproept met het sekueel misbruik waar [slachtoffer] over heeft verklaard.
De hierboven aangehaalde feiten en omstandigheden geven, in onderlinge samenhang bezien en in samenhang met hetgeen overigens uit de bewijsmiddelen naar voren komt, naar het oordeel van het hof voldoende steun aan de aangifte van [slachtoffer] .
Betrouwbaarheid
Door de verdediging is betoogd dat de aangifte en verklaringen van [slachtoffer] niet betrouwbaar zijn, hetgeen tot vrijspraak van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten dient te leiden. Daarbij is aangevoerd dat er op specifieke onderdelen redenen zijn om aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer] te twijfelen. De raadsman heeft gewezen op de omstandigheden (a) dat [slachtoffer] aanvankelijk tegenover haar nicht heeft ontkend dat er iets aan de hand was, (b) dat [getuige 2] desgevraagd niet kon bevestigen dat [slachtoffer] een keer tegen haar had gezegd dat zij het niet fijn vond als opa haar op haar kont sloeg en (c) dat de verdachte ten tijde van de ten laste gelegde periode reeds kampte met erectieproblemen.
Het hof overweegt daaromtrent als volgt:
[slachtoffer] heeft naar het oordeel van het hof in de kern consistente en gedetailleerde verklaringen afgelegd, die voorts – zoals hiervoor overwogen – op onderdelen steun vinden in de bewijsmiddelen. Aan de betrouwbaarheid van haar verklaring draagt voorts bij, dat [slachtoffer] het handelen van de verdachte niet erger maakt dan het is en dat zij ook positieve woorden voor hem over heeft (“Hij was altijd heel zorgzaam voor mij.” “Hij was ook altijd heel lief voor mij. Ik heb ook goede herinneringen aan hem.”). Desgevraagd heeft [slachtoffer] ook niet om de hoogste of zwaarste straf gevraagd voor de verdachte (“Hij zou een taakstraf kunnen krijgen.”).
Het hof is dan ook van oordeel, dat de verklaringen van [slachtoffer] betrouwbaar zijn en bezigt deze tot het bewijs.
De bovengenoemde, door de raadsman aangevoerde omstandigheden doen aan het vorenstaande niet af. Het betreft details die in het grotere geheel van de aangifte en verklaringen van [slachtoffer] van ondergeschikt belang zijn. Voorts geldt het volgende:
a. De aanvankelijke ontkenning van [slachtoffer] tegenover haar nicht past in de wijze waarop de ‘disclosure’ tot stand is gekomen, zoals hierboven al omschreven.
b. Dat [getuige 2] desgevraagd niet kon bevestigen dat [slachtoffer] een keer tegen haar had gezegd dat zij het niet fijn vond als opa haar op haar kont sloeg, is gelet op het tijdsverloop weinig verrassend. Immers, de verklaring van [getuige 2] is meer dan vijf jaren na het einde van de ten laste gelegde periode afgelegd.
c. De omstandigheid dat de verdachte last zou hebben gehad van erectieproblemen, doet niet af aan het bewezenverklaarde, aangezien geen feiten bewezen zijn verklaard waarbij dit een beletsel zou zijn geweest.
Gelet op het vorenstaande wordt het verweer tot vrijspraak van de verdediging in al zijn onderdelen verworpen.”
2.5
Uit de voor het bewijs gebezigde aangifte van 21 juli 2022 (bewijsmiddel 2) volgt dat de aangeefster vrij laat is gaan inzien dat het handelen van de verdachte niet normaal was en dat zij dit pas toen is gaan delen met anderen. Zij heeft tevens verklaard dat haar nicht, de [getuige 1] , de enige is die heeft geraden wat er tussen haar en de verdachte is gebeurd. Zij geeft in dit verband aan dat haar nicht aan haar vroeg of de verdachte “wel eens iets gedaan had wat niet oké was of [haar had] betast als hij gedronken had”, waarna zij aangeeft dit te hebben ontkend uit grote angst. De verklaring van [getuige 1] bevestigt dit. Zij geeft immers aan dat zij aan een destijds tien of elf jaar oude [slachtoffer] heeft gevraagd of de verdachte haar wel eens betast had, waarna [slachtoffer] ontkende dat er iets was.
2.6
Het hof heeft geoordeeld dat de wijze waarop de
disclosuretot stand is gekomen steunbewijs vormt voor de aangifte. Het eerdere vermoeden van [getuige 1] en de aanvankelijke ontkenning van de aangeefster tegenover haar plaatst het hof expliciet in deze context. Het is die ontkenning waarop de steller van het middel de aandacht vestigt. Hoewel een dergelijke ontkenning op zichzelf niet redengevend is voor de bewezenverklaring, meen ik dat deze aanvankelijke ontkenning van [slachtoffer] tegenover [getuige 1] in het kader van de door het hof voor het bewijs gebruikte wijze van
disclosuremaakt dat de gehele voor het bewijs gebezigde verklaring van [getuige 1] feiten en omstandigheden bevat die redengevend zijn voor de bewezenverklaring van de feiten 1 en 2.
2.7
Daarmee faalt het eerste middel.

3.Het tweede middel

3.1
In het tweede middel wordt geklaagd dat het hof de bewezenverklaring van de feiten 1 en 2, in strijd met art. 342 lid 2 Sv, in de kern bezien uitsluitend heeft doen steunen op de verklaringen van één getuige, te weten [slachtoffer] . In de toelichting op het middel wordt per afzonderlijk bewijsmiddel betoogd dat deze niet de benodigde steun aan de verklaring van voornoemde getuige levert.
3.2
In zaken als de onderhavige waarin wordt geklaagd over schending van de bewijsminimumregel van art. 342 lid 2 Sv, wordt door de Hoge Raad het volgende vooropgesteld:
“Volgens artikel 342 lid 2 Sv kan het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling heeft betrekking op de tenlastelegging in haar geheel en niet op een onderdeel daarvan. Zij beoogt de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing te waarborgen, in die zin dat artikel 342 lid 2 Sv de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen als de door één getuige naar voren gebrachte feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. De vraag of aan het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vereist een beoordeling van het concrete geval. De Hoge Raad kan daarom geen algemene regels geven over de toepassing van artikel 342 lid 2 Sv, maar daarover slechts tot op zekere hoogte duidelijkheid geven door het beslissen van concrete gevallen. Opmerking verdient nog dat het bij de beoordeling in cassatie of aan het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv is voldaan, van belang kan zijn of de feitenrechter zijn oordeel dat dat het geval is, nader heeft gemotiveerd (Vgl. HR 13 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM2452).” [2]
3.3
In aanvulling daarop volgt uit de rechtspraak van de Hoge Raad dat het steunbewijs geen betrekking hoeft te hebben op de tenlastegelegde – of beter gezegd: de bewezenverklaarde – gedragingen, [3] maar dat niet een te ver verwijderd verband dient te bestaan tussen de verklaring van de aangever en het steunbewijs. [4] Het moet gaan om feiten en omstandigheden die op relevante wijze in verband staan met de inhoud van de verklaring van de aangever. [5] Hoewel aan de aard van het steunbewijs nauwelijks specifieke eisen worden gesteld, het hoeft bijvoorbeeld niet om een tweede getuigenverklaring te gaan, geldt als duidelijke beperking dat de tweede bewijsgrond niet van dezelfde bron afkomstig mag zijn als de verklaring van de aangever. [6]
3.4
Voor de bewezenverklaring, bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen verwijs ik naar randnummers 2.2-2.4.
3.5
In de onderhavige zaak vindt de verklaring van de aangeefster allereerst steun in de verklaringen van de verdachte voor wat betreft de feitelijke situaties waarin het misbruik plaatsvond (bewijsmiddel 8 en 9). De aangeefster heeft over enkele van deze situaties verklaard, onder meer over de situatie dat zij op de buitenbank in de tuin lag, dat daar haar favoriete deken lag en dat daar een massage plaatsvond die eindigde in ontuchtige handelingen. De verdachte heeft bevestigd dat hij een loungehoek had gemaakt waar ook werd gemasseerd. Daarnaast heeft de aangeefster verklaard over het bedritueel waarbij zij de verdachte – die dan al in bed lag – een knuffel ging geven. Daarbij moest zij op de rand van het bed gaan zitten en volgden verschillende seksuele handelingen waarvan de volgorde kon verschillen. De verdachte heeft over deze situatie verklaard dat [slachtoffer] hem vaker een goede nacht kwam wensen als hij al op bed lag en dat zij hem dan een kus in zijn nek of op zijn hoofd gaf.
3.6
Verder vindt de verklaring van de aangeefster steun in de verklaring van [getuige 2] en de verdachte als het gaat om de ontuchtige handelingen die zijn verricht. De [getuige 2] verklaart over de sterke nagels van de verdachte en de pijn die deze nagels (ook) bij [getuige 2] veroorzaakten tijdens het vingeren door verdachte. In dat verband is bovendien van belang dat de verdachte zelf heeft verklaard dat hij lange, verkalkte nagels heeft. [7] De aangeefster heeft verklaard dat verdachte in de loungehoek haar benen heeft gemasseerd waarbij hij steeds verder omhoog ging richting haar bovenbenen en geslachtsdeel. De verdachte bevestigt dat [slachtoffer] daar op haar buik ging liggen waarna de verdachte haar kuiten en soms haar hele benen ging masseren.
3.7
Verder vindt de verklaring van de aangeefster steun in de, zichzelf belastende, reactie van de verdachte jegens [getuige 2] op 1 augustus 2022 en in het daaropvolgende telefoongesprek tussen de verdachte en de aangeefster. In dit telefoongesprek, zo volgt uit zowel de verklaring van de aangeefster als van [getuige 5] (bewijsmiddel 10), spreekt de verdachte over een dekentje en een kopje thee nadat hem volgens de [getuige 2] (bewijsmiddel 6) was medegedeeld dat “het bij de politie bekend” is. De aangeefster heeft verklaard dat zij altijd met een dekentje en een kopje thee zat nadat het misbruik had plaatsgevonden. Dat de verdachte uit zichzelf een verband legt tussen een tegen hem gerichte beschuldiging en een kenmerkend onderdeel van het door de aangeefster beschreven verloop van de ontuchtige handelingen, heeft het hof als steunbewijs kunnen aanmerken.
3.8
Ten slotte draagt de wijze waarop de
disclosuretot stand is gekomen op enige wijze bij aan het bewijs, waarbij de tijdlijn zoals die volgt uit de verklaringen van de aangeefster wordt ondersteund door diverse andere getuigenverklaringen. Hetgeen het hof vermeldt over het moment dat de aangeefster hulp inriep voor haar automutilatie dient volgens de overwegingen van het hof ter bevestiging van deze tijdlijn en niet als rechtstreeks steunbewijs voor de aangifte. Kort gezegd houdt de wijze waarop de
disclosuretot stand is gekomen in, dat de aangeefster op jonge leeftijd niet in de gaten had dat de verdachte over haar (seksuele) grenzen heen ging, de aanvankelijke ontkenning tegenover [getuige 1] en de latere verklaring tegenover [getuige 3] en andere getuigen, alsmede dat delen van deze
disclosuregepaard gingen met waarneembare emoties bij de aangeefster.
3.9
Met het hof meen ik dat de verklaring van de aangeefster voldoende steun vindt in de bewijsmiddelen 4 tot en met 10 in onderlinge samenhang bezien. Ik neem daarbij in aanmerking dat de verklaring van de aangeefster ook op concrete en specifieke punten bevestiging vindt in de andere bewijsmiddelen, waarbij ik in het bijzonder wijs op de verklaring van [getuige 2] (bewijsmiddel 6). Deze getuige ondersteunt de verklaringen van de aangeefster immers op een onderdeel dat een wezenlijke en specifieke omstandigheid van de bewezen verklaarde gedragingen betreft, te weten de ervaren pijn bij seksuele handelingen door de lange en sterke nagels van de verdachte. [8] Van schending van art. 342 lid 2 Sv is dan ook geen sprake. ’s Hofs oordeel getuigt daarmee niet van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk.
3.1
Het middel faalt.

4.Afronding

4.1
Beide middelen falen. Nu beide middelen betrekking hebben op feiten waarvan de verdachte in eerste aanleg is vrijgesproken, ligt afdoening onder verwijzing naar art. 81 lid 1 RO niet voor de hand. [9]
4.2
Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
4.3
Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Bij herstelarrest d.d. 1 augustus 2024 is de kwalificatie van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde verbeterd, in die zin dat is toegevoegd
2.HR 27 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:946, rov. 5.2 en HR 5 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1152, rov. 2.3. Vgl. HR 26 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK2094, rov. 3.3.
3.HR 15 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:717, rov. 2.4.
4.HR 5 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1152, rov. 2.4 en HR 26 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK2094, rov. 3.4. Zie ook het overzicht gegeven in de conclusie van AG Paridaens van 2 april 2024, ECLI:NL:PHR:2024:356, onder randnummers 4-15.
5.G.J.M. Corstens, bew. door M.J. Borgers en T. Kooijmans,
6.Idem.
7.Zie bewijsmiddel 9.
8.Vgl. HR 23 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1095, rov. 2.4, alsmede de noot van Rozemond bij HR 15 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:717,
9.HR 24 januari 2023, ECLI:NL:HR:2023:40.