Conclusie
1.Inleiding
“de eendaadse samenloop van met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaar handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige (feit 1) en ontucht plegen met een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige (feit 2), meermalen gepleegd” [1] en 3. en 4. telkens “bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht
”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van voorarrest. Voorts heeft het hof beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen en heeft het de schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander zoals nader in het arrest bepaald.
2.Het eerste middel
Bewijsoverwegingen
disclosuretot stand is gekomen steunbewijs vormt voor de aangifte. Het eerdere vermoeden van [getuige 1] en de aanvankelijke ontkenning van de aangeefster tegenover haar plaatst het hof expliciet in deze context. Het is die ontkenning waarop de steller van het middel de aandacht vestigt. Hoewel een dergelijke ontkenning op zichzelf niet redengevend is voor de bewezenverklaring, meen ik dat deze aanvankelijke ontkenning van [slachtoffer] tegenover [getuige 1] in het kader van de door het hof voor het bewijs gebruikte wijze van
disclosuremaakt dat de gehele voor het bewijs gebezigde verklaring van [getuige 1] feiten en omstandigheden bevat die redengevend zijn voor de bewezenverklaring van de feiten 1 en 2.
3.Het tweede middel
disclosuretot stand is gekomen op enige wijze bij aan het bewijs, waarbij de tijdlijn zoals die volgt uit de verklaringen van de aangeefster wordt ondersteund door diverse andere getuigenverklaringen. Hetgeen het hof vermeldt over het moment dat de aangeefster hulp inriep voor haar automutilatie dient volgens de overwegingen van het hof ter bevestiging van deze tijdlijn en niet als rechtstreeks steunbewijs voor de aangifte. Kort gezegd houdt de wijze waarop de
disclosuretot stand is gekomen in, dat de aangeefster op jonge leeftijd niet in de gaten had dat de verdachte over haar (seksuele) grenzen heen ging, de aanvankelijke ontkenning tegenover [getuige 1] en de latere verklaring tegenover [getuige 3] en andere getuigen, alsmede dat delen van deze
disclosuregepaard gingen met waarneembare emoties bij de aangeefster.