ECLI:NL:PHR:2025:1078
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte wegens gebrekkige betekening dagvaarding in hoger beroep
De verdachte werd door het gerechtshof niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens het ontbreken van grieven tegen het vonnis van de politierechter. Het cassatieberoep richt zich onder meer op de juiste betekening van de dagvaarding in hoger beroep. De dagvaarding werd tweemaal uitgereikt aan een medewerker van het openbaar ministerie, terwijl de gemachtigde raadsman een ander verblijfadres had opgegeven dat redelijkerwijs als feitelijke woon- of verblijfplaats van de verdachte kon gelden.
De conclusie van de Advocaat-Generaal stelt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de verdachte behoorlijk is gedagvaard, omdat niet is geprobeerd de dagvaarding op het door de raadsman opgegeven adres uit te reiken. Daarnaast is het hof niet verplicht geweest te onderzoeken waarom de raadsman niet ter zitting verscheen, omdat geen schriftelijke kennisgeving van zijn optreden was gedaan.
De conclusie strekt tot vernietiging van het arrest van het hof en nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep. Het tweede middel faalt omdat het hof terecht oordeelde dat geen onderzoek naar de afwezigheid van de raadsman hoefde plaats te vinden. De Hoge Raad wordt geadviseerd de dagvaarding nietig te verklaren en de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte te handhaven.
Uitkomst: De dagvaarding in hoger beroep is nietig verklaard vanwege gebrekkige betekening, waardoor de verdachte niet-ontvankelijk is verklaard.