ECLI:NL:PHR:2023:59
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens ontvankelijkheid en rechtsbijstand in hoger beroep
Het gerechtshof Den Haag verklaarde verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter. De verdachte was niet verschenen op de terechtzitting in hoger beroep en de dagvaarding was niet persoonlijk betekend, maar het hof oordeelde dat de betekening rechtsgeldig was.
De verdachte stelde in cassatie dat de dagvaarding niet correct was betekend en dat het hof onterecht geen nader onderzoek deed naar de reden van zijn afwezigheid. Ook werd aangevoerd dat het hof art. 48 Sv Pro schond door geen afschrift van de appeldagvaarding aan de raadsman te sturen en geen onderzoek te doen naar diens afwezigheid.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht uitging van de geldige betekening op het BRP-adres, ondanks formele gebreken in de akte van uitreiking, en dat het ontbreken van een afhaalbericht geen wettelijke vereiste meer is. Ook was er geen aanwijzing dat verdachte niet vrijwillig verstek liet gaan. Ten aanzien van rechtsbijstand was geen sprake van een erkende raadsman conform de wettelijke eisen, zodat het hof niet verplicht was het onderzoek aan te houden.
De middelen faalden derhalve en het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen wegens ontvankelijkheid en correcte verstekbehandeling zonder rechtsbijstand.