Conclusie
1.Inleiding
2.De bewijsmiddelen
(het hof begrijpt: [verdachte] )zat er één keer bij toen ze haar documenten moest geven.
het hof begrijpt de woning aan [d-straat 1] te [plaats]) van thuis uit hier is komen wonen. Na de aankoop van de woning, (op 1 juni 2011) heb ik eerst alleen gewoond op [d-straat 1] . [medeverdachte] sliep hier af en toe wel maar hij woonde gewoon thuis in [plaats] .”
3.Het eerste middel
Kort na aankoop, tijdens het opknappen van de woning, ontstond er wrijving tussen [betrokkene 1] en [medeverdachte] . Hierdoor is [medeverdachte] eerst nog ergens op het woonwagenkamp gaan wonen” (...) “Vanaf juli/augustus 2011 woonde [medeverdachte] met tussenpozen op [d-straat 1] en dan weer even op [a-straat] , als de relatie weer wat minder was.”
feitvan algemene bekendheid.
Vanaf dat wij een relatie hadden vanaf 2010 tot dat wij gingen samenwonen in juli 2013, woonde [verdachte], volgens mij
nog thuis bij haar ouders. Ik bedoel daarmee de [c-straat 1] , waar [betrokkene 2] en [betrokkene 6] woonachtig zijn.Het is goed mogelijk dat [verdachte] wel eens verbleef in de oude woonwagen, die stond op de [a-straat 1] . Als ik [verdachte] op kwam halen, dan haalde ik haar altijd op, op [c-straat 1] .
Wie is [medeverdachte] ?
Die naam zegt mij helemaal niks.(…)
Toen ik vanaf juli 2013 tot november 2015 samen met [verdachte] in de nieuwe woonwagen woonde, verbleef er niemand anders. Er bleef in ieder geval geen jongen met de naam [medeverdachte] op dat adres. Alleen [verdachte] en ik woonden daar.” (cursivering door mij, A-G)
4.Het tweede middel en derde middel
tweede middelricht zich tegen het oordeel van het hof dat de verdachte bij het tekenen van de geschriften waarop de bewezenverklaarde feiten 2, 3 en 4 zien, opzet op die valsheid had. Geklaagd wordt dat de bewijsvoering dat oordeel niet kan dragen en het hof in het midden heeft gelaten of de verdachte de stukken ‘blind’ heeft getekend. Het
derde middelkomt op tegen het oordeel van het hof dat ten aanzien van die feiten sprake is van medeplegen en bevat de volgende klachten:
Feit 2 t/m 4
tweede middelfaalt aldus.
derde middelbevat de klacht dat het hof is afgeweken van maar niet heeft gerespondeerd op het uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat de enkele ondertekening van stukken [20] geen medeplegen maar slechts medeplichtigheid aan valsheid aan geschrift kan opleveren. Het hof had niet mogen volstaan met een bevestiging van de overwegingen van de rechtbank omdat in hoger beroep – voor het eerst – het standpunt is ingenomen dat het misdrijf valsheid in geschrift ten tijde van het opstellen van de conceptbrieven en conceptovereenkomsten reeds was voltooid. Voortbordurend op die klacht vervolgt het middel dat uit de bewijsmiddelen bovendien niet kan worden afgeleid dat sprake is van medeplegen, nu de bijdrage van de verdachte slechts heeft bestaan uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht en/of bestaat uit gedragingen ná het delict, aldus de steller van het middel.