Conclusie
Beginsaldo contant geld (6.1)
Legale contante ontvangsten (inclusief bankopnamen) (6.2)
Eindsaldo contant geld (6.3)
Werkelijke contante uitgaven (6.4)
“ik kreeg het contant op de rekening. Het is op mijn rekening gestort”. [2]
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een ontnemingsmaatregel opgelegd aan betrokkene, veroordeeld voor gewoontewitwassen van € 69.454,15, maar vrijgesproken voor het meerdere. Het hof stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 80.028,00, waardoor een bedrag van € 10.573,85 werd ontnomen waarvoor betrokkene was vrijgesproken. Dit werd aangevochten als schending van de onschuldpresumptie.
De verdediging voerde aan dat de ontnemingsberekening onjuist was omdat een lening van € 25.000,- van Defam B.V. niet was betrokken in de kasopstelling. Het hof oordeelde dat deze lening giraal was ontvangen en daarom niet als contante ontvangst in de kasopstelling kon worden meegenomen. Verder werd niet aannemelijk geacht dat betrokkene over € 99.000,- contant spaargeld beschikte.
De conclusie van de procureur-generaal stelt dat het hof terecht het bedrag van € 80.028,00 vaststelde, maar dat het ontnemen van het bedrag waarvoor betrokkene was vrijgesproken onbegrijpelijk is. De middelen van cassatie falen, maar ambtshalve wordt opgemerkt dat de redelijke termijn is overschreden, wat tot vermindering van de betalingsverplichting moet leiden. De conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover het de hoogte van de betalingsverplichting betreft, met vermindering daarvan en verwerping van het beroep voor het overige.
Uitkomst: De betalingsverplichting wordt verminderd wegens onjuiste schatting en overschrijding van de redelijke termijn.