Conclusie
Nummer19/02612 P
De procedure in cassatie
Het bestreden arrest
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd”. Dit delict betrof de handel in hennep, volgens de bewezenverklaring gepleegd omstreeks de periode van 27 mei 2014 tot en met 27 juni 2014. [1] Onder 1 was de betrokkene het medeplegen van (onder meer) het opzettelijk vervoeren en aanwezig hebben van een partij van 9.200 gram hennep op 27 juni 2014 ten laste gelegd (artikel 3 B/C jo artikel 11 lid 2 van Pro de Opiumwet). Deze partij werd door de politie aangetroffen in een door de betrokkene bestuurd voertuig, nadat hij op (naar ik begrijp) het tracé van de snelweg A2 te Born, dat is gelegen in de gemeente Sittard-Geleen, werd stilgehouden. De rechtbank heeft de betrokkene van dit delict vrijgesproken op de grond dat de pleegplaats niet juist was ten laste gelegd. [2] Tegen het strafvonnis is geen rechtsmiddel aangewend.
dat [betrokkene][betrokkene]
en [medebetrokkene][medebetrokkene]
hennep hebben ingekocht en verkocht en dat zij gezamenlijk een voorraad hennep beheerden, waaronder een hoeveelheid van 11.470 gram die in een BMW is aangetroffen. In verband met de verdeling tussen veroordeelde en medeveroordeelde [medebetrokkene] van het in totaal vastgestelde wederrechtelijk verkregen voordeel is van belang dat is gebleken dat medeveroordeelde [medebetrokkene] tevens is betrokken bij 9.200 gram hennep.”
dat de berekeningswijze van de eenvoudige kasopstelling kan worden gehanteerd bij toepassing van het tweede lid van artikel 36e Sr indien het aan de hand van die berekening vastgestelde bedrag in voldoende mate kan worden gerelateerd aan het feit of de feiten waarvoor de veroordeelde is veroordeeld dan wel aan andere strafbare feiten als bedoeld in artikel 36e Sr.”
omstreeks de periode van 27 mei 2014 tot en met 27 juni 2014”, wordt hierdoor bevestigd dat het hof – tevens – de in artikel 36e lid 2 Sr bedoelde ‘andere’ strafbare feiten in de voordeelberekening heeft betrokken.
De rechtbank heeft het door medeveroordeelde [medebetrokkene] wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op een aanzienlijk lager bedrag, te weten € 20.063,—, zulks terwijl de rechtbank beide veroordeelden in gelijke mate verantwoordelijk heeft geacht voor het behalen van dit voordeel.
aan [betrokkene] enig bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel wordt toegeschat inzake genoemde hoeveelheid hennep.
een ten dele andere berekeningsmethodiek vaststellen. Vervolgens zal het hof met toepassing van een verdelingsmaatstaf het vastgestelde voordeel aan ieder van de veroordeelden toerekenen.
ietsandere uitkomsten dan mijn calculator berekent, namelijk (hof:) €
8.261,50, respectievelijk €
5.623,50.Het zijn deze twee bedragen waarop het hof de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel van de twee (mede)betrokkenen, [medebetrokkene] en [betrokkene] , becijfert.
De deelklachten van het middel
De eerste deelklacht
één of meervan de betrokkenen gedurende die periode moet(en) hebben beschikt over een ‘onverklaarde’ bron van contant geld, [7] maar niet
wievan hen, noch wat voor iedere betrokkene afzonderlijk de omvang was van die bron ingeval meer van hen over een onverklaarde bron van contant geld zouden hebben beschikt.
kanhet gevolg zijn van gebrek aan informatie omtrent de werkelijke cashflows. Chartaal geld gaat nu eenmaal (althans voor opsporingsinstanties) minder zichtbaar van hand tot hand dan giraal geld, waarvan de overdracht digitale sporen achterlaat. Dat verklaart ook zijn populariteit in criminele kringen. Naarmate de hoogte van specifieke posten in een kasopstelling als gevolg van die onzichtbaarheid meer moet worden geschat dan dat zij wordt ingevuld aan de hand van concrete aanwijzingen, draagt de kasopstelling een meer speculatief karakter.
De tweede deelklacht
nietover de band van artikel 36e lid 2 Sr mag worden ontnomen. De vastgestelde feiten in de strafzaak laten echter zien dat er überhaupt geen reden is om aan te nemen dat het delict waarvoor de betrokkene is vrijgesproken hem enig voordeel heeft gebracht. Het enkele vervoeren of aanwezig hebben van verdovende middelen levert namelijk doorgaans, buiten het geval van bijvoorbeeld een koerier die voor zijn diensten wordt beloond, géén voordeel op. [8] Het is de
handelin hennep waarmee (eventueel) voordeel kan worden verkregen. De betreffende partij hennep is evenwel niet verhandeld, maar door de politie in beslag genomen. De betrokkenen hebben op deze partij alleen maar verloren.
extrauitgavenpost in een kasopstelling tot effect dat het saldo van de kasopstelling, oftewel: het surplus, toeneemt met een bedrag gelijk aan de hoogte van die uitgavenpost. Op gelijke voet stijgt daarmee ook het bedrag aan verondersteld wederrechtelijk verkregen voordeel van de betrokkene over de onderzochte periode. De suggestie die daarvan uitgaat, namelijk dat die uitgavenpost als zodanig reeds wederrechtelijk verkregen voordeel vertegenwoordigt, is echter onjuist. Wel is het mogelijk dat de betreffende uitgave is gefinancierd met contant geld waarin voordeel is belichaamd uit de baten van voorafgaande, en dus
anderedelicten dan die waarop de uitgave betrekking heeft. Noodzakelijk is dat echter niet. Het is voor de vermelding van een uitgavenpost in een eenvoudige kasopstelling namelijk irrelevant of de contante uitgave werd gefinancierd uit de baten van misdrijven. Evenmin doet ter zake of de uitgave wederrechtelijk van aard is. In het opnemen van een uitgavenpost in een kasopstelling ligt dus niet vanzelf het oordeel besloten dat de betrokkene blijkens die uitgave voordeel heeft behaald uit enig delict, noch dat de betrokkene zich met die uitgave aan enig delict heeft schuldig gemaakt.
enigereden waarom een post onderdeel uitmaakt van de uitgavenzijde van een (eenvoudige) kasopstelling, is dat het een (contante) uitgave betreft die de betrokkene in de onderzochte periode heeft gedaan. Voor vermogensvergelijking gelden soortgelijke overwegingen. [9] Met dergelijke rekenmethoden wordt slechts onderzoek verricht naar het bestaan en de omvang van een onverklaarde bron van geld waarover degene op wie het onderzoek betrekking heeft gedurende de onderzochte periode moet hebben beschikt. Delicten waaruit dit surplus afkomstig kan zijn worden bij die methode in de regel niet benoemd; zij blijven ‘abstract’.
door middel van of uit de baten van” (i) het bewezen verklaarde strafbare feit of (ii) andere strafbare feiten “
waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan”, in de zin van: waarvan buiten gerede twijfel is komen vast te staan, [12] “
dat zij door de veroordeelde zijn begaan”.
Following a final acquittal, even the voicing of suspicions regarding an accused's innocence is no longer admissible.” [22]
enigerelatie staan tot delicten waarvoor de betrokkene is vrijgesproken.
Het hof is van oordeel dat de redenering van de verdediging in het onderhavige geval niet opgaat. Het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt namelijk berekend aan de hand van de methode van de vermogensvergelijking. Voor zover het vermogen van de veroordeelde niet kan worden verklaard uit legale inkomsten, wordt ervan uitgegaan dat strafbare feiten er op enigerlei wijze toe hebben geleid dat de veroordeelde het voordeel heeft verkregen. Door de enkele vrijspraak van het witwassen van bepaalde voorwerpen, is nog niet aannemelijk geworden dat die voorwerpen een legale herkomst hebben. Het hof zal derhalve niet de waarde van de bedoelde goederen in mindering brengen op het te berekenen wederrechtelijk verkregen voordeel.”
Het uitgangspunt van het middel dat het Hof bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel volgens de methode van vermogensvergelijking vermogensbestanddelen heeft betrokken die verband houden met strafbare feiten waarvan de betrokkene is vrijgesproken, berust op een onjuiste lezing van 's Hofs overwegingen. Van een directe relatie tussen het door het Hof bij de ontneming in aanmerking genomen vermogen en de concrete strafbare feiten waarvan de betrokkene is vrijgesproken, blijkt daaruit niet. Het middel mist dan ook feitelijke grondslag, zodat het niet tot cassatie kan leiden.”
nietonverenigbaar is met de onschuldpresumptie. Van een directe relatie tussen die geldbedragen en de strafbare feiten waarvan de betrokkene is vrijgesproken geeft de kasopstelling c.q. de vermogensopstelling naar het oordeel van de Hoge Raad geen blijk.
nietbesloten dat de betrokkene zich met het verwerven en/of voorhanden krijgen van het voorwerp heeft schuldig gemaakt aan witwassen. Daarvoor ontbreekt – onder meer – de vaststelling dat het betreffende voorwerp (onmiddellijk of middellijk) afkomstig is uit enig misdrijf én dat de betrokkene van die berispelijke herkomst op de hoogte was.
enigereden om een geldbedrag ter hoogte van de koopprijs c.q. de marktwaarde van het voorwerp bij de abstracte voordeelberekening in aanmerking te nemen is immers de (contante) betaling van het geldbedrag door de betrokkene dan wel zijn bezit van het voorwerp.