2.3Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 18 september 2023 heeft de raadsvrouw van de verdachte het woord tot verdediging gevoerd overeenkomstig een overgelegde pleitnota. Deze pleitnota houdt voor zover van belang in:
“De verdediging stelt zich op het standpunt dat de rechtbank wel degelijk op de juiste gronden tot zijn oordeel is gekomen en dat de uitspraak van de rechtbank in eerste aanleg in stand gehouden dient te worden. Verdediging is nog immer van oordeel dat de tenlastegelegde feiten niet wettig en overtuigend is bewezen, dat niet wordt voldaan aan alle componenten van de tenlastegelegde feiten, zodat cliënt hiervan opnieuw dient te worden vrijgesproken.
De verdediging voert hiertoe het volgende aan.
Weliswaar is het bij openlijke geweldpleging niet vereist om te bepalen welk geweld aan welke verdachte kan worden toegerekend. Echter, volgens de verdediging is de precieze gang van zaken tijdens het incident op 25 juli 2020 in Nooddorp onvoldoende is komen vast te staan om tot conclusies ten aanzien van ieders rol in het geheel te komen die boven redelijke twijfel verheven zijn. Daarbij moet met name gedacht worden aan de grote discrepanties in de verklaringen van zowel de getuigen als de aangever zelf. Zo blijkt uit het dossier niet wie de nekklem heeft toegepast, de exacte plek/plaats van het geweld waardoor zelfs getwijfeld dient te worden aan het bestanddeel ‘openlijk’, wie als eerste is begonnen en/of wie de agressor is geweest en wat precies de geweldshandelingen zijn geweest.
Als wij de feiten doorlopen kunnen we vaststellen dat aangever degene is geweest die als eerste de confrontatie heeft opgezocht door met een zaag de tuin van cliënt en zijn familie in te lopen en hun aan te vallen en dus inbreuk op de privacy en/of huisvredebreuk heeft gepleegd waardoor cliënt zich genoodzaakt voelde om zich en zijn familie te verdedigen.
Dit wordt niet alleen ondersteund door de verklaringen van cliënt en de medeverdachten maar ook door de onsamenhangende verklaringen van de aangeverzelf en natuurlijk de zeer van elkaar afwijkende en tegenstrijdige verklaringen van de getuigen die in de ogen van de verdediging zeer onbetrouwbaar en ongeloofwaardig overkomen.
Het hele voorval begon immers over een oneindigheid betreffende een uithangende houtenbalk en/of golfplaat die over de gemeenschappelijk schutting hing. Wij hebben het hier dus over een burenruzie. Allereerst verwijst de verdediging naar de verklaringen van cliënt en de medeverdachten.
Cliënt heeft zowel tegen de politie als hier op de zitting verklaard dat de aangever hun tuin inliep met een zaag in zijn handen. Dat hij de zaag van aangever afnam en aangever heeft verzocht te vertrekken. Dat aangever als eerste hem sloeg met de vuist en dat hij toen heeft geprobeerd zich te verweren. Hij verklaart dat aangever zich niet normaal droeg. Dat aangever hem voor de tweede keer aanviel. Cliënt heeft verklaard dat hij de buurmaan alleen maar heeft vastgepakt om hem te kalmeren en dat de buurman hem juist heeft geslagen. Cliënt heeft vanaf het begin ontkent de aangever te hebben geslagen.
[medeverdachte] heeft op pag. 92 verklaart dat aangever hun tuin inkwam zonder toestemming, wegging en weer terugkwam met een zaag. Hij heeft ook verklaard dat de aangever zonder toestemming hun tuin inkwam en zijn zusje zonder hoofddoekje zag wat niet mag in hun cultuur.
Verder heeft de vader/medeverdachte verklaart dat de aangever en zijn familie regelmatig valse meldingen heeft gedaan bij de politie tegen hem. Dat aangever met de zaag de tuin inliep om een stuk van de overkapping af te zagen. Dat aangever begon te schreeuwen. Dat zij de aangever naar buiten hebben geduwd. Dat aangever hem aanviel en dat zijn zoon/cliënt tussenbeide kwam om hem te beschermen waarbij hij de aangever heeft geduwd. Dat er een vechtpartij is ontstaan tussen cliënt en de aangever en dat zij vervolgens beiden op de grond vielen. Hij verklaart verder dat beide vervolgens opstonden en dat zijn zoon/cliënt probeerde afstand tussen hem en aangever te creëren door weg te lopen en dat de aangever cliënt opnieuw aanviel. Hij verklaart dat de buren het gezien hebben en aangever hebben aangemaand weg te gaan. Hij verklaart dat toen zijn zoon/cliënt en aangever op de grond vielen en elkaar vasthielden dat ook zijn zoon/cliënt letsel had aan beide benen en zijn arm. Het laatste wordt overigens ook bevestigd door [verbalisant 1] in zijn PV van bevindingen op pag. 66 waarin hij verklaart dat hij zag dat cliënt op beide knieën schaafwonder had waar bloed uit kwam, dat hij zag dat cliënt op zijn rechterarm een schaafwondje had en een bult.
Tenslotte wijst de verdediging op de verklaring van [verbalisant 2] op pag. 63 waarin zij in haar PV van bevindingen verklaart dat de buurman die als tolk fungeerde heeft verklaard dat hij heeft vernomen dat de aangever zomaar zonder toestemming de tuin is ingelopen van cliënt en zijn familie en begon te schreeuwen. Dat er in de tuin van cliënt er een duw en trekwerk heeft plaatsgevonden.
Subsidiair verwijst de verdediging naar de verklaringen van aangever zelf.
In zijn eerste verklaring verklaart aangever op pag. 50 dat hij als eerste naar de buren loopt en op de achterdeur van de schutting van de buren klopt om hierover te praten. Hij vraagt "de buurjongen" om mee te lopen haar zijn tuin om te kijken naar de uithangende houtenbalk. De "buurjongen" vertelt de aangever dat zij daar op dat moment niets aan kunnen doen en verlaat de tuin van de aangever. Vervolgens belt de aangever zijn moeder om te overleggen. Zij moeder vertelt hem dat zij dit zullen melden bij de woningbouwvereniging. Indien de aangever op dat moment de keuze had gemaakt om het hierbij te laten in afwachting van een eventuele beslissing van de woningbouwvereniging, was er niets gebeurd en het hele voorval had niet plaatsgevonden. Echter, in plaats van het advies van zijn moeder op te volgen gaat aangever weer naar de achtertuin van cliënt en zijn familie en klopt op de achterdeur en confronteert cliënt en zijn familie met de mededeling dat zij de woningcorporatie gaan inschakelen. Hij gaat dan weer terug naar zijn eigen tuin, maar verklaart dat hij toen uit het niets een stoffer en blik tegen zich aan gegooid krijgt. Vervolgens zoekt hij weer de confrontatie op door weer terug te gaan naar de tuin van cliënt en zijn familie en klopt op de achterdeur. Aangever verklaart hierover op pag. 50 eerst dat hij meteen door de buurman en zonen de tuin wordt ingetrokken, dat hij meteen naar de grond wordt gebracht en in de nekklem wordt vastgehouden door een van de zonen maar weet niet wie dat is geweest en dat hij klappen en schoppen heeft gekregen van de vader en andere zoon.
In zijn aanvullende verklaring/aangifte verklaart aangever op pag. 74 over de derde keer totaal anders, namelijk dat hij terug naar de tuindeur van de buren is gegaan en op de tuindeur heeft geklopt en dat hij daar zou zijn opgewacht door de vader die met een stok of lang voorwerp klaar zou hebben staan. Hij verklaart dat de oudste zoon (cliënt) een fiets in zijn handen hield, dat de oudste zoon hiermee heeft geprobeerd aangever op afstand te houden. Aangever verklaart verder dat cliënt/oudste zoon hem hiermee weg wilde duwen maar dat aangever zich schrap hield en een stap naar voren doet en de tuin van cliënt en zijn ouders ingaat. Toen begon het duwen en trekken. Ook verklaart de aangever dat de moeder en zusjes op dat moment ook in de tuin waren.
Wat wij hier zien is dat de aangever tot drie keer toe de confrontatie zoekt met cliënt en zijn familie door drie keer cliënt en zijn familie lastig te vallen door op hun tuindeur te kloppen en ook hun tuin in te lopen. Hij is de degene die de confrontatie aangaat, de discussie start en degene die zich zonder toestemming begeeft in het privédomein van cliënt en zijn gezin, waardoor cliënt en zijn familie zich genoodzaakt zagen zich hiertegen te verweren. Cliënt en zijn familie waren zeer ontdaan door dit gedrag van de aangever en hebben dit terecht ervaren als een inbreuk op hun privacy en hun gezinsleven, gezien hun geloof, afkomst en hun verleden.
Deze verklaring bewijst en onderbouwd de stelling dat de aangever de agressor is geweest en dat hij bewust de confrontatie zocht en de confrontatie is aangegaan met cliënt en zijn familie.
Het OM heeft zich op het standpunt gesteld dat in tegenstelling tot wat de rechtbank heeft beoordeeld de getuigenverklaringen een afdoende beschrijving geven van het geweld dat is gebruikt door cliënt en medeverdachten en waar het geweld zich heeft plaatsgevonden. De verdediging, betwist deze standpunt van het OM.
Als wij de verklaringen van de getuigen een voor een onder de loep nemen zien we grote discrepanties en tegenstrijdigheden in de verklaringen over de aanleiding van het voorval, over wie wat heeft gedaan, over de plek van het voorval en de strafbare feit, over de specifieke handelingen die alle betrokkenen zouden hebben verricht, waardoor de verdediging stelt dat terecht getwijfeld dient te worden aan de geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van de verklaringen en daarom niet de waarde en de conclusie aan verbonden kan worden die het OM wenst te zien.
[getuige 1] – wonende te [a-straat 1] verklaart het volgende op pag. 81.
Dat hij zich op het tijdstip 19:15 samen met zijn vrouw in de slaapkamer bevond toen hij een hoop lawaai en geschreeuw hoorde. Hij verklaart dat hij toen naar buiten keek en zag hij dat er op de parkeerplaats een paar mensen kennelijk ruzie met elkaar hadden. Hij verklaart verder dat hij zag dat zijn achterbuurman samen met zijn vrouw en kennelijk twee zonen een donkere jongen tegen de grond hadden gewerkt. Hij verklaart dat hij niet heeft gezien wie van het viertal de jongen tegen de grond had gewerkt. Hij verklaart dat hij zag dat de buurmaan de aangever vasthield terwijl zijn zonen aan het stompen waren. Hij verklaart ook dat hij zag dat de achterbuurvrouw op de benen zat van de jongen die op de grond lag. Niemand anders heeft hierover iets verklaard. Hij verklaart dat hij niet gezien heeft of de donkere jongen onder het bloed zat. Dat hij geen idee heeft hoe en waarom de vechtpartij is ontstaan. Opvallend is dat ook deze getuige heeft verklaard dat cliënt en zijn familie geen vriendelijke mensen zijn en dat zij met de regelmaat ruzie zouden hebben met de buurtbewoners. Hij verklaart dat hij geen contact heeft met de verdachten.
[getuige 2] die ook op de [a-straat 1] woont en de partner is van [getuige 1] verklaart op pag. 84 het volgende:
Dat zij omstreeks 19:00 uur zich bevond op de slaapkamer die gelegen is op de eerste verdieping en bevind zich aan de achterzijde van haar woning. Volgens de verklaring van de getuige heeft het slaapkamer zicht op de parkeerplaats met daarachter woningen. Zij verklaart dat zij uit het raam keek en zag dat een getinte man met baard op de grond lag en in een nekklem gehouden werd. Zij verklaart dat de persoon die de getinte jongen in een nekklem hield zij herkent als de bewoner van [b-straat 1] , welke bewoner wordt niet specifiek aangeduid. Zij verklaart dat zij niet heeft gezien waar aangever allemaal is geraakt. Dat het allemaal behoorlijk snel ging. Zij verklaart dat het gebeurde op de parkeerplaats voor de achterzijde van de tuinen aldaar. Zij verklaart over de moeder van cliënt dat de vrouw des hausses iedereen probeerde uit elkaar te halen, terwijl haar man had verklaard dat hij zag dat de achterbuurvrouw op de benen zat van de jongen die op de grond lag. Op de vraag of zij zag dat aangever letsel had verklaard zij dat zij heeft gehoord of van horen zeggen heeft vernomen dat hij letsel zou hebben aan zijn hoofd en dat zijn handen kapot zouden zijn. Op de vraag wat de aanleiding was van de vechtpartij verklaart zij dat zij geen idee heeft.
Naar aanleiding van de verklaringen van de getuigen van [a-straat 1] voert verdediging aan dat deze getuigen onmogelijk alles duidelijk hebben kunnen zien. De verdediging heeft een uitdraai uit de Google streetview gemaakt waaruit blijkt dat [a-straat] tegenover en/of een straat verder ligt dan [b-straat 1] , zie bijgevoegd bijlage 1. De afstand tussen [a-straat 1] en de plek van het voorval is best wel groot en de verdediging twijfelt dan ook terecht of deze getuigen een duidelijk zicht hadden op wat er gebeurde vanaf hun slaapkamer op de eerste verdieping zoals de getuigen zelf aangeven.
De verdediging stelt zich op het standpunt dat gelet op het voorgaande de verklaringen van alle getuigen zeer tegenstrijdig zijn en veel discrepanties bevatten. Verder kan de verdediging zich niet onttrekken aan het gevoel dat alle de getuigen in deze vooroordeeld waren ten opzichte van de [familie verdachte] . Daarom stelt de verdediging dat aan de getuigenverklaring niet te waarde, namelijk waarheid bevinding, kan worden toegekend die de aangever en het OM wellicht zou willen toekennen.
Gelet op het voorgaande
concludeertde verdediging dat wettig en overtuigend niet is bewezen wat cliënt is tenlastegelegd. De verdediging verzoekt Uw Hof derhalve
primaircliënt vrij te spreken van dit feit.”